90 procent immigranten uit Syrië en Eritrea krijgt 2,5 jaar na aankomst in Nederland nog steeds de bijstand

90 procent immigranten uit Syrië en Eritrea krijgt 2,5 jaar na aankomst in Nederland nog steeds de bijstand

Wat een verrijking!

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat met name vluchtelingen uit Eritrea en Syrië het er lekker van nemen na aankomst in Nederland.

Anderhalf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning in 2014 ontving gemiddeld 90 procent van de 18- tot 65-jarigen een uitkering, in de meeste gevallen bijstand. Een jaar later was dit gedaald naar 84 procent. Analoog aan het hogere aandeel werkenden zijn Afghanen het minst afhankelijk van een uitkering. Van de Syriërs en Eritreeërs kreeg na tweeënhalf jaar nog steeds bijna 90 procent bijstand.

Let wel, in de eerste maanden na het verkrijgen van een verblijfsvergunning wonen veel vluchtelingen nog steeds in de asielopvang. Daar krijgen ze geen bijstand maar leefgeld. Als het CBS het over "90 procent in de bijstand" heeft zijn dat dus vluchtelingen die minstens al flink wat maanden in Nederland wonen, en in dit specifieke geval zelfs al 2,5 jaar. Oftewel 30 maanden.

Volgens het CBS zijn de cijfers voor volwassen vluchtelingen die in 2015 aankwamen in Nederland ongeveer hetzelfde als die van 2014. Anderhalf jaar nadat ze een verblijfsvergunning kregen had slechts 4 procent van de 2015-vluchtelingen werk. 90 procent had een bijstandsuitkering.

De groep die zich daar aan lijkt te onttrekken? Afghanen. Die zijn veel vaker en eerder aan het werk dan hun collega-vluchtelingen uit andere delen van de wereld, en zeker dan die uit Eritrea en Syrië.

Tweeënhalf jaar na het krijgen van een verblijfsvergunning asiel in 2014 had gemiddeld 11 procent van de 18- tot 65-jarige statushouders werk, als werknemer of zelfstandige. Er zijn wel duidelijke verschillen naar herkomstland, uiteenlopend van 6 procent werkenden bij de Eritreeërs tot 29 procent van de (relatief kleine groep) Afghanen. Ook onder vluchtelingen die in de jaren negentig naar Nederland kwamen, bleken Afghanen relatief vaker aan het werk te zijn dan andere herkomstgroepen.

Dat zijn nogal verschillen: 6 procent en 29 procent. En dat niet één keertje, toevallig de afgelopen jaren, maar al decennia.

Je zou denken dat het misschien interessant is voor Vadertje Staat om daar onderzoek naar te verrichten. Waarom werken Afghanen wel maar Eritreeërs niet? En wat zegt het eigenlijk over het 'vluchtelingenschap' van mensen dat ze hun best duidelijk niet doen om actieve leden van de Nederlandse maatschappij te worden?

Een oproep van de redactie: door de coronacrisis heeft DDS het, net als veel andere websites, ontzettend lastig. Wij willen alles gratis leesbaar houden voor iedereen, waardoor we voor onze inkomsten afhankelijk zijn van reclame. Maar bedrijven hebben financiële zorgen, en hebben dus niet veel te makken. Daar merken wij de gevolgen ook van. Vandaar onze oproep aan u, onze lezers: steun ons alsjeblieft! Via het betrouwbare Nederlandse BackMe-systeem kunt u maandelijks óf eenmalig doneren. Doe dat alstublieft, en help DDS in de lucht te blijven!

Plaats reactie

666

0 reacties

Laad meer reacties

Je bekijkt nu de reacties waarvoor je een notificatie hebt ontvangen, wil je alle reacties bij dit artikel zien, klik dan op onderstaande knop.

Bekijk alle reacties