Terug uit het Heilige Land

Foto:

Afgelopen donderdagavond landde ik na twee uur vertraging (het vliegveld Ben Gurion is doelwit voor de raketten van Hamas) weer veilig op Schiphol, na een journalistenreis van acht dagen naar Israël en een privé-verblijf van vier dagen in Jeruzalem.

De reis was door het CIDI georganiseerd en bracht ons naar Jeruzalem (met bezoeken aan de Knesset en Yad Vashem en een rondleiding door de oude en de nieuwe stad, inclusief de Joodse uitbreidingswijk Gilo), Ramallah (het graf van Yasser Arafat en een bezoek aan het vluchtelingenkamp al-Amari), Rawabi (een in aanbouw zijnde Palestijnse stad ten noorden van Ramallah), Shilo (een Joodse nederzetting diep op de Westbank), een kibboets in de buurt van Afula, de Golan (vanwaar we de rookpluimen van de oorlog in Syrië konden zien), een ziekenhuis in Noord-Israël bij de Libanese grens (waar Syrische oorlogsslachtoffers werden verpleegd), Haifa, Tel Aviv en Sderot (waar de nacht ervoor dertig raketten terecht waren gekomen en vanwaar we vanaf een uitzichtspunt Gaza konden zien liggen). Een enerverende trip, met een razendvol programma, waarin we van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat allerlei mensen hebben gesproken en lezingen kregen waarbij alle facetten van het conflict tussen Israël en de Palestijnen aan bod kwamen. Bepaald geen vakantiereis dus. Dat gold ook voor het privé-gedeelte in Jeruzalem, dat voor ontspanning en sight seeing was bedoeld, maar in het teken kwam te staan van ‘the situation’. Dat wil zeggen: het afschieten van raketten door Hamas, de onrust in de Arabische stadsdelen van Jeruzalem na de ontvoeringen van en moord op Joodse en Palestijnse tieners, en de airstrikes in Gaza door de Israëlische luchtmacht in het kader van de operatie Protective Edge.

Over deze reis wil ik de komende weken meer gaan schrijven, maar de indrukken zijn nog vers en hebben nog weinig vorm. Niet dat mijn kijk op het conflict erdoor is veranderd. Ik ging er als pro-Israël naartoe en kwam als pro-Israël terug. Ik zeg het er maar bij, omdat je het conflict in het Midden-Oosten naar mijn mening niet kunt begrijpen zonder partij te kiezen en je scherp bewust te zijn van de eigen voorkeuren (die in mijn geval ook altijd pro-westers zijn). Journalisten die beweren dat je dan niet objectief bent, of niet kritisch, praten onzin, hanteren dubbele (in de praktijk antiwesterse) maatstaven en zijn naar mijn idee (en ervaring) een makkelijke prooi voor de oorlogspropaganda van alle (antiwesterse) partijen die volstrekt ten onrechte als gelijkwaardige ‘narratives’ worden voorgesteld.

Natuurlijk doet ook Israël zijn best de eigen positie zo gunstig mogelijk voor te stellen. Maar er is een groot verschil tussen de serieuze en controleerbare wijze waarop de Israëli’s dit doen, en de stelselmatige leugenachtigheid waarmee de Palestijnen Israël overal de schuld van geven. Ik kom daar nog op terug. Hier volstaat mijn indruk dat er van Arabische zijde eigenlijk geen enkele relatie tot het begrip ‘waarheid’ bestaat, behalve een puur politieke die tot infantiel complotdenken leidt. Die indruk had ik al en is door mijn bezoek nog veel meer versterkt. Wie dat een partijdige vaststelling vindt, moet dat vooral doen. Ik denk dat de westerse media in een propagandistische valkuil trappen als zij niet zien dat de Israëli’s en de Palestijnen/Arabieren er geheel verschillende morele maatstaven op nahouden. De Joodse staat is kritisch, ook op zichzelf, waar de Arabieren/Palestijnen zich door hun eigen propaganda (verhalen of ‘narratives’) voortdurend bij de neus nemen. Wat een realistisch vredesakkoord onmogelijk maakt.

Ik laat het hier even bij, maar niet nadat ik mijn bewondering (en bevreemding) heb uitgesproken voor de manier waarop de bevolking op de permanente spanningen en oorlogsdreiging reageert. Dat geldt zowel de (gewone) Joden als de (gewone) Palestijnen, die hun normale leven te midden van alle krankzinnigheid zoveel mogelijk trachten voort te zetten. In de oude stad van Jeruzalem was het de afgelopen week elke dag minder druk dan de dag ervoor. Maar van de onderlinge haat, die ongetwijfeld verder moet zijn toegenomen, was niet veel te merken. Op straat waren de mensen hun emoties de baas, wat op een geweldige zelfbeheersing duidt. Al is het Heilige Land aan alle kanten enorm lawaaiig, ook in het seculiere kamp, dat zich eveneens nogal zelfgenoegzaam en opdringerig (tegenover de niet-seculieren) opstelt. Toen afgelopen dinsdagavond (Brazilië – Duitsland moest nog beginnen) in Jeruzalem het luchtalarm afging, dacht ik aanvankelijk dat dit bij de knalharde ‘muziek’ hoorde die vanuit de openluchtarena in Sultans Pool over de hele stad schalde. De band speelde gewoon door. Maar wat een verschrikkelijke ellende is die Israëlische popmuziek! Horen en zien vergaat. Daartegen is geen schuilkelder bestand. De Israëlische popmuziek staat in schril contrast met al het muzikale talent dat het Joodse volk heeft voortgebracht en laat – positief uitgelegd – zien (en horen) dat Joden gelukkig ook hele normale mensen zijn.

U leest het goed, ik kan wel degelijk zeer kritisch zijn over Israël, dat kleine landje dat te midden van een zee van vijandigheid tot zoveel verbazingwekkende prestaties in staat is. Maar de popmuziek hoort daar niet bij, net als het Israëlische voetbal. Vandaar dat iedereen, Joods of Palestijns, voor Oranje was en dat ongevraagd graag wilde laten weten. Ons poldercatenaccio, waarbij we anders dan vroeger liever op eigen helft spelen dan op de helft van de tegenstander, heeft wereldwijd een verzoenende uitwerking. Zelfs in het Heilige Land, waar iedereen zich opsluit achter de (klaag)muren van het eigen gelijk.

Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Like nu onze nieuwe pagina voor nieuws en opinie!