Paul Cliteur is columnist voor DDS. Foto: eigen foto.

-Paul Cliteur- Valt de aanval op Iran te rechtvaardigen?

Opinie09 mrt , 12:30
In 1979 gooide de Islamitische revolutie van Khomeini en de zijnen het regime van de sjah omver en vestigde de Iraanse Republiek. Vanaf het begin was het Khomeini-regime populair bij linkse intellectuelen in het Westen. De sjah verdreven, een nieuwe tijd zou aanbreken. Verdedigers van het nieuwe regime waren de Amerikaanse volkenrechtgeleerde Richard Falk en de Franse filosoof Michel Foucault. Er waren echter ook, vanaf het begin, kritische geluiden. De theocratische republiek zou een dictatuur worden of al zijn. Dat laatste standpunt werd vertegenwoordigd door de Amerikaanse jurist Anthony Lewis in visionair artikel in The New York Times uit 1979.
Afbeelding1
Lewis bleek gelijk te hebben. Iran werd een theocratische dictatuur. Khomeini en na hem Khamenei werden tirannen. Maar geen gewone tirannen. Wat was voor hun tirannie essentieel?
Theologie als basis voor politiek
Zij rechtvaardigden hun tirannie met een religieus-theologische argumentatie. Dat wil zeggen: zij bedreven politiek in naam van God. Wie dus tegen het regime was van Khomeini/Khamenei, was eigenlijk tegen God. En wat dient te gebeuren met een tegenstander van God? Inderdaad, die dient te worden geliquideerd. Wat ook gebeurde. Op grote schaal. In naam van God werden allerlei maatregelen doorgevoerd, waaronder de sluiering van de vrouw.
Argumenteren tegen “de wil van God”
Theologisch-religieuze rechtvaardigingen van maatregelen zijn moeilijk aan te vechten, want zelfs de beste redenen om een praktijk te kritiseren vervallen wanneer die maatregelen moeten worden genomen “in naam van God”. Martelen is moreel moeilijk te rechtvaardigen. Maar wat nu als God dat nodig vindt? Tja. Dan moet het maar. Tegen het sluieren van vrouwen zijn bezwaren aan te voeren. Maar wat zijn die bezwaren waard als God zegt dat het moet?
Afbeelding2
Khomeinei en Khamenei waren aanhangers van een theorie over ethiek die bekend staat als de “goddelijke bevelstheorie” van de moraal. Iets is goed, als God het wil. Iets is kwaad, als God het niet wil. Moraal verliest als zelfstandige factor elke betekenis. Moraal is tenslotte uitvoering van het goddelijk bevel.
De rol van de islamitische jurist in de staat
Khomeini werkte zijn goddelijke bevelstheorie uit in “Islamic Government” (Hokumat-e Islami), een serie lezingen door Ayatollah Ruhollah Khomeini in Najaf, Irak, tussen januari en februari in 1970. Hier wordt de grondslag gelegd voor de Wilayat al-Faqih (“Guardianship of the Jurist”), waarbij een belangrijke verantwoordelijkheid wordt gelegd voor het bestuur van de staat bij de islamitische juristen. Het theocratische element is hier dat het bestuur van de staat wordt gelegd bij mensen die een religieus-theologische rechtvaardiging geven voor de politiek.
De goddelijke bevelstheorie en kernwapens
In vele situaties is het niet nodig te discussiëren met aanhangers van de goddelijke bevelstheorie van de moraal. Wanneer iemand zegt “ik eet geen varkensvlees want dat heeft God verboden” dan zeg je: “prima, doe vooral niet wat God je heeft verboden”. Maar wat nu wanneer een aanhanger van de goddelijke bevelstheorie tegen je zegt: “ik moet nu een kernbom op jouw land gooien want dat beveelt God”? Dan komt het een beetje anders te liggen. Dan kan je niet heen om een vergaande discussie over de voorgestelde praktijk, te weten het gooien van een kernbom.
Mogen aanhanger van de goddelijke bevelstheorie de beschikking krijgen over kernwapens?
Nu hebben Israël en de Verenigde Staten de aanval geopend op Iran, onder andere omdat Iran bezig is met het ontwikkelen van kernwapens. Mag dat? In beginsel schrijft het internationaal recht voor dat geweld tegen een andere natiestaat alleen gerechtvaardigd is in het kader van zelfverdediging. De tegenstanders van de aanval zeggen: dat was hier niet het geval. Dit is dus een agressieoorlog. Maar voorondersteld aan een dergelijke verwerping van de aanval van Israël en de Verenigde Staten is dat deze niet kan worden geconstrueerd als zelfverdediging. En is dat zo?
