Wie in dit land nog gelooft dat het kabinet-Jetten ook maar een greintje fatsoen in het lijf heeft, moet de antwoorden lezen die D66-minister Elanor Boekholt-O'Sullivan en CDA-minister Mirjam Sterk gisteren naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. Een dochter die al jarenlang dag en nacht zorgt voor haar doodzieke moeder, nadat haar vader al eerder is overleden, dreigt na het overlijden van haar moeder door de woningcorporatie uit het ouderlijk huis te worden gezet. En wat doen Boekholt en Sterk? Die wassen hun handen in bureaucratische onschuld en verwijzen de wanhopige dochter ijskoud naar de rechtbank. Het verhaal waarover PVV-Kamerleden Jeremy Mooiman en Vicky Maeijer vragen stelden naar aanleiding van berichtgeving in het Eindhovens Dagblad, snijdt dwars door je ziel. Een vrouw zet jarenlang haar eigen leven stil om haar ongeneeslijk zieke moeder thuis te verzorgen. Dat bespaart de samenleving en de verpleeghuiszorg tienduizenden euro's per jaar en geeft een stervende moeder de kans om in haar eigen vertrouwde omgeving verzorgd te worden door haar eigen kind. Maar toen de dochter vroeg om als medehuurder op het contract van de corporatiewoning te komen, weigerde de woningcorporatie dat. Zodra haar moeder het laatste ademtochtje uitblaast, mag de dochter haar koffers pakken.
Je zou verwachten dat twee bewindslieden van een kabinet dat de mond vol heeft over 'omzien naar elkaar' direct ingrijpen tegen zulke harteloosheid. Zeker omdat CDA-minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg precies degene is die vanaf 2029 de huishoudelijke hulp via de Wmo achter de voordeur wil schrappen en bij elk debat roept dat kinderen, buren en familieleden veel meer mantelzorg moeten leveren. Eerst dwingt het CDA kinderen om het werk van wegbezuinigde zorgmedewerkers over te nemen, en als hun ouder vervolgens overlijdt, worden diezelfde kinderen als een uitgeperste citroen bij het grofvuil gezet.
In haar antwoorden begint D66-minister Boekholt met het soort stroop waarvan elke Nederlander inmiddels misselijk wordt. Ze schrijft dat ze "de inzet van kinderen die mantelzorgers zijn van hun ouders" ten zeerste waardeert en erkent dat mantelzorgers een "onmisbare rol vervullen in de Nederlandse samenleving". Maar voor gratis complimentjes van een D66-minister koop je geen dak boven je hoofd. Zodra het om de knikkers gaat, trekt Boekholt haar handen er volledig vanaf.
Volgens de minister gaat zij niet over individuele gevallen en ligt het oordeel of er sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding bij de woningcorporatie. En als de corporatie nee blijft verkopen terwijl je moeder op sterven ligt? Dan heeft Boekholt een geweldige tip: dan "kunnen de huurder en/of de medebewoner de rechter vragen hem/haar die positie te verschaffen". Zie je het voor je? Je verzorgt dag en nacht je ongeneeslijk zieke moeder, je bent fysiek en emotioneel volkomen gesloopt, en van het kabinet-Jetten mag je in die laatste levensfase een slepende rechtszaak tegen een machtige woningcorporatie gaan uitvechten.
Bijna duizend volwassen wezen per jaar in de knel
Alsof deze ene zaak nog niet erg genoeg is, blijkt uit de cijfers die Boekholt zelf in haar vijfde antwoord moet prijsgeven hoe groot dit probleem werkelijk is. Volgens gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ging het in het laatst bekende meetjaar om bijna 1.000 volwassen wezen van 28 jaar of ouder (circa 930 huishoudens) die na het overlijden van hun hurende ouder of ouders achterbleven in een huurwoning. Daarvan woonden maar liefst 865 personen, verdeeld over 800 huishoudens, in een woning van een woningcorporatie.
De huidige Wet huurbescherming weeskinderen geldt namelijk alleen voor wezen tussen de 16 en 28 jaar. Ben je 29, 35 of 45 jaar oud en ben je bij je zieke vader of moeder ingetrokken of gebleven om te mantelzorgen, dan val je buiten die bescherming. Boekholt schermt ermee dat zij met de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werkt aan een nieuw wetsvoorstel voor achterblijvende volwassen wezen, maar die wet is nog altijd niet van kracht.
