Column Frits Bosch: Louise Fresco

Louise Fresco, voorzitter raad van bestuur van Wageningen University is tevens columnist van NRC Handelsblad. In haar column ‘De snelle erosie van onze omgangsvormen’ van 12 juli refereert ze naar het boek van antropologe Margaret Mead (1901-1978) getiteld ‘Sex and temperament in three primitive societies’ (1935). Ze meent dat “dit boek de basis vormt voor wat wij tegenwoordig vanzelfsprekend vinden”. Volgens Fresco “is er nauwelijks meer discussie over het feit dat de rollen van vrouwen en mannen minder door biologische kenmerken worden bepaald dan door culturele normen en waarden.”

Ze bedoelt te zeggen dat de rolverschillen tussen mannen en vrouwen meer door ‘nurture’ en minder door ‘nature’ bepaald worden. Fresco stelt voorts dat er “sinds Meade duizenden (!) studies zijn gedaan die dit bevestigen. Ze geeft er blijk van dat ze er geen kennis van heeft genomen. Dat heb ik wel gedaan, zoals in mijn boek ‘Feminisme op de werkvloer’, zij het geen ‘duizenden’. Ik zal hierna aangeven waarom en hoe Fresco de plank naast slaat. Ik baseer me op recent onderzoek en maak een keuze uit het werk van drie wetenschappers, drie vrouwen.

Onderzoek van psychiater en neurowetenschapper prof. Iris Sommer toont dat er een aanzienlijk geestelijk verschil is tussen mannen en vrouwen, anders dan altijd verteld wordt. De verdeling nature versus nurture ligt op 75% aanleg en 25% omgeving. Mannen scoren in ruimtelijk inzicht, reactievermogen, risico nemen. Ze zijn minder terughoudend, minder neurotisch en bezitten meer eigenwaarde. Ze zijn ondernemender, zie start ups. Het verschil in interesse zit in de kinderen zelf, zegt Sommer. Je ziet het zelfs bij jonge aapjes. Dus spelen mannen met ander speelgoed. Het verhaal en gedrag naar mannen toe moet volgens haar anders, met meer begrip en waardering. Mannen moeten inzien dat ze een andere rol spelen, waarin ze hun specifieke competenties tonen. Ze moeten volgens Sommer assertiever zijn en weer betekenis geven aan hun leven, ten gunste van ons aller welzijn. Sommer schetst in haar boek ‘Het vrouwenbrein’ (2021) een beeld hoe hersenen verschillen. Vrouwenbrein is fors kleiner dan van mannen en hun hersenschors telt liefst zeventien procent minder zenuwcellen. Toch doet hun denkvermogen niet onder voor dat van mannen. Persoonlijkheid en interesse is anders. Vrouwen hebben een ander stresssysteem, andere hormonen en een ander immuunsysteem. Ze beschrijft hoe dat verschillen tussen de seksen veroorzaakt. Haar boek laat wat de samenhang is tussen het neurobiologische en het sociaal-maatschappelijke en wijst de weg naar een beter begrip tussen de seksen.

“Wij feministen lazen een hoop teksten, maar nooit iets wat onze opvattingen zouden ondermijnen. Wetenschappelijke literatuur over de basis van sekseverschillen vermeden we zorgvuldig. Dat is een menselijke reflex. Het heet bevestigingsvooroordeel. Mensen zoeken vooral informatie op die in hun straatje past en informatie die er niet in past wordt sowieso verworpen. Die reflex oversteeg ik pas veel later en het zorgde voor een verregaande omslag in mijn mensbeeld en mijn invulling van mijn feminisme. Ik ging me verdiepen in een discipline die door feministen verketterd wordt: de evolutie psychologie… De natuurlijke mannelijke verlangens, emoties en neigingen hoeven toch niet te leiden tot seksueel wangedrag? We hebben ook zelfcontrole, toch? Feministen verklaren seksueel geweld altijd in termen van macht en dominantie. De man zou de vrouw willen domineren en vernederen. Dat klopt niet” meent dr Griet Vandermassen (49), filosofe en evolutionair biologe in haar boek ‘Dames voor Darwin’(2019). Een man die een vrouw dwingt tot seks wordt niet gedreven door overheersing, maar door lust of een verlangen naar seksuele intimiteit. Kijk naar het dierenrijk. Daar zijn geen patriarchale machtsverhoudingen, maar is seksueel geweld ook wijdverspreid. Niet alle natuurlijke menselijke neigingen zijn ook wenselijk. Dat is de bekende ‘naturalistische dwaling’. Sterven in het kraambed en ziektes zijn ook natuurlijk. Dat mannen van nature agressiever zijn ook, maar net zomin wenselijk. Anderen geen leed en schade toebrengen is een van onze belangrijkste morele principes. In een beschaafde samenleving sturen in eerste instantie die morele principes ons gedrag en de politiek, niet de biologie. We bepalen zelf welke aspecten van de biologie we aanvaardbaar vinden. Een jammerlijk gevolg van de #MeToo-beweging is dat we in plaats van vrouwen weerbaarder te maken, vrouwen leren om heel snel geshockeerd te zijn. Dan wordt elke seksuele toenadering beladen en wordt het wel heel steriel allemaal. Erotiek en flirten zijn ook belangrijke dimensies. Aldus VanderMassen. Ze kreeg radicaal feministen over zich heen. Daar kon ze natuurlijk op wachten…

