Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Ruim 25.800 ondernemers in detailhandel stopten in 2025

Economie11 aug , 13:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Het begint vaak met een briefje op de deur. “Na 38 mooie jaren gaan wij stoppen.” Daaronder een bedankje aan de klanten en soms nog een uitnodiging voor een laatste kop koffie.
Een paar maanden later zijn de etalages leeg. De slager, boekhandel, kledingzaak of fietsenmaker die jarenlang bij de buurt hoorde, is verdwenen. Niet noodzakelijk omdat er geen klanten meer kwamen en ook niet altijd vanwege een faillissement. De eigenaar wilde met pensioen, maar kon niemand vinden die de winkel wilde overnemen.
Dat probleem wordt steeds groter. Volgens cijfers die RTL Nieuws verzamelde, beëindigden in 2025 ruim 25.800 ondernemers in de detailhandel hun bedrijf. In 2022 waren dat er ongeveer 22.000.
Onder winkeliers van 55 jaar en ouder heeft naar schatting driekwart nog geen opvolger. Daarmee dreigt de komende jaren een omvangrijke groep ondernemingen te verdwijnen wanneer de eigenaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
Het gaat daarbij niet uitsluitend om winkels die slecht draaien. Ook een winstgevende zaak kan sluiten wanneer niemand bereid is de onderneming, huurverplichtingen, voorraad en lange werkdagen over te nemen.

Een winkel overnemen betekent je leven overnemen

Van buitenaf lijkt een eigen winkel aantrekkelijk. Je bent zelfstandig, kent je klanten en bouwt iets op dat zichtbaar van jezelf is. De dagelijkse praktijk is zwaarder.
Veel zelfstandige winkeliers maken werkweken van zestig uur of meer. Ze staan overdag in de zaak, doen ’s avonds de administratie en gebruiken een vrije ochtend voor inkoop, reparaties of overleg met leveranciers. Zaterdag is vaak een van de belangrijkste werkdagen.
Voor een jonge ondernemer betekent overname daarom meer dan het kopen van een naam en een voorraad. Hij neemt ook de verantwoordelijkheid over voor personeel, huur, energie, verzekeringen, belastingen en een pand dat mogelijk moet worden verbouwd of verduurzaamd.
Daar komt de financiering bij. Banken willen zekerheid voordat ze geld uitlenen. Een winkel kan een trouwe klantenkring en goede reputatie hebben, maar dat staat niet altijd als tastbaar bezit op de balans. De nieuwe eigenaar moet ondertussen wel betalen voor voorraad, inventaris en goodwill.
Dat maakt het verschil tussen de prijs die de vertrekkende winkelier nodig heeft voor zijn pensioen en het bedrag dat een opvolger kan financieren soms te groot.

Stoppen is niet hetzelfde als failliet gaan

Het is belangrijk de cijfers niet verkeerd te interpreteren. Een onderneming die wordt beëindigd, is niet automatisch failliet. Veel eigenaren stoppen vrijwillig, bijvoorbeeld vanwege hun leeftijd, gezondheid of veranderde gezinssituatie.
De Kamer van Koophandel zag in de gehele Nederlandse economie in 2025 wel een duidelijke verandering. Het aantal stoppende bedrijven nam met 18 procent toe, terwijl het aantal starters met 10 procent daalde. De groei van het totale bedrijvenbestand kwam daardoor uit op slechts 1 procent, het laagste groeipercentage in jaren.
Tegelijkertijd laat het CBS zien dat de detailhandel als geheel nog altijd omzetgroei kent. In het eerste kwartaal van 2026 lag de omzet 2,2 procent hoger dan een jaar eerder. De onlineomzet groeide met 4,7 procent sneller.
Het verhaal is dus niet simpelweg dat Nederlanders niets meer kopen. De manier waarop ze kopen verandert. Grote ketens en webwinkels kunnen logistiek, advertenties en technologie over veel vestigingen en klanten verdelen. Een zelfstandige winkelier moet dezelfde kosten uit één zaak terugverdienen.

De gevolgen worden zichtbaar in de winkelstraat

Wanneer één ondernemer stopt, hoeft een winkelstraat niet onmiddellijk achteruit te gaan. Misschien komt er een nieuwe winkel of krijgt het pand een andere bestemming. Het probleem ontstaat wanneer meerdere zaken kort na elkaar verdwijnen en vervanging uitblijft.
Leegstand maakt een gebied minder aantrekkelijk. Consumenten komen minder vaak, waardoor ook de overgebleven winkels omzet verliezen. Het kan een zichzelf versterkend proces worden: minder aanbod leidt tot minder bezoekers en minder bezoekers maken investeren nog onaantrekkelijker.
Voor dorpen en kleine stadswijken kan het verdwijnen van een winkel bovendien een sociaal gevolg hebben. Een bakker, boekhandel of buurtwinkel is niet alleen een verkooppunt. Het is ook een plaats waar mensen elkaar ontmoeten en waar iemand merkt dat een vaste klant al een tijdje niet meer is geweest.
Ook leveranciers, bezorgers en lokaal personeel worden geraakt wanneer een zaak sluit. Eén winkeldeur minder lijkt een klein economisch feit, maar achter die deur kan een heel netwerk van banen en opdrachten zitten.

Op tijd praten over opvolging

Deskundigen adviseren ondernemers daarom jaren voor hun geplande pensioen na te denken over overdracht. Een werknemer, familielid, concurrent of branchegenoot kan mogelijk belangstelling hebben, maar die moet tijd krijgen om geld, kennis en ervaring op te bouwen.
Ook een geleidelijke overdracht kan werken. De nieuwe ondernemer neemt dan stap voor stap meer verantwoordelijkheid over, terwijl de oude eigenaar nog enige tijd betrokken blijft. Daarmee gaat waardevolle kennis over klanten, leveranciers en de lokale markt niet van de ene op de andere dag verloren.
Voor consumenten is de ontwikkeling nauwelijks rechtstreeks op te lossen. Toch helpt het wel degelijk om lokale winkels ook werkelijk te gebruiken. Een zaak kan niet bestaan van complimenten over hoe belangrijk de middenstand is wanneer iedereen uiteindelijk online bij de goedkoopste aanbieder bestelt.
De komende jaren zullen duizenden winkeliers de leeftijd bereiken waarop stoppen een logische keuze wordt. Zonder opvolger kan zelfs een gezonde zaak verdwijnen. Het bekende briefje op de deur is dan niet het begin van een tijdelijke verbouwing, maar het einde van tientallen jaren ondernemerschap.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading