WE Fashion heeft in één jaar tijd een groot deel van zijn winst zien verdwijnen. De Nederlandse modeketen hield ruim 6 miljoen euro over, tegenover bijna 19 miljoen euro een jaar eerder. De omzet bleef met ongeveer 274 miljoen euro ondertussen vrijwel gelijk. De daling betekent dus niet dat klanten plotseling massaal zijn weggebleven. Het bedrijf verkocht ongeveer evenveel, maar hield onderaan de streep veel minder geld over. Volgens
de analyse van de gedeponeerde jaarstukken door RTL Nieuws stegen onder meer de personeelskosten, huisvestingskosten en algemene kosten.
Voor consumenten is dat relevant omdat modeketens met dezelfde combinatie worstelen: klanten letten scherper op de prijs, terwijl lonen, huren, energie en logistiek duurder zijn geworden.
Omzet alleen vertelt niet het hele verhaal
Een omzet van 274 miljoen euro klinkt indrukwekkend. Omzet is echter het totaalbedrag dat binnenkomt voordat alle kosten zijn betaald. Van iedere verkochte broek, jas of trui moeten onder meer de inkoop, salarissen, winkelhuur, transport, retouren en automatisering worden betaald.
Wanneer die kosten sneller stijgen dan de verkoop, kan de winst sterk dalen terwijl de omzet gelijk blijft. Dat lijkt bij WE Fashion de kern van het probleem.
Een nettowinst van ruim 6 miljoen euro betekent overigens niet automatisch dat de keten verliesgevend of direct in gevaar is. Het bedrijf bleef winst maken. De forse afname beperkt wel de financiële ruimte voor investeringen, tegenvallers en uitbreiding.
Dat onderscheid is belangrijk. Een winstdaling is iets anders dan een verlies en een lagere winst is niet hetzelfde als een dreigend faillissement. Er is op basis van deze cijfers geen reden om te stellen dat sluiting van winkels of grote prijsverhogingen al vaststaat.
Meer dan de helft van de omzet komt online binnen
WE Fashion heeft volgens de berichtgeving ongeveer 88 winkels in Nederland, 27 in Zwitserland en 14 in België. In totaal gaat het om circa 129 winkels en ongeveer 1.200 medewerkers.
Meer dan de helft van de omzet wordt inmiddels online behaald. Dat laat zien hoe ingrijpend de kledingmarkt is veranderd. Een winkelketen is niet langer alleen afhankelijk van passanten in een winkelstraat. Tegelijk brengt online verkoop eigen kosten mee.
Webwinkels moeten investeren in distributiecentra, bezorging, technologie, klantenservice en retourverwerking. Vooral kleding wordt relatief vaak teruggestuurd omdat maten en pasvormen lastig vanaf een scherm zijn te beoordelen. Een online verkoop levert daardoor niet automatisch een hogere winstmarge op.
Fysieke winkels blijven eveneens kostbaar, maar bieden klanten de mogelijkheid kleding te passen en direct mee te nemen. Voor een keten als WE Fashion draait het daarom om een ingewikkeld evenwicht tussen winkels en online verkoop.
Consument blijft voorzichtig
WE Fashion beschrijft de markt als uitdagend en wijst onder meer op inflatie en politieke onzekerheid. Consumenten zouden daardoor terughoudender zijn geworden.
Kleding is voor veel huishoudens een uitgavenpost waarop gemakkelijker kan worden bespaard dan op huur, energie of boodschappen. Mensen kunnen een aankoop uitstellen, wachten op de uitverkoop of vaker tweedehands kopen. Daarmee ontstaat voor modeketens een felle strijd om dezelfde euro.
Kortingen kunnen de omzet helpen, maar drukken ook de winstmarge. Een winkelier die regelmatig 20, 30 of 40 procent korting moet geven, verkoopt mogelijk veel kleding zonder daar voldoende aan over te houden.
Ook de concurrentie van internationale webwinkels speelt mee. Zij kunnen met enorme assortimenten, snelle wisselingen en lage prijzen klanten trekken. Traditionele ketens moeten zich onderscheiden met kwaliteit, pasvorm, service of een herkenbaar merk.
Topwissel valt samen met moeilijke periode
Voormalig topman Joris Aperghis vertrok eerder in 2026 bij WE Fashion. Ook de financieel directeur vertrok. Die veranderingen vallen samen met een periode waarin de winst sterk is gedaald, maar uit de cijfers kan niet worden geconcludeerd dat het vertrek de winstdaling heeft veroorzaakt.
Voor de nieuwe leiding ligt er een duidelijke opdracht: de kosten beheersen zonder het merk en de winkelervaring uit te hollen. Te hard besparen op personeel, voorraad of service kan klanten wegjagen. Te weinig ingrijpen kan de marges verder aantasten.
Voor shoppers verandert voorlopig waarschijnlijk weinig. De winkels zijn open en het bedrijf maakt nog winst. De jaarcijfers zijn vooral een waarschuwing over de bredere winkelmarkt: zelfs een bekende keten met honderden miljoenen omzet kan kwetsbaar zijn wanneer alle kosten tegelijk oplopen.