Demissionair premier Dick Schoof kijkt met gemengde
gevoelens terug op zijn tijd in het Torentje. In een speciale uitzending van Café
Kockelmann op NPO 2 sprak hij uitgebreid met Sven Kockelmann over zijn
premierschap. Op de vraag welk rapportcijfer hij zichzelf geeft, antwoordt
Schoof eerlijk: “Ik denk ergens tussen de zes en de zeven.” Dick Schoof werd op 2 juli 2024 minister-president van
Nederland. Hij trad aan als partijloos premier van een coalitie bestaande uit
PVV,
VVD,
NSC en BBB. Die constructie was politiek bijzonder en bleek in de
praktijk lastig vol te houden.
Schoof erkent dat de regeringsperiode uiteindelijk te kort
was om grote plannen af te ronden. “Na elf maanden zijn we gevallen. We wilden
best wel veel in gang zetten. Dat hebben we misschien ook wel gedaan, als je
kijkt naar asielwetten en wat we op het gebied van veiligheid hebben gedaan. We
hebben veel in de steigers gezet, maar niets kunnen afmaken.”
De val van het kabinet begon toen de
PVV van Geert Wilders
zich terugtrok uit de coalitie. Twee maanden later stapte ook NSC eruit. Schoof
is daar kritisch over: “Je kunt moeilijk zeggen dat iets een succes is als het
na elf maanden valt en vervolgens na dertien maanden nog een tweede partij
eruit stapt.”
Toch weigert hij zijn kabinet als mislukt te bestempelen.
Volgens hem zijn wel degelijk stappen gezet, vooral rond het asieldossier.
“Grip krijgen op asiel was een belangrijk onderdeel van het hoofdlijnenakkoord.
Daar hebben we echt stevig over gevochten. De asielwetten hebben we een heel
eind kunnen brengen. Jammer genoeg niet door de Eerste Kamer.”
Persoonlijke impact van het premierschap
Tijdens het interview wordt duidelijk dat het premierschap
een zware persoonlijke tol eiste. Bij het zien van beelden uit zijn
regeerperiode raakt Schoof zichtbaar geëmotioneerd. “Als je die beelden ziet
denk je: jeetje, wat is er ontzettend veel gebeurd.”
De voortdurende kritiek was soms moeilijk. “Heel veel
commentaar raakt je. En tegelijkertijd ben ik de eerste die zegt: als je daar
niet tegen kan, moet je dit ambt niet vervullen.”
Volgens Schoof had vooral zijn directe omgeving het zwaar.
“Voor mijn vriendin en mijn dochters was het soms moeilijker dan voor mij. Zij
kijken niet naar de premier, maar naar hun partner of hun vader.”
Ook zijn keuze om leiding te geven aan een kabinet met de
PVV zorgde voor spanningen. Hij moest zich tegenover vrienden verdedigen. “Ja,
dat klopt.” Vrienden verloor hij naar eigen zeggen niet. “Nou, nog niet. En ik
hoop dat het nu ook niet meer gaat gebeuren.”
Steun De Dagelijkse Standaard!
De overheid probeert kritische stemmen het zwijgen op te leggen, online en offline. Wij laten ons niet blokkeren! Help ons om de macht te blijven controleren. Steun ons via BackMe of maak uw bijdrage over op NL95RABO0159098327 t.n.v. Liberty Media. En let op: als u ons via BackMe steunt, krijgt u gratis en voor niets elke dag onze exclusieve SubStack-column zo, hop, in uw email inbox! ‘Stomverbaasd’ toen hij werd gevraagd
Schoof vertelt dat hij aanvankelijk nauwelijks kon geloven
dat hij premier moest worden. Toen Geert Wilders hem belde, dacht hij dat het
een grap was. “Ik dacht: dit moet een uit de hand gelopen grap zijn.”
Kort daarna sprak hij met toenmalig premier Mark Rutte. Die
stelde hem gerust en maakte het premierschap volgens Schoof kleiner dan hij had
verwacht. Toch wist Schoof dat hij aan een zware taak begon. “Ik wist dat dit
een hele ingewikkelde klus zou worden, met veel verantwoordelijkheid en
vermoedelijk ook veel gedoe, nationaal en internationaal.”
Wat hij het moeilijkst vond? De constante publieke aandacht.
“Dat je permanent onderwerp van gesprek bent en dat iedereen het telkens over
je heeft. Dat weet je vooraf, maar als je het zelf ervaart is het toch anders.”
Stoppen overwoog hij nooit serieus, al dreigde hij intern wel twee keer met
opstappen om politieke oplossingen af te dwingen.
Hij noemt zijn prestaties geen groot succes, maar ook geen
mislukking. Het rapportcijfer blijft daarom bescheiden. “In ieder geval een
voldoende. Ik denk ergens tussen de zes en de zeven.”