“Er is met jongens op zich weinig aan de hand”, stelt dr Angela Crott (1955) in haar boek ‘Van Pietje Bell tot probleemgeval’ (2013). Crott is oud-onderwijzeres en moeder van twee zoons. In 2011 promoveerde ze aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het proefschrift ‘Van hoop des vaderlands naar ADHD’er’. Ze schetst het beeld van de jongen aan de hand van opvoedingsliteratuur en onderzoek. Aan de hand van honderd jaar literatuur en haar eigen ervaring als onderwijzeres en moeder van twee zoons, toont Crott onze veranderende samenleving, die typisch jongensgedrag steeds minder waardeert. “Jongens hebben geen probleem met ons, wij hebben een probleem met jongens. De eisen die ouders, school en de maatschappij aan jongens stellen doen hun geen goed. Wat hebben jongens wel nodig? Later naar de crèche, stevig ouderlijk gezag, korter en gescheiden onderwijs, en meer begrip voor jongenseigenschappen.” Jongens hebben het lastig: ze halen lagere cijfers dan meisjes, haken eerder af op school en volgen een opleiding op een lager niveau. Ook hebben steeds meer jongens ADHD en ritalin wordt vaak voorgeschreven. Maar volgens Crott is er met jongens niets aan de hand en bestaat ADHD niet. ‘Geslacht wordt niet sociaal bepaald, maar is een biologisch feit’, meldt het Sire rapport van Angela Crott.

Crott: “Onderzoek toont aan dat jongens en meisjes biologisch verschillen en dat de geslachtsorganen niet het enige verschillen zijn tussen seksen. Alle organen functioneren anders, ook de hersenen. Ik ben van mening dat de hersenen van veel feministen en genderdeskundigen in de meisjesstand staan. Het lijkt me duidelijk dat het aanzien van de wetenschap achteruitgaat als de feiten er niet meer toe doen en een ideologie, waarbij feiten het moeten afleggen tegen aannames en gevoelens, de gedragswetenschappen infiltreren.” De campagne van SIRE over jongens heeft heel wat losgemaakt. Vooral feministen en genderdeskundigen hebben van zich laten horen. Ze herhalen hun mantra dat de verschillen tussen de seksen te herleiden is tot nurture. Onderzoek in de neuropsychologie en de biologie, waaruit blijkt dat er wel degelijk zoiets bestaat als natuurlijk jongensgedrag, bestempelen ze als ‘ook maar een mening’. Dit is volgens Crott zeer kwalijk, niet alleen voor het aanzien van de wetenschap, maar ook voor de jongen, de man, en dus ook voor de vrouw en onze samenleving.” Crott kreeg radicaal feministen vol over zich heen. Daar kon ze natuurlijk op wachten…

Zoals Iris Sommer bevestigt verschillen mannen en vrouwen niet alleen fysiek, maar ook geestelijk. De verschillen zijn niet groot maar wel wezenlijk. Bijvoorbeeld, mannen bezitten meer testosteron en zijn agressiever dan vrouwen. Dat uit zich niet alleen qua beroepen, maar er zijn ook veel meer mannen in de gevangenissen, in gevaarlijke sporten en meer mannen die zelfmoord plegen, terwijl vrouwen juist meer suïcidaal zijn dan mannen. Omgekeerd treffen we meer vrouwen aan in bijvoorbeeld de zorg en communicatie. De kerneigenschappen van mannen en vrouwen, ‘nature’, zijn stabiel. Daar spelen omgevingsfactoren, ‘nurture’, als variabele op in, waardoor de uitkomst per locatie verschillend is.

Statistiek maakt dit aanschouwelijk. In een onderzoeksveld van ‘at random’ van, stel, duizend mannen en duizend vrouwen scoren mannen een beduidend hogere gemiddelde score voor ‘agressie’ dan vrouwen. Bovendien scoren mannen een veel plattere Gausskromme (de normaalverdeling van de waarnemingen) dan vrouwen met niet alleen veel meer negatieve waarnemingen, maar vooral ook met veel meer extreem negatieve waarnemingen voorbij tweemaal de standaard deviatie. In die extreme waarnemingen zitten de zware criminelen, bijna allen mannen. Het omgekeerde geldt voor ‘compassie’ waar vrouwen beter scoren dan mannen. Aldus kan een sociaal psychologisch onderzoek plaatsvinden met ‘at random’ steekproeven naar menselijke eigenschappen met een onafhankelijke dubbel check. Binnen een zogenaamde multi-variantie analyse zouden deze ‘nature’ uitkomsten gecombineerd kunnen worden met de invloed van ‘nurture’ per locatie. Waar econometrie al niet goed voor is. De uitkomsten zijn vaak interessant en onverwacht.

Nu is de veelgehoorde veronderstelling dat als we maar zorgen voor ‘gelijke kansen’ en ‘weg met het patriarchaat’, vrouwen topfuncties kunnen vervullen die nu door mannen gedomineerd worden. Dat kan, maar zeker niet altijd. Noors onderzoek heeft uitgewezen dat als de omgevingsdrempels, nurture, voor vrouwen worden geminimaliseerd naar gelijke kansen voor hen, zij juist meer kiezen voor banen die het best bij hun ‘nature’ past, afwijkend van ‘mannenbanen’. De arbeidsverdeling gaat dan naar nature staan. Daar past een mate van vrijheid bij, geen dwang via vrouwenquota. Vrouwen zijn enorm in opkomst op de arbeidsmarkt. We gaan richting feminine samenleving.

D66’er Fresco meent dat “de recente golf van grove verbale misogyne jegens vrouwelijke politici verontrustend is.” Het is duidelijk dat ze Sigrid Kaag met haar tekst wil steunen. Het lijkt me niet dat Kaag op déze manier geholpen is. Als Kaag moeite met de vermeende misogyne heeft geldt: “if you can’t stand the heat, get out of the kitchen.” Overigens was de kop van dezelfde krant “Politie vreesde aanslag met raketwerper op RTL Boulevard”, allochtone mannen, over omgangsvormen gesproken. Kaag en Fresco kennen we als voorstanders van immigratie….

Het boek van antropologe Mead waarop Fresco zich baseert, is in 1935 geschreven. Het is ‘ouwe lorum’. De biologische en psychologische wetenschap zijn sindsdien ras voortgeschreden. Fresco doet er goed aan haar kennis up to date te brengen. Maar wellicht wil ze dat helemaal niet. Spijker mannen als onderdrukkers tegen de muur. “De snelle erosie van onze omgangsvormen” is volgens Fresco de schuld van mannen. Mannen moeten het bij Fresco ontgelden: ze discrimineren structureel volgens haar.

Sommer, VanderMassen en Crott hebben gelijk. Mannen moeten assertiever zijn en weer betekenis geven aan hun leven, ten gunste van ons aller welzijn. Ze moeten zich niet laten ringeloren in discriminerende vrouwenquota en polariserende teksten zoals bijvoorbeeld van Fresco. Het is duidelijk. Fresco’s brein staat in de meisjesstand.

Frits Bosch, auteur van ‘Feminisme op de werkvloer’.

Abonneer je gratis en voor niets op het Telegram-kanaal van De Dagelijkse Standaard, en like onze spiksplinternieuwe Facebook-pagina!
In dit artikel

e-mail:

 
Ja, ik ga ermee akkoord dat Dagelijkse Standaard mij incidenteel commerciële emails stuurt.