Nederland staat bekend als een land van innovatie, handel en slimme oplossingen. Maar achter die reputatie schuilt een fundament dat zelden het landelijke debat bereikt: de maakindustrie. Het is de sector waar techniek, vakmanschap en productie samenkomen, en waar bedrijven met decennialange ervaring, zoals Rokoma, dagelijks bijdragen aan processen die bijna niemand ziet, maar waarop vrijwel alles draait. Van verwarmingssystemen in fabrieken tot meet- en regeltechniek in laboratoria: deze vaak onzichtbare infrastructuur bepaalt of de economie blijft functioneren. Toch lijkt juist deze cruciale pijler steeds verder onder druk te staan. Van groeiende afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers tot het wegvallen van technische kennis: de signalen stapelen zich op. En de vraag dringt zich steeds nadrukkelijker op of Nederland wel beseft wat er verloren dreigt te gaan.
De stille kracht achter onze welvaart
Wie de Nederlandse economie bestudeert, ziet één constante: echte stabiliteit komt niet uit de financiële sector of consultancy, maar uit de bedrijven die daadwerkelijk dingen maken. Het zijn de productielijnen, machinebouwers, technische groothandels, onderhoudsspecialisten en engineers die zorgen dat industrieën kunnen blijven draaien.
Paradoxaal genoeg wordt juist deze fundamentele laag van onze economie het minst besproken. Terwijl de zichtbare bovenlaag steeds digitaler wordt, blijft de fysieke basis onveranderd cruciaal. Zonder betrouwbare warmteprocessen, nauwkeurige meetapparatuur en goed functionerende installaties staat de techniek stil, en met die stilstand valt veel meer dan we vaak beseffen. Het is een fundament dat jarenlang redelijk stabiel bleef, maar dat momenteel langzaam maar zeker begint te eroderen.
Toenemende importafhankelijkheid als risico voor Nederland
De globalisering heeft Nederland veel gebracht: efficiënte productieketens, lagere kosten en snelle internationale samenwerking. Maar die voordelen vertonen steeds vaker hun keerzijde. De pandemie, de spanningen tussen wereldmachten en verstoringen in het transport lieten zien hoe kwetsbaar een land wordt wanneer het cruciale onderdelen volledig uit het buitenland moet betrekken.
Een klein component dat in een Aziatische fabriek tijdelijk niet beschikbaar is, kan ervoor zorgen dat een complete Nederlandse productielijn wekenlang stil komt te liggen. Bedrijven hebben dit de afgelopen jaren in toenemende mate ervaren. Het probleem is niet dat buitenlandse productie per definitie slecht is, maar dat Nederland weinig back-up meer heeft. De afhankelijkheid is zo groot geworden dat een verstoring aan de andere kant van de wereld direct voelbaar is in onze eigen industrie.
Het verdwijnen van vakmanschap en technische expertise
Naast importafhankelijkheid speelt nog een minstens zo grote uitdaging: het tekort aan technisch personeel. De generaties die Nederland groot hebben gemaakt op het gebied van industriële techniek gaan met pensioen, terwijl te weinig nieuwe vakmensen instromen. Dit leidt tot een structureel tekort dat niet alleen de industrie raakt, maar uiteindelijk ook de samenleving als geheel.
Het verlies van expertise gaat verder dan de afname van beschikbare handen. Het gaat om kennis die generaties lang is opgebouwd. Kennis die niet uit handboeken komt, maar uit ervaring: weten hoe een systeem zich gedraagt onder belasting, hoe materialen reageren, hoe processen geoptimaliseerd kunnen worden. Dergelijke inzichten verdwijnen definitief wanneer er geen opvolging is.
Bedrijven die wél investeren in kennisbehoud
Gelukkig zijn er nog organisaties die begrijpen dat vakmanschap het hart vormt van elke industriële keten. Bedrijven die investeren in lange termijn, in opleiden, in nauwkeurige productkennis en in het behouden van technisch inzicht. Dergelijke partijen vormen een ankerpunt in een snel veranderende sector.
Zij laten zien dat kennisbehoud niet alleen mogelijk is, maar essentieel voor stabiliteit. In een tijd waarin veel Nederlandse bedrijven hun technische functies afschaffen of uitbesteden, bewijzen deze organisaties dat investeren in ervaring en expertise juist een belangrijk wapen is tegen onzekerheid en afhankelijkheid.
Druk op de industrie door energiekosten en regelgeving
Daarbovenop staat de Nederlandse maakindustrie onder druk door stijgende energiekosten en een steeds complexer regelgevend landschap. Fabrieken en technische bedrijven zijn afhankelijk van constante warmte, betrouwbare elektriciteit en voorspelbare voorwaarden. Wanneer deze factoren onzeker worden, wordt het bijna onmogelijk om op lange termijn te investeren of te innoveren.
Voor veel bedrijven betekent dit dat ze klem komen te zitten tussen de noodzaak om te verduurzamen en de realiteit dat technologische vernieuwing geld en stabiliteit vereist. Het resultaat is een sector die flexibel moet blijven, terwijl de basis daarvoor soms ontbreekt.