Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

€672 netto per maand, toch €549 zorgbijdrage: rechter laat rekening over 2025 staan

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Een man die naar eigen zeggen nog €672,16 netto per maand ontving, moest voor zijn langdurige zorg een hoge eigen bijdrage van €549,45 per volledige maand betalen. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft die bijdrage in stand gelaten. Het geschil gaat over de bijdrage vanaf oktober 2025: bij de berekening telde ook het hogere inkomen van eerder dat jaar mee.
Dat blijkt uit een uitspraak van 6 oktober 2026, gepubliceerd op 21 oktober. Vanaf 1 januari 2026 had het CAK voor deze man al een lagere bijdrage vastgesteld. De zaak gaat dus over een rekening voor een eerdere periode, die hij verder omlaag wilde krijgen.

De aanvulling verdween tijdens het jaar

Volgens de man verviel zijn aanvullende inkomensvoorziening ouderen, de AIO-aanvulling, op 15 juli 2025. Hij verbleef toen langer dan drie maanden in een zorginstelling. Zijn resterende inkomen bedroeg volgens zijn toelichting €709,47 bruto, oftewel €672,16 netto per maand.
Een opname kan inderdaad gevolgen hebben voor de AIO. De SVB beschrijft dat na drie maanden verblijf in een verpleeghuis andere AIO-bedragen gelden. Hoe dat uitpakt, hangt af van de woonsituatie en inkomsten. Uit deze rechtszaak volgt daarom niet dat iedere AIO-aanvulling na drie maanden automatisch helemaal stopt.
De man stelde dat hij de daling niet had kunnen voorzien. Het geld dat hij vóór juli ontving, kon hij volgens hem niet alsnog gebruiken om de zorgbijdrage vanaf oktober te betalen. Hij vond dat het CAK daarom met zijn lagere maandinkomen moest rekenen.

Het CAK had de bijdrage al herzien

De bedragen veranderden tijdens de procedure. Aanvankelijk stelde het CAK de bijdrage vanaf 4 oktober 2025 vast op €703,12 per hele maand. In januari 2026 volgde een herziening naar €812,80. Een volgende herziening bracht de bijdrage in februari 2026 op €549,45.
Over dat laatste bedrag ging het beroep. Het CAK rekende inmiddels met het verwachte inkomen over 2025. Die aanpassing was nodig omdat de gewone berekening hem minder dan het bedrag voor zak- en kleedgeld zou laten overhouden. De rechter beoordeelde dus al een aangepaste berekening op basis van het jaar waarin de inkomensdaling plaatsvond.
Daarbij kwam het verwachte verzamelinkomen uit op €14.555,82. De man wilde uitgaan van twaalf keer zijn lagere bruto maandinkomen van €709,47: samen €8.513,64. Daarmee zouden de hogere inkomsten van het eerste deel van 2025 buiten de berekening vallen.

Waarom de rechter de rekening liet staan

De rechtbank oordeelde dat de gebruikte regeling uitgaat van het te verwachten inkomen over het kalenderjaar. Zij schrijft niet voor dat het laagste maandbedrag met twaalf moet worden vermenigvuldigd. De berekening van het CAK voldeed volgens de rechter aan die regel.
Vervolgens beoordeelde de rechtbank of toepassing ervan in deze zaak onevenredig uitpakte. De regels kennen geen algemene hardheidsclausule, maar in bijzondere omstandigheden kan een uitkomst toch onaanvaardbaar zijn.
Daarvan was volgens de rechtbank onvoldoende gebleken. Alleen het wegvallen van de aanvulling was daarvoor niet genoeg. De rechter betrok ook bij haar oordeel dat vanaf 2026 een lagere bijdrage gold en dat een onaanvaardbare financiële situatie niet was aangetoond. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Een lager inkomen kun je wel laten beoordelen

Voor andere zorggebruikers blijft het zinvol te controleren welke gegevens op hun beschikking staan. Volgens het CAK kan bij een sterke inkomensdaling een aanpassing worden aangevraagd. Normaal gebruikt het CAK inkomen en vermogen van twee jaar eerder. Bij een aanpassing kan het rekenen met de verwachte gegevens van het lopende jaar.
Zo'n berekening is eerst voorlopig. Zodra de definitieve fiscale gegevens beschikbaar zijn, volgt een definitieve vaststelling. Te veel betaalde bijdrage kan dan worden terugbetaald; bij een te lage voorlopige bijdrage kan een bijbetaling volgen. Wie moeite heeft met betalen, kan ook naar een betalingsregeling vragen.
Voor de hoge bijdrage spelen daarnaast de voorwaarden rond de zak- en kleedgeldgrens. Het CAK kijkt daarbij onder meer naar het verwachte inkomen, zorgtoeslag en de standaardpremie voor de zorgverzekering. Alleen het bedrag van één maand vergelijken met de factuur geeft dus geen volledige beoordeling.
De soort zorg telt eveneens mee. Voor overbruggingszorg thuis tijdens het wachten op een verpleeghuisplek geldt een andere berekening. Ook zijn de maximale Wlz-bijdragen voor 2027 geen standaardrekening voor iedere bewoner.
Controleer daarom het bijdragejaar, het gebruikte jaarinkomen en de ingangsdatum van veranderingen naast elkaar. In deze zaak maakte juist het verschil tussen een lagere maanduitkering en het inkomen over het hele jaar de uitkomst begrijpelijk.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading