Aan hen die vrijheid beloven en haar begrenzen zodra zij worden tegengesproken
Gebaseerd op een tweet van mr. dr. Thierry Baudet, oprichter van Forum voor Democratie. Onderstaande akte is een zelfstandige uitwerking van de daarin verwoorde aanklacht en geen letterlijke weergave van de tweet. Wij, burgers die aanspraak maken op onze onvervreemdbare plaats in het openbare leven, leggen hierbij een verklaring af.
Wij nemen afstand van de gedachte dat de instellingen van een democratische rechtsstaat toebehoren aan degenen die er tijdelijk de leiding over hebben. Wij verwerpen de aanspraak van politieke partijen, bestuurders en maatschappelijke instellingen om namens vrijheid, tolerantie en democratie te spreken, terwijl zij diezelfde beginselen voor hun tegenstanders afhankelijk maken van instemming met de heersende opvattingen.
Onze trouw geldt de vrijheid, de rechtsstaat en de democratie. Wie zich op die beginselen beroept, moet bereid zijn zich eraan te onderwerpen.
Ook wanneer dat ongemakkelijk wordt. Ook wanneer een tegenstander wint.
I Over de oorsprong van gezag
Aan de historische Akte van Verlatinghe ontlenen wij een beginsel dat zijn betekenis behoudt: gezag bestaat ter wille van de gemeenschap die eraan is toevertrouwd. De gemeenschap bestaat niet ter wille van haar gezagsdragers.
Openbare macht is een opdracht. Zij verschaft niemand het eigendomsrecht op het land, zijn instellingen of zijn toekomst.
Een verkiezingsuitslag verleent een tijdelijk mandaat. Een benoeming verleent een omschreven bevoegdheid. Een publieke functie brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Geen van deze zaken verschaft morele onfeilbaarheid.
Daarom mogen burgers hun bestuurders beoordelen, hun besluiten bestrijden en hun vervanging nastreven. Zij mogen bovendien de uitgangspunten van het gevoerde beleid fundamenteel betwisten.
Dat recht vormt het hart van een vrije politieke gemeenschap.
Wie burgers uitnodigt mee te praten, moet aanvaarden dat zij iets anders kunnen willen. Wie hun vraagt te stemmen, moet kunnen verdragen dat zij anders stemmen dan gehoopt. Wie een open samenleving verdedigt, moet ruimte laten voor initiatieven die buiten de gevestigde kring ontstaan.
Anders verwordt deelname tot een plechtigheid waarvan de uitkomst bij voorbaat vaststaat.
II Over de betekenis van democratie
Democratie vereist dat politieke macht daadwerkelijk kan worden gecorrigeerd.
Daarvoor zijn verkiezingen nodig, maar verkiezingen alleen volstaan niet. Burgers moeten zich kunnen organiseren, informatie kunnen verspreiden, steun kunnen verwerven en langs vreedzame weg invloed kunnen uitoefenen.
Hun deelname moet gevolgen kunnen hebben.
Een samenleving waarin men vrij mag spreken zolang niemand luistert, en vrij mag stemmen zolang de machtsverhoudingen intact blijven, biedt een uitgeholde vorm van burgerschap.
De doorslaggevende vraag luidt daarom: kunnen burgers langs de toegestane wegen werkelijk verandering tot stand brengen?
Of worden die wegen versmald zodra zij door de verkeerde mensen met succes worden bewandeld?
Wij verlangen geen garantie op overwinning. Wij verlangen een eerlijke mogelijkheid om te winnen, te verliezen en opnieuw deel te nemen.
III Over het referendum en de geloofwaardigheid van inspraak
Bij het Oekraïnereferendum van 2016 stemde 61 procent van de deelnemers tegen de goedkeuringswet. Het betrof een raadgevend
referendum; de uitslag was juridisch niet bindend. In 2018 werd de Wet raadgevend referendum ingetrokken. Die feiten moeten zorgvuldig worden onderscheiden. [1-3]
Maar met die juridische vaststelling is de politieke vraag niet beantwoord.
Wie burgers een mogelijkheid tot correctie biedt, wekt verwachtingen over hun invloed. Wanneer vervolgens juist het instrument van die invloed wordt afgeschaft, ontstaat een vertrouwensbreuk die meer vergt dan een verwijzing naar de bevoegdheid van een parlementaire meerderheid.
