De Algerabrug tussen Capelle aan den IJssel en Krimpen aan den IJssel is sinds maandag 10 augustus gesloten voor het reguliere wegverkeer. Voor automobilisten betekent dat extra reistijd. Voor bedrijven in de Krimpenerwaard gaat het om veel meer: extra chauffeursuren, brandstof, opslagruimte en ingewikkelde planningen.
Een regionale ondernemersorganisatie schat de totale schade op ongeveer €10 miljoen per week. Wanneer de afsluiting zoals gepland vier weken duurt, kan de rekening daarmee oplopen tot €40 miljoen.
Vooral bedrijven die dagelijks veel vrachtwagens over de brug sturen, worden hard geraakt. De aangewezen omleiding loopt onder meer via Gouda en kan een rit ongeveer 40 kilometer langer maken. Een onderneming met circa zestig vrachtbewegingen per dag rekent volgens
RTL Nieuws op ongeveer €4.000 aan extra kosten per werkdag.
Die rekening bestaat niet alleen uit diesel. Chauffeurs zijn langer onderweg, voertuigen kunnen minder ritten uitvoeren en leveringen moeten opnieuw worden ingepland. Een logistieke planning die normaal precies aansluit, kan door één afgesloten verbinding volledig in de war raken.
Vier weken dag en nacht werken
De Algerabrug dateert uit 1958 en is toe aan groot onderhoud. De brugklep krijgt nieuwe houten balken en stalen langsliggers. Ook wordt de staalconstructie behandeld en krijgt het vaste brugdeel nieuw asfalt.
Aanvankelijk werd rekening gehouden met een afsluiting van vijf tot zes weken. Rijkswaterstaat en de aannemer hebben die periode uiteindelijk teruggebracht tot vier weken door werkzaamheden te combineren, eerder te beginnen en langere diensten te draaien.
Volgens de
actuele planning van Rijkswaterstaat blijft de verbinding voor voetgangers en fietsers beschikbaar via een tijdelijke brug. Hulpdiensten kunnen de wisselstrook gebruiken. Voor gewone personenauto’s en vrachtwagens is de hoofdrijbaan tot maandag 7 september gesloten.
Dat de werkzaamheden noodzakelijk zijn, staat bij
ondernemers nauwelijks ter discussie. De frustratie zit vooral in het ontbreken van een korte alternatieve route.
Zestig vrachtwagens, iedere dag opnieuw
Voor een huishouden is veertig kilometer omrijden vervelend en kostbaar. Bij een transportbedrijf wordt die afstand tientallen keren per dag afgelegd.
Stel dat een vrachtwagen door de omleiding tachtig extra kilometers per retourrit maakt. Bij zestig bewegingen gaat het al snel om duizenden extra kilometers. Daar komen de lonen van chauffeurs en mogelijke vertragingen bij klanten nog bovenop.
Sommige bedrijven verschuiven ritten naar de nacht, wanneer het rustiger is. Andere ondernemingen hebben tijdelijk extra magazijnruimte gehuurd zodat grotere voorraden kunnen worden aangelegd. Werknemers die normaal met de auto komen, krijgen elektrische fietsen of worden aangemoedigd thuis te werken.
Dat zijn verstandige noodmaatregelen, maar ze zijn niet gratis. Bovendien kan een productiebedrijf niet al zijn medewerkers naar huis sturen. Machines, magazijnen en laadperrons moeten bemand blijven.
Niet iedere euro wordt vergoed
Ondernemers die uitzonderlijk zwaar worden geraakt, kunnen mogelijk nadeelcompensatie aanvragen. Dat betekent niet dat de overheid automatisch alle schade betaalt.
Bij werkzaamheden aan openbare
infrastructuur geldt dat een deel van de overlast tot het normale maatschappelijke of ondernemersrisico wordt gerekend. Alleen wanneer een bedrijf in verhouding tot anderen onevenredig zwaar wordt getroffen, kan compensatie in beeld komen.
Daarbij moet de ondernemer de schade onderbouwen. Dat vergt administratie: extra gereden kilometers, hogere personeelskosten, gemiste opdrachten en andere uitgaven moeten aantoonbaar zijn. Zelfs bij toekenning blijft doorgaans een deel voor rekening van het bedrijf.
Voor ondernemingen met kleine marges kan vier weken verstoring daardoor hard aankomen. Transportkosten vormen in sommige sectoren een aanzienlijk deel van de kostprijs.
Worden producten nu duurder?
Het is verleidelijk om te concluderen dat consumenten de rekening onmiddellijk in de winkel zullen zien. Daarvoor is het nog te vroeg. Bedrijven in de regio meldden bij de start van de afsluiting niet dat leveranciers hun prijzen al hadden verhoogd.
Wel is duidelijk dat de extra kosten ergens terechtkomen. Een bedrijf kan ze zelf dragen, proberen te besparen op andere posten of ze later verwerken in tarieven. Of dat werkelijk gebeurt, hangt af van de duur van de afsluiting, de marges en de afspraken met klanten.
Bij een korte, eenmalige tegenvaller zullen veel ondernemingen terughoudend zijn met prijsverhogingen. Wanneer vertragingen langer duren of andere infrastructuurproblemen erbij komen, neemt die ruimte af.
De brug is een kwetsbare schakel
Normaal rijden dagelijks tienduizenden voertuigen over de Algerabrug. Voor de Krimpenerwaard is het een van de belangrijkste verbindingen met Rotterdam en de rest van de regio. De afsluiting laat daardoor zien hoe afhankelijk bedrijven van één brug kunnen zijn.
Rijkswaterstaat adviseert mensen thuis te werken, buiten de spits te reizen of fiets, openbaar vervoer en Waterbus te gebruiken. Voor een kantoormedewerker kan dat een werkbaar alternatief zijn. Een vrachtwagen met bouwmaterialen of levensmiddelen kan niet op de Waterbus worden gezet.
Als de planning standhoudt, gaat de brug op 7 september weer open. Tot die tijd proberen ondernemers met nachtritten, tijdelijke opslag en aangepaste werktijden de schade te beperken. Vier weken klinkt overzichtelijk, maar bij zestig vrachtwagens per dag wordt iedere extra kilometer een kostenpost.