Nederlandse gevangenissen zitten zo vol dat de rechtsstaat kraakt. Sinds eind 2024 geldt “code zwart”. De bezetting lag toen boven de 99,5 procent. Politiecellen liepen eveneens vol en duizenden veroordeelden wachtten op de uitvoering van hun straf.
Het kabinet komt nu met een actieplan. Er moeten soberdere regimes komen. Gevangenen kunnen in de laatste fase van hun straf eerder naar een lichter beveiligingsniveau. Enkelbanden worden vaker ingezet. De gevangenis in Almere gaat weer open, maar levert pas op langere termijn 320 plaatsen op.
Ondertussen blijft een voor de hand liggende mogelijkheid onderbenut: veroordeelde buitenlanders die daarvoor juridisch in aanmerking komen hun straf in het land van herkomst laten uitzitten en vreemdelingen zonder verblijfsrecht na hun straf daadwerkelijk uitzetten.
DDS BLIJFT OPKOMEN VOOR EEN RECHTSSTAAT DIE CRIMINELEN STRAFT EN NEDERLANDERS BESCHERMT. Help ons de slappe oplossingen en bestuurlijke excuses te blijven ontmaskeren. Doneer via Rabobank: NL95RABO0159098327 t.n.v. Liberty Media, of steun ons via BackMe. Uw bijdrage houdt een onafhankelijke, rechtse stem in leven. De bajescrisis is door de overheid zelf veroorzaakt
De crisis kwam niet uit de lucht vallen. Gevangenissen zijn gesloten, onderhoud werd uitgesteld en het personeelstekort liep op. Nu dreigt een situatie waarin arrestanten moeten worden weggestuurd en veroordeelden hun straf pas veel later kunnen uitzitten.
Het
nieuwe kabinetsplan moet de druk verminderen. Volgens berichtgeving moet het pakket ruim 1.700 plaatsen opleveren. Vrijwel alle gevangenen krijgen tijdens de eerste fase een soberder regime van maximaal twaalf weken. Later in de straf moeten meer gedetineerden kunnen doorstromen naar werk, opleiding, verlof of elektronisch toezicht.
Re-integratie kan zinvol zijn voor mensen die na hun straf terugkeren in de Nederlandse samenleving. Maar bij buitenlanders die na hun straf Nederland moeten verlaten, behoort terugkeer naar de Nederlandse maatschappij niet het uitgangspunt te zijn. Hun terugkeer moet gericht zijn op het land waar zij naartoe gaan.
Migratieachtergrond is niet hetzelfde als buitenlandse nationaliteit
Hier moet de politiek exact blijven. Niet iedereen met een migratieachtergrond is een buitenlander. Iemand kan in Nederland geboren zijn en gewoon de Nederlandse nationaliteit hebben. Zo iemand kan niet simpelweg naar het land van zijn ouders of grootouders worden gestuurd.
Het gaat om gedetineerden met een buitenlandse nationaliteit die onder de voorwaarden voor strafoverdracht vallen, en om vreemdelingen die na hun straf geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben.
Voor die groep bestaan al regelingen. De
Dienst Justitiële Inrichtingen legt uit dat niet-Nederlanders via de WOTS of WETS hun Nederlandse straf in een ander land kunnen uitzitten. Het vonnis moet onder meer onherroepelijk zijn en er moet nog voldoende strafrestant over zijn.
Het probleem is de uitvoering. Procedures verlopen traag, landen werken niet altijd mee en veroordeelden kunnen bezwaar maken. Het
Openbaar Ministerie erkent dat overdrachtsprocedures vaak zo lang duren dat een groot deel van de straf al voorbij is voordat een gedetineerde naar zijn eigen land terugkeert.
Dat is bestuurlijk onvermogen met zeer concrete gevolgen.
Maak strafoverdracht een topprioriteit
Bij iedere buitenlandse gedetineerde moet vanaf het begin van de straf worden onderzocht of overdracht mogelijk is. Niet pas wanneer de einddatum nadert. Niet nadat formulieren maanden op een bureau hebben gelegen.
Nederland moet bovendien veel steviger onderhandelen met herkomstlanden. Ontwikkelingshulp, visa, handelsvoordelen en diplomatieke samenwerking mogen niet losstaan van de bereidheid om eigen onderdanen terug te nemen.
Wie Nederlandse steun wil, moet ook verantwoordelijkheid nemen voor eigen burgers die hier misdrijven plegen.
Bij EU-landen zou overdracht in veel gevallen sneller moeten kunnen verlopen. Buiten de EU zijn verdragen en medewerking nodig, maar ook daar kan Nederland veel offensiever opereren.
Eerst criminelen overdragen, dan pas lichtere regimes
Het kabinet begint aan de verkeerde kant. Voordat Nederlandse veroordeelden eerder naar een lichter regime worden verplaatst of vaker met een enkelband buiten de gevangenis verblijven, moet iedere beschikbare mogelijkheid tot buitenlandse strafoverdracht zijn benut.
Slachtoffers moeten erop kunnen vertrouwen dat een opgelegde straf wordt uitgevoerd. Een gevangenisstraf mag geen administratieve suggestie worden omdat de overheid jarenlang te weinig personeel heeft geworven en gebouwen heeft gesloten.
Het uitgangspunt moet glashelder zijn: Nederlandse cellen zijn in de eerste plaats bedoeld om vonnissen uit te voeren die hier niet elders kunnen worden uitgevoerd. Wie een buitenlandse nationaliteit heeft en zijn straf rechtsgeldig in eigen land kan uitzitten, moet zo snel mogelijk worden overgedragen. Na de straf moet bij ontbrekend verblijfsrecht uitzetting volgen.
Dat is geen extremisme. Dat is gezond verstand.
VINDT U OOK DAT VEILIGHEID EN GERECHTIGHEID BOVEN DE BEHOEFTEN VAN HET BESTUURLIJKE APPARAAT MOETEN STAAN? Steun DDS via BackMe of doneer direct aan Liberty Media via NL95RABO0159098327. Samen zorgen we dat het cellentekort niet wordt misbruikt om veroordeelden steeds meer vrijheid te geven.