Lage werkloosheid VS teken van kracht?

In de eerste week van oktober werd bekend dat de Amerikaanse werkgelegenheid met maar liefst 248.000 banen in de maand september was gestegen tegen een verwachting van plus 215.000 banen. Ook de stijging in augustus bleek achteraf nog 38.000 banen hoger te liggen dan aanvankelijk gedacht. De stijging dit jaar is de sterkste sinds het eind van de jaren negentig. Goed nieuws, want tevens het werkloosheidspercentage bleek fors te zijn gedaald en wel van 6,1% naar 5,9%. 

Toch vertellen die werkloosheidscijfers niet het hele verhaal. Het aantal Amerikanen dat deel uitmaakt van de beroepsbevolking daalt namelijk steeds verder. De participatiegraad is sinds 1978 niet meer zo laag geweest, en staat nu op een povere 62,7%. De participatiegraad is het percentage dat werkenden plus geregistreerde werkzoekenden uitmaken van de totale bevolking in dezelfde leeftijdscategorie.

Omdat de participatiegraad daalt, zakt alleen daardoor al het werkloosheidscijfer. Daar komt bij dat er ook steeds meer mensen parttime werken, terwijl ze eigenlijk fulltime aan de slag zouden willen gaan. Deze parttimers vallen voor de uren die ze wel zouden willen maar niet kunnen werken ook buiten de statistieken van de werkloosheidscijfers. Ditzelfde geldt in Nederland voor de ZZP-ers. Een deel van de ruim 800.000 ZZP-ers werkt veel minder dan ze willen en kunnen. Deze verborgen werkloosheid wordt niet als zodanig geregistreerd. 

Vroeger konden de monetaire autoriteiten de werkgelegenheidscijfers makkelijk interpreteren. Als het werkloosheidspercentage steeg stagneerde de stijgingen van de loonkosten en andersom als meer mensen aan het werk waren stegen de lonen. Om de inflatie te beteugelen werden de monetaire teugels bij volledige werkgelegenheid aangehaald en bij een recessie weer los gelaten.

Door de lage participatiegraad en het grote aantal parttimers zien we nu de officiële werkloosheid dalen zonder dat de lonen stijgen. Meer mensen met een inkomen zou het economisch herstel kracht bij kunnen zetten.

Sinds midden jaren negentig worden er in de VS ook statistieken bijgehouden over de waarschijnlijkheid dat iemand die werk zoekt daadwerkelijk een baan vindt. Dit percentage stijgt weliswaar, maar ligt ruim onder het historisch gemiddelde en onder de laagste niveaus van voor de financiële crisis.

Op basis van de werkgelegenheidscijfers zal de Federal Reserve waarschijnlijk besluiten om de Amerikaanse rente niet pas volgend  jaar september maar al in de periode maart tot juni te verhogen. Dit zal niet zijn omdat ze bang zijn voor stijgende lonen, maar om de financiële markten te normaliseren. Toch zal de FED extreem voorzichtig te werk moeten gaan, want de economie is echt niet zo sterk als het aan de hand van de werkgelegenheidscijfers soms lijkt.

Abonneer je gratis en voor niets op het Telegram-kanaal van De Dagelijkse Standaard, en word lid van onze spiksplinternieuwe Facebookgroep!

Waardeer jij de artikelen op DagelijkseStandaard.nl? Volg ons dan op Twitter!

In dit artikel

Wie op onze website reageert, gaat akkoord met ons huisreglement.

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.