Wat juridisch mogelijk is, verdient nog steeds een democratische rechtvaardiging.
Wij achten het onaanvaardbaar dat burgerinvloed als verrijking van de democratie wordt gepresenteerd zolang haar uitkomsten bevallen, en als bestuurlijk probleem zodra zij gevestigde beleidskeuzes doorkruist.
Wie een referendum gebrekkig vindt, behoort uit te leggen hoe burgers dan wél rechtstreeks en betekenisvol kunnen corrigeren.
De afschaffing van een instrument ontslaat de politiek niet van haar verantwoordelijkheid voor het probleem waarop dat instrument een antwoord moest bieden.
IV Over oppositie en het recht op politieke organisatie
Geen politieke partij heeft recht op regeringsdeelname. Andere partijen mogen samenwerking weigeren. Ook een redactie beslist zelfstandig wie zij uitnodigt, en iedere politicus moet scherpe kritiek verdragen.
Die vrijheden gelden voor iedereen.
Maar er ontstaat een wezenlijk andere situatie zodra een vreedzame politieke tegenstander bij voorbaat buiten de legitieme gemeenschap wordt geplaatst. Zodra zijn kiezers als moreel verdacht worden behandeld. Zodra het bestrijden van zijn argumenten plaatsmaakt voor pogingen zijn bestaansrecht te betwisten.
Daarom vraagt iedere regeling voor een partijverbod de uiterste terughoudendheid. De Raad van State heeft bij het wetsvoorstel voor de Wet op de politieke partijen onder meer gewaarschuwd dat de voorgestelde verbodsgrond onbedoeld breed kon worden opgevat en om nadere precisering gevraagd. Een partijverbod was overigens ook onder bestaande wetgeving al mogelijk. [4]
Een democratische rechtsstaat mag zich beschermen tegen daadwerkelijke ondermijning. Daarbij moet hij zorgvuldig onderscheid maken tussen het bestrijden van democratische vrijheden en het bestrijden van het beleid van degenen die zich hun beschermers noemen.
Een regering is geen democratie. Een coalitie is geen rechtsstaat. Een beleidsconsensus is geen grondrecht.
Wie die zaken met elkaar vereenzelvigt, geeft de zittende macht een gevaarlijk voordeel: iedere fundamentele tegenstander kan vervolgens worden voorgesteld als vijand van het bestel.
Wij eisen dat politieke organisaties worden beoordeeld op aantoonbare doelen en gedragingen, volgens duidelijke regels en door een onafhankelijke rechter. Politieke afkeer kan die beoordeling nooit vervangen.
V Over boeken publieksprijzen en culturele toegang
In 2022 werd de NS Publieksprijs stopgezet wegens gemelde manipulatie van het stemproces. Er werd geen winnaar uitgeroepen. Daarom kan niet als vaststaand feit worden gesteld dat Het Coronabedrog de prijs had gewonnen. In 2023 verviel vervolgens de mogelijkheid een vrije keuze buiten de genomineerde boeken te maken. [5-7]
Onregelmatigheden behoren onderzocht te worden. Een betrouwbare stemming vereist controleerbare stemmen.
Tegelijk blijft een principiële vraag gerechtvaardigd: waarom wordt een probleem met de betrouwbaarheid van stemmen opgelost door de inhoudelijke keuzeruimte van het publiek te verkleinen?
Een publieksprijs ontleent haar betekenis aan het publiek. Hoe sterker de voorafgaande selectie bepaalt waarop dat publiek mag stemmen, hoe beperkter de aanspraak dat hier de voorkeur van de lezer wordt vastgesteld.
Uit deze gang van zaken volgt op zichzelf geen bewijs van een gezamenlijk politiek plan. Wel toont zij hoe belangrijk transparante procedures zijn, juist wanneer controversiële deelnemers veel steun mobiliseren.
Een vrije cultuur vereist ruimte voor onverwacht succes.
Ook voor boeken die de gevestigde orde onaangenaam vindt. Ook voor uitgevers die buiten haar netwerken opereren. Ook voor lezers wier voorkeur niet overeenkomt met die van culturele bestuurders.
VI Over omroepen en de verdraagzaamheid van het publieke bestel
Op 8 september 2026 kondigde de minister een procedure aan om de voorlopige erkenning van
Ongehoord Nederland in te trekken. Daarbij beroept zij zich op wettelijke tekortkomingen. Dat betreft een voorgenomen besluit, waarvan de gronden inhoudelijk moeten worden beoordeeld. [8]
Een publieke omroep moet regels naleven. Journalistieke zorgvuldigheid, behoorlijk bestuur en verantwoording zijn legitieme eisen.