En wat krijgen die mantelzorgende kinderen in de tussentijd? Volgens Boekholt kunnen verhuurders hen hooguit "een tijdelijk huurcontract van maximaal twee jaar" aanbieden, en in haar zesde antwoord schrijft ze monter over de coulance van corporaties: "Meestal krijgen zij een half jaar of langer de tijd om een andere woning te zoeken." Een half jaar tijd. Op een totaal vastgelopen woningmarkt waar de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning zeven tot tien jaar bedraagt, is een opzegtermijn van zes maanden na de begrafenis van je moeder gewoon een uitgesteld vonnis tot dakloosheid.
Dit is smerige Haagse chantage van de bovenste plank: wel profiteren van gratis mantelzorg aan het sterfbed, maar na de uitvaart staat de verhuiswagen van de corporatie voor de deur.
De walgelijke smoes van Boekholt: 'huurcontracten die nooit meer eindigen'
Het allerergste zinnetje uit al haar antwoorden staat midden in het zesde antwoord van Boekholt. Daar legt de D66-minister uit waarom de wet zo streng is tegen kinderen die bij hun ouders inwonen en waarom zij na het overlijden van hun ouder niet zomaar in het huis mogen blijven wonen. Ze schrijft letterlijk: "Dit criterium in de wet is opgenomen om al die mensen die al zo lang op de wachtlijst staan te beschermen tegen huurcontracten die nooit meer eindigen."
Lees die zin nog een keer, want de minachting spat van het papier. Een Nederlandse dochter die jarenlang in dat huis heeft gewoond en haar doodzieke moeder heeft verzorgd, moet eruit worden gezet om de wachtlijst te beschermen tegen "huurcontracten die nooit meer eindigen". Maar als die dochter uit haar ouderlijk huis wordt gejaagd, waar denkt Elanor Boekholt-O'Sullivan dan dat zij naartoe gaat? Dan belandt zij toch zelf onderaan diezelfde eindeloze wachtlijst, of bij de maatschappelijke opvang!
En het wordt nog veel bonter wanneer je kijkt wie er op die wachtlijst wél met voorrang en met een vast huurcontract dat nooit eindigt wordt binnengedragen. Uit de nieuwste CBS-cijfers bleek deze week nog dat inmiddels meer dan één op de vijf starters in een corporatiewoning een statushouder is. Die hoeven geen acht jaar te wachten, die hoeven geen terminale ouder te verzorgen en die hoeven ook niet naar de rechter te stappen om een dak boven hun hoofd af te dwingen.
Doodse stilte over de voorrang voor statushouders
Precies die pijnlijke tegenstelling legden de Kamerleden in hun achtste en laatste vraag voor aan Boekholt en Sterk. Zij vroegen of het niet "een ongelooflijke schande zou zijn en volslagen onverkoopbaar aan de samenleving" wanneer familieleden die jarenlang hun zieke ouder verzorgen dakloos raken, terwijl asielzoekers met een verblijfsstatus wél direct voorrang krijgen bij de toewijzing van een sociale huurwoning.
En hoe beantwoordt D66-minister Boekholt die vraag? Door het woord '
statushouders' in haar antwoord op de vragen 7 en 8 compleet dood te zwijgen! Ze negeert het hele tweede deel van de vraag en herhaalt als een kapotte grammofoonplaat dat zij ziet
"dat corporaties meedenken over oplossingen om te voorkomen dat mensen op straat gezet worden".
Statushouders krijgen van deze D66-minister de rode loper, de mantelzorger krijgt na de uitvaart de deurwaarder.Het is dezelfde D66-minister Boekholt die eerder het wetsvoorstel om de verplichte voorrang voor statushouders te verbieden in mei bij de Tweede Kamer introk en op de lange baan schoof. Voor asielzoekers uit Syrië, Eritrea en Somalië kan elke wet worden opgerekt, kan elke gemeente door CDA-minister Bart van den Brink worden gedwongen en staan de sleutels van onze sociale huurwoningen klaar.
Maar een Nederlandse dochter die jarenlang de zorgtaak op haar schouders neemt waar de overheid zelf op bezuinigt, krijgt van D66 en het CDA te horen dat ze de wachtlijst niet mag blokkeren en maar een advocaat moet zoeken. Draai dit zieke beleid per direct terug: schrap elke vorm van woonvoorrang voor statushouders en leg vandaag nog wettelijk vast dat mantelzorgende kinderen die voor hun zieke ouders hebben gezorgd nooit of te nimmer uit het ouderlijk huis mogen worden gezet.
Help ons terug op Facebook. Ze wilden ons stil krijgen. Laat zien dat dat niet lukt: like De Dagelijkse Standaard op Facebook, zet meldingen aan en deel onze berichten met vrienden en familie.