Mag Israël zich verdedigen tegenover een staat geregeerd door theologen?
Daar valt wel iets op af te dingen. Iran is, zoals gezegd, een staat die geregeerd wordt door theologen. Die volgen hun eigen logica. De logica van de goddelijke bevelstheorie van de moraal namelijk. Staten die dat doen zijn, eerlijk gezegd, levensgevaarlijk. Zij mogen nooit de beschikking krijgen over kernwapens. Dat Israël daaraan nu de uiterste consequentie verbindt is wel begrijpelijk. Maar Israël dan? Die heeft toch ook de beschikking over kernwapens? En die onderdrukken toch de Palestijnen? Het antwoord is: de staat Israël is geen theocratische staat. De staat Israël wordt niet geleid door theologen die kernbommen gooien op grond van religieuze overwegingen.
Geen kernwapens voor theocratieën
De consequentie van dit standpunt is, inderdaad, dat de wereldgemeenschap groot belang moet hechten aan de situatie dat staten die de goddelijke bevelstheorie onderschrijven nooit de beschikking mogen krijgen over kernwapens. Militaire acties om te voorkomen dat theocratische staten de beschikking krijgen over kernwapens kunnen dus wellicht worden gezien als een vorm van zelfverdediging.
Op het eerste gezicht lijkt dat vreemd. Immers het VN-Handvest verbiedt geweld tegen andere staten, behalve met mandaat van de Veiligheidsraad of uit zelfverdediging. Artikel 51 formuleert dat klassiek als reactie wanneer een gewapende aanval plaatsvindt. Het Internationaal Gerechtshof heeft dat uitgangspunt herhaald in zaken als Nicaragua en Oil Platforms. In het geldende volkenrecht wordt ook preventieve zelfverdediging in het algemeen niet erkend. Maar wat wel enige erkenning vindt, ook in het internationale recht, is de pre-emptieve aanval. Het militair reageren op een aanval die zeker en dreigend is. En kunnen we daarvan niet spreken in het geval van Iran?
Het argument van de pre-emptieve aanval wordt versterkt door het feit dat Iran allerlei bewegingen financiert die direct aanvallen inzetten op Israël, zoals Hamas en Hezbollah of de Houthi’s.
De fatwa als bewijs voor de wijze van optreden van Iran
Al deze zaken maken het zeer waarschijnlijk dat Iran kernwapens zal inzetten op grond van religieus-theologische overwegingen wanneer men eenmaal de beschikking heeft over een kernbom. Dat weten we op grond van een hele serie van andere situaties waarbij Iran zich heeft beroepen op de goddelijke bevelstheorie van de moraal ter rechtvaardiging van de meest immorele zaken. Denk aan de fatwa door Khomeini over Rushdie. Die vond plaats in 1989. Tien jaar na de revolutie dus. Khomeini gaf opdracht tot het vermoorden van Rushdie omdat hij een godslasterlijk boek had geschreven. Dat was niet een doodsvonnis over 1 boek van 1 schrijver. Het was een doodsvonnis over álle boeken die soortgelijke thema’s behandelen als Rushdie deed. Het was dus ook een doodsvonnis over álle westerse schrijvers. En omdat vrijheid van expressie een kernwaarde was van de westerse cultuur was het ook een doodsvonnis over die kernwaarde. En over alle mensen die geloven in die kernwaarde, dus alle burgers die leven in democratische rechtsstaten. Eigenlijk zou toen, in 1989, al militaire actie uit zelfverdediging mogelijk zijn geweest. Maar dat gebeurde niet. Het Westen bleef doormodderen. Natuurlijk zijn ook andere rechtvaardigingen te presenteren voor ingrijpen in Iran. Er is ook het argument van de humanitaire interventie: je kunt eenvoudigweg niet toestaan dat het regime doorgaat met het uitmoorden van de eigen bevolking. Maar het argument van zelfverdediging tegen een theocratie die op basis van religieus-theologische redenen gebruik zal maken van nucleaire wapens is ook sterk. Zou het internationaal recht niet óók voorschrijven dat de sterkste macht moet ingrijpen tegenover de bully die het hele systeem van het internationale recht omver haalt?
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading