De grootste doorn in het oog van president Trump is China. Door de enorme groei is dat land inmiddels de tweede economie ter wereld. Ook de Verenigde Staten importeren veel meer uit China dan andersom. Dat handelstekort wil Trump bestrijden. Hij heeft al een aantal keren aan China gevraagd om met oplossing te komen.
China zelf zegt zich aan de regels te willen houden en meer toegang aan buitenlandse bedrijven te willen geven. Maar in de praktijk gebeurt dat niet of nauwelijks. Trump zegt nu een einde te willen maken aan het 'stelen' van intellectueel eigendom van Amerikaanse bedrijven door China. Hij doelt daarmee op de voorwaarden die China stelt aan zakendoen door Amerikaanse bedrijven.
In principe heeft Trump natuurlijk gelijk, want de globalisering heeft ervoor gezorgd dat hele happen uit economieën worden genomen door buitenlandse economische grootmachten. Zeker
China maakt daar gebruik van, terwijl het natuurlijk een gecentraliseerd bestuurd land is, waardoor Chinese kopers van buitenlandse bedrijven ook gelijk direct of indirect zullen vallen onder de Chinese regering. Trump stelt dus een serieus probleem aan de kaart, maar een
handelsoorlog met Westerse landen heeft geen zin. Het is een heel ander proces, omdat economieën gebaseerd op de vrije markt een ander fundament hebben dus niet direct een 'gevaar' vormen voor de
Verenigde Staten.
Daarnaast kent een
handelsoorlog inderdaad alleen maar verliezers, omdat het uitmondt in landjespesten. Andere landen zo veel mogelijk pijn doen, waardoor prijzen zullen worden opgedreven en de enige verliezers daarbij zijn de consumenten. Toch heeft Trump zich geliefd gemaakt door zijn protectionistisch handelen. Het valt nog te bezien wat voor effecten zijn beleid zal hebben, maar de kans is groot dat het geen positieve effecten zullen zijn.