Maar juist bij een omroep die een afwijkend geluid vertegenwoordigt, rust op de verantwoordelijke instanties een zware motiveringsplicht.
Zij moeten concreet aantonen welke regels zijn overtreden, waarom de gekozen maatregel evenredig is en hoe vergelijkbare gevallen worden behandeld. Daarbij moet zichtbaar blijven welk gewicht wordt toegekend aan de pluriformiteit waarvoor het publieke bestel mede bestaat.
Pluriformiteit krijgt pas betekenis wanneer verschillen inhoudelijk iets voorstellen.
Een bestel dat uitsluitend ruimte biedt aan variaties binnen dezelfde overtuiging, kan veel stemmen bevatten en toch weinig tegenspraak toelaten.
Wij verlangen geen vrijstelling van regels voor een bevriende omroep. Wij verlangen regels die ook standhouden wanneer zij worden toegepast op een omroep waarmee de beoordelaars het fundamenteel oneens zijn.
VII Over onderwijs en het recht iets eigens op te bouwen
Rond de Renaissanceschool zijn Kamervragen gesteld over onder meer de onderwijskundige uitgangspunten, gelijke behandeling, de relatie met een politieke partij en mogelijke aanscherping van het toezicht of de wet. Zulke vragen zijn onderdeel van parlementaire controle; zij bewijzen op zichzelf geen onrechtmatige vervolging. [9]
Maar ook hier behoort de maatstaf helder te blijven.
Een school moet goed onderwijs bieden, de veiligheid en rechten van kinderen beschermen en aan wettelijke kwaliteitseisen voldoen. Ouders mogen die eisen niet ontlopen met een beroep op hun overtuiging.
Omgekeerd mag de overheid haar toezicht niet gebruiken om iedere ongewenste overtuiging uit het onderwijs te weren.
Onderwijsvrijheid verlangt dat verschillen kunnen bestaan. Dat ouders en leraren vanuit een eigen levensbeschouwing onderwijs kunnen vormgeven, binnen de grenzen die voor allen gelden.
Wanneer een toegestaan initiatief politieke ergernis oproept, behoort de eerste vraag te zijn of het aan die algemene eisen voldoet.
Een wetswijziging die vooral wordt gemotiveerd door de wens één onwelgevallig initiatief onmogelijk te maken, verdient daarom bijzondere argwaan.
Vrijheid verliest haar betekenis wanneer burgers haar uitsluitend mogen gebruiken voor initiatieven waarvoor de regerende meerderheid zelf gekozen zou hebben.
VIII Over de opeenstapeling van belemmeringen
Deze voorbeelden hebben verschillende achtergronden. Een boekenprijs is geen overheidsorgaan. Een coalitieweigering is geen partijverbod. Toezicht op een school is geen verbod op een overtuiging.
Een ernstige aanklacht moet die verschillen erkennen.
Juist daardoor kan zij de bredere vraag zuiver stellen: hoeveel daadwerkelijke ruimte blijft er voor burgers die buiten de gevestigde instellingen iets willen veranderen?
Iedere afzonderlijke beslissing kan een eigen motivering hebben. Toch verdient ook het gezamenlijke effect aandacht.
Wanneer burgers ervaren dat hun referendum verdwijnt, hun politieke organisatie voortdurend ter discussie staat, hun culturele initiatieven worden gewantrouwd en hun omroep of school onder bijzondere druk komt te staan, groeit de overtuiging dat deelname slechts onder voorwaarden wordt geduld.
Die ervaring bewijst geen samenzwering. Zij vraagt wel om een serieus democratisch antwoord.
Dat antwoord kan niet bestaan uit de mededeling dat de betrokken burgers hun wantrouwen aan zichzelf te wijten hebben.
Vertrouwen ontstaat door controleerbaar rechtvaardig handelen.
IX Over vrijheid die ook voor de ander geldt
Onze aanklacht verplicht onszelf.
Wie vrijheid opeist voor zijn eigen partij, moet haar verdedigen voor een concurrerende partij. Wie ruimte verlangt voor zijn eigen school, moet die ruimte binnen dezelfde wettelijke grenzen aan anderen gunnen. Wie bezwaar maakt tegen politieke uitsluiting, moet zelf bereid blijven tot inhoudelijk debat.
