Trainingsslee in een sporthal, ter illustratie bij een ontslagzaak na deelname aan Hyrox.
Gemaakt met Shutterstock AI

Werkgever wint ontslagzaak na Hyrox-deelname en loopt toch vast op 120 betaalde uren

Economie•25 sep , 7:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Ze meldde dat kleine inspanningen haar al uitputten, maar deed kort daarna mee aan een Hyrox-wedstrijd. Haar werkgever ontsloeg haar op staande voet en kreeg daarin gelijk van de kantonrechter. Toch won het bedrijf niet de hele financiële afrekening. Een bedrag van €2.430 bruto voor eerder betaalde, niet-gewerkte uren hoeft de vrouw niet terug te geven. Zelf moet ze wel een vergoeding aan haar voormalige werkgever betalen.
De beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 2 september 2026 bevat daarmee een gemengde uitkomst. Het ontslag blijft overeind, terwijl de rechter de verschillende geldvorderingen afzonderlijk beoordeelt.
Juist dat laatste is relevant. Een rechtsgeldig ontslag op staande voet maakt niet automatisch iedere andere rekening van een werkgever terecht.

Van ziekmelding naar een zware sportwedstrijd

De vrouw werkte bij een onderneming in de vastgoedbranche. Zij was begin 2025 in dienst gekomen en haar contract was daarna met een jaar verlengd. In dat tweede jaar werkte ze 24 uur per week tegen een salaris van €1.950 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag.
Op 10 februari 2026 meldde zij zich ziek. Er waren spanningen in de arbeidsrelatie. In maart liet zij haar leidinggevende weten dat zij de ziekte van Pfeiffer en een zware keelontsteking had. Kleine inspanningen maakten haar volgens haar bericht al moe en zij sliep overdag veel.
Op 27 maart deed zij mee aan Hyrox. Toen de werkgever daarvan hoorde en om uitleg vroeg, reageerde zij dat sporten gezond is. Op 3 april volgde het ontslag op staande voet. Ook RTL berichtte over het conflict rond haar deelname.

Voor de rechter draaide het om vertrouwen

De vrouw bestreed dat er een dringende reden voor ontslag was. Zij wees er onder meer op dat haar oorspronkelijke ziekmelding verband hield met spanningen op het werk. Ook voerde zij aan dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid bij een arts hoort.
De kantonrechter legde het zwaartepunt echter bij de vertrouwensbreuk. Werkgever en werkneemster hadden eerder al gesproken over herstel van vertrouwen. De mededelingen over haar beperkte belastbaarheid en haar deelname aan de wedstrijd waren volgens de rechter in deze omstandigheden voldoende grond voor het onmiddellijke ontslag.
Daarmee zegt de uitspraak niet dat iedere zieke werknemer die sport, ontslagen kan worden. De rechter beoordeelde deze combinatie van verklaringen, gedragingen en de voorgeschiedenis tussen partijen. Salaris Vanmorgen bespreekt die motivering afzonderlijk.

De oude urenafspraak bleef liggen

Daarnaast speelde een geschil over 120 uren uit 2025. De werkgever had toegestaan dat de vrouw op maandagen thuisbleef om voor haar dochter te zorgen. Die uren zou zij later inhalen.
Dat gebeurde niet. Na het ontslag wilde de werkgever daarom €2.430 bruto terug: het loon dat volgens het bedrijf tegenover die niet-gewerkte uren stond.
De rechter wees die vordering af. Er bestond een arbeidsovereenkomst op grond waarvan loon verschuldigd was. Bovendien was niet concreet afgesproken wanneer en hoe de uren moesten worden ingehaald. De werkgever had de kwestie laten voortbestaan.
Door de onmiddellijke beëindiging van het dienstverband konden de uren vervolgens niet meer worden ingehaald. Onder deze omstandigheden kwam dat volgens de rechter voor rekening van de werkgever.
De afspraak om later extra te werken werd dus niet alsnog een terugbetalingsplicht van €2.430. Dat oordeel over de niet-gewerkte, wel betaalde uren stond los van de geldigheid van het ontslag.

Beide partijen moeten betalen

De vrouw kreeg ook een transitievergoeding van €877,50 bruto toegewezen. De rechter vond haar handelen verwijtbaar, maar kwalificeerde het in deze zaak niet als ernstig verwijtbaar. Dat onderscheid is van belang voor het recht op die vergoeding.
Verder moet de werkgever de eindafrekening voldoen: €2.517,17 bruto aan loon en vakantiebijslag, plus €79,65 netto aan vergoeding voor woon-werkverkeer. Een billijke vergoeding kreeg de vrouw niet.
Daar stonden bedragen tegenover die zij zelf moet betalen. Voor te veel genoten vakantie gaat het om €153,90 bruto. Daarnaast moet zij €2.106 bruto aan gefixeerde schadevergoeding betalen. De werkgever had daarvoor €18.804,60 bruto gevraagd, maar de rechter matigde dat bedrag aanzienlijk.
De rechtbank hield bij die matiging onder meer rekening met het ontbreken van aangetoond daadwerkelijk nadeel. De volledige bedragen en overwegingen staan in de uitspraak met nummer ECLI:NL:RBZWB:2026:8540.
De vrouw houdt dus niet simpelweg duizenden euro’s over aan een gewonnen ontslagzaak. Zij verloor haar baan rechtsgeldig en is zelf geld verschuldigd. Maar de werkgever kon evenmin alle oude financiële kwesties via dat ontslag afrekenen. Voor de teruggevraagde 120 uren ontbrak een voldoende uitgewerkte afspraak.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading