Friedrich Merz, de zelfverklaarde “redder van het CDU” die
het rechts-conservatieve vuur zou aanwakkeren, heeft weer een typische
Merz-move gemaakt. Jarenlang speelde hij de stoere jongen die de AfD wel even
zou aanpakken, maar nu ineens sputtert hij tegen een partijverbod. Opvallend?
Zeker. Verrassend? Niet echt. Dit is Merz ten voeten uit: groot praten, maar
als het erop aankomt, kiest hij voor de veilige middenweg. Bij De Dagelijkse
Standaard kijken we dwars door deze politieke poppenkast heen. Laten we zijn
draai fileren. Merz Voelt de hitte van de straat
De AfD scoort recordcijfers in de peilingen, vooral in
Oost-Duitsland. Een
partijverbod zou de elite in Berlijn eruit laten zien als
een stelletje bange bureaucraten die concurrentie alleen aankunnen met
juridische trucs. Dat is koren op de molen van de AfD’s martelaarsverhaal:
“Kijk, ze proberen ons te muilkorven!” Merz snapt dat dit de spanningen alleen
maar opstookt en het vertrouwen in de democratie verder sloopt. Hij wil geen
olie op dat vuur gooien.
Juridisch een doodlopende weg
Het Duitse Constitutionele Hof is geen fan van
partijverboden. Kijk naar de NPD: twee keer probeerden ze die te verbieden,
twee keer mislukt. Je moet bewijzen dat een partij actief en planmatig de
democratie sloopt, niet alleen dat ze provocerende dingen roept. Merz weet dat
een verbod op de AfD een juridisch circus van jaren wordt, met een dikke kans
op falen. Dus speelt hij de verstandige staatsman – of doet hij alsof.
Het cordon sanitaire werkt prima
Waarom een verbod riskeren als je de AfD toch al buitenspel
kunt zetten? Het cordon sanitaire – de ongeschreven regel om nooit met de AfD
samen te werken – houdt de partij in een politieke kooi. Zelfs als ze 20% van
de stemmen halen, blijven ze irrelevant voor coalities. Merz weet dat
demoniseren en negeren effectiever is dan een verbod, en het scheelt een hoop
gedoe.
Handen schoon, imago schoon
Door tegen een verbod te pleiten, positioneert Merz zich als
een democratische held die “vrijheid van meningsuiting” respecteert. Tegelijk
houdt hij de AfD op afstand door het cordon sanitaire in stand te houden. Slim,
toch? Hij oogt gematigd voor de middenkiezer, maar knipoogt naar rechts door
niet al te agressief tegen de AfD tekeer te gaan. Twee vliegen in één klap.
Oog op de toekomst
Merz denkt verder dan vandaag. Als de AfD ooit implodeert –
en dat is niet ondenkbaar – of als een nieuwe rechts-conservatieve beweging
opstaat, wil hij klaarstaan om die kiezers op te vangen. Een verbod zou hem in
die rol ongeloofwaardig maken. Door nu “redelijk” te blijven, houdt hij zijn
opties open voor een post-AfD-tijdperk.
Conclusie: Koud, berekend realisme
Merz’ scepsis over een AfD-verbod is geen warme omhelzing
van de democratie of een ode aan vrije meningsuiting. Het is koud, hard
opportunisme. Een verbod is riskant, polariserend en juridisch kansloos. Het
cordon sanitaire doet het werk al prima: de AfD blijft een schreeuwend
schrikbeeld in de marge, precies waar Merz ze wil hebben. Dit is geen moed, dit
is calculatie – en eerlijk? Het is verdomd slim gespeeld.
Help ons om deze misstanden aan het licht te blijven brengen. Steun De Dagelijkse Standaard: doneer via BackMe of rechtstreeks naar NL95RABO0159098327 t.n.v. Liberty Media. Samen staan we pal voor vrijheid, waarheid en rechtvaardigheid!