Wij kunnen geen geloofwaardige vrijheid verdedigen die ophoudt bij onze eigen kring.
Daarom verbinden wij ons aan de
vrijheid van meningsuiting, aan vreedzame politieke organisatie, aan onafhankelijke rechtspraak en aan de gelijke burgerrechten van mensen met wie wij diepgaand van mening verschillen.
Ook onze tegenstanders hebben recht op bescherming tegen willekeur.
Deze wederkerigheid verschaft onze aanklacht haar morele grondslag. Wij vragen een vrijheid waarin wij samen met anderen moeten leven, en waarin ook wij kritiek, verlies en teleurstelling zullen moeten verdragen.
X Wat wij verlangen
Wij verlangen herstel van betekenisvolle burgerinvloed, met betrouwbare mogelijkheden om politieke besluiten te corrigeren.
Wij verlangen nauwkeurig begrensde bevoegdheden, openbare motiveringen en effectieve rechtsbescherming wanneer de overheid politieke, journalistieke of onderwijskundige vrijheden beperkt.
Wij verlangen dat publieke instellingen aantoonbaar ruimte bieden aan uiteenlopende overtuigingen en verantwoording afleggen over de wijze waarop zij die opdracht vervullen.
Wij verlangen dat het verbieden van een politieke partij een uiterste middel blijft, omgeven door zware waarborgen en gericht op een aantoonbare bedreiging van de democratische rechtsorde.
Wij verlangen dat onderwijsinstellingen worden beoordeeld op wettelijke kwaliteit, veiligheid en de rechten van leerlingen, met eerbiediging van de vrijheid van richting.
En wij verlangen van gezagsdragers de bescheidenheid te erkennen dat hun tegenstanders eveneens burgers zijn, met een gelijk recht om de toekomst van hun land mede te bepalen.
Deze eisen raken aan de kern van het burgerschap.
XI De verklaring van verlating
Op grond van het voorgaande verklaren wij dat wij onze politieke instemming onthouden aan iedere bestuurscultuur die vrijheid afhankelijk maakt van ideologische volgzaamheid.
Wij aanvaarden geen vanzelfsprekende aanspraak op ons vertrouwen van instellingen die hun eigen openheid verkondigen, maar zich aan controle op die openheid onttrekken.
Wij zullen hun handelen beoordelen. Wij zullen hun motiveringen onderzoeken. Wij zullen hun besluiten waar nodig aanvechten.
Wij zullen gebruikmaken van verkiezingen, publicaties, verenigingen, vreedzame bijeenkomsten en rechtsmiddelen. Wij zullen eigen instellingen opbouwen waar bestaande instellingen tekortschieten.
Onze middelen behoren overeen te stemmen met onze beginselen: openlijk, vreedzaam en met eerbiediging van de rechten van anderen.
Deze akte ontleent haar kracht aan het oordeel en de overtuiging van burgers. Haar doel is het herstel van een politieke verhouding waarin macht verantwoording aflegt en tegenspraak als een recht wordt erkend.
De begrippen democratie, rechtsstaat, tolerantie en open samenleving blijven ons dierbaar. Juist daarom laten wij hun betekenis niet bepalen door degenen die er het luidst een beroep op doen.
Democratie wordt zichtbaar wanneer macht werkelijk kan wisselen.
De rechtsstaat bewijst zich wanneer ook een gehate tegenstander bescherming ontvangt.
Tolerantie krijgt inhoud wanneer een afwijkende overtuiging mag blijven bestaan.
En een open samenleving toont haar karakter wanneer burgers iets tot stand brengen dat haar bestuurders nooit zelf zouden hebben gekozen.
Wij zijn burgers. Ons recht om mee te doen is geen gunst.
Ons vertrouwen moet worden verdiend. Onze vrijheid moet worden geëerbiedigd. En onze tegenspraak behoort tot het land dat ook het onze is.
Bronnen en verantwoording
De aanleiding voor deze akte is een tweet van mr. dr. Thierry Baudet, oprichter van Forum voor Democratie. De politieke argumentatie is zelfstandig uitgewerkt. De genummerde verwijzingen onderbouwen de feitelijke passages in de tekst. Feitelijke stand van de geraadpleegde bronnen op 18 oktober 2026.