Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Zeven op de tien AOW’ers stellen aankopen uit: 52 procent bezuinigt op vakantie

Economie12 aug , 16:00

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
De AOW is op 1 juli opnieuw verhoogd, maar dat betekent niet dat Nederlandse ouderen het geld ook gemakkelijk laten rollen. Integendeel. Bijna zeven op de tien AOW-gerechtigden stellen aankopen of activiteiten uit vanwege de gestegen kosten van het dagelijks leven. Zij wachten liever tot duidelijk is hoeveel geld er na betaling van alle maandelijkse rekeningen overblijft.
Dat blijkt uit de nieuwe AOW Koopkrachtmonitor 2026 van seniorenplatform AOW.nu. Voor het onderzoek werden eind juni ruim 10.000 AOW’ers ondervraagd. Van de deelnemers zegt 69 procent weleens een aankoop of activiteit te hebben uitgesteld.
Dat hoeft niet meteen een nieuwe auto of kostbare verbouwing te zijn. Het kan ook gaan om het vervangen van een versleten wasmachine, de aanschaf van kleding, een dagje weg of het boeken van een vakantie. Veel ouderen willen eerst weten of de energierekening, zorgkosten en boodschappen binnen het maandbudget passen.

Vakantie is de eerste grote bezuinigingspost

Vakanties staan bovenaan de lijst met uitgaven waarop wordt bespaard. Van de ondervraagde AOW’ers zegt 51,76 procent minder geld aan vakantie uit te geven. Voor een grote groep betekent dat waarschijnlijk een kortere reis, een goedkopere bestemming of een vakantie die helemaal wordt overgeslagen.
Daar blijft het niet bij. Bijna 48 procent bezuinigt op verwarming of energieverbruik. Ruim 46 procent geeft minder uit aan kleding en meer dan 43 procent probeert de uitgaven in de supermarkt te verlagen.
Dat laatste cijfer maakt de uitkomst extra opvallend. Een vakantie kan worden uitgesteld en nieuwe kleding is soms nog een seizoen te dragen, maar boodschappen kunnen niet van het lijstje worden geschrapt. Wie daarop bezuinigt, moet andere producten kiezen, vaker aanbiedingen afwachten of bepaalde aankopen helemaal achterwege laten.
Ook vrije tijd, sport en uitjes worden geraakt. Ongeveer een derde van de deelnemers bespaart daarop. Bijna drie op de tien AOW’ers proberen minder uit te geven aan de auto of het openbaar vervoer. Zorgkosten en hulpmiddelen worden minder vaak genoemd, maar ook daar zegt ongeveer één op de tien deelnemers op te bezuinigen.

AOW ging in juli wel degelijk omhoog

De uitkomsten lijken op het eerste gezicht moeilijk te rijmen met de verhoging van de AOW op 1 juli. De uitkering beweegt mee met het wettelijk minimumloon en wordt ieder halfjaar opnieuw vastgesteld.
Een alleenstaande met een volledige AOW ontvangt sinds 1 juli volgens de officiële bedragen van de Sociale Verzekeringsbank €1.662,16 bruto per maand. Met toepassing van de loonheffingskorting blijft daarvan €1.581,55 netto over.
Voor iemand die getrouwd is of samenwoont, bedraagt de volledige AOW €1.139,39 bruto per persoon. Met loonheffingskorting is dat €1.084,13 netto. Daarnaast bouwen AOW’ers vakantiegeld op, dat eenmaal per jaar in mei wordt uitbetaald.
Die bedragen zeggen echter niet alles over de financiële ruimte van een huishouden. Sommige ouderen hebben een ruim aanvullend pensioen of spaargeld, terwijl anderen vrijwel volledig afhankelijk zijn van de AOW. Ook de woonsituatie maakt veel verschil. Een afbetaalde koopwoning levert een ander maandplaatje op dan een huurwoning of appartement met stijgende servicekosten.
Bovendien kan een hoger inkomen tegelijkertijd worden ingehaald door duurdere boodschappen, zorgpremies, gemeentelijke belastingen, vervoer en energie.

Prijsstijgingen werken langer door

Het officiële inflatiepercentage geeft aan hoeveel prijzen in vergelijking met een jaar eerder zijn gestegen. Een lagere inflatie betekent echter niet dat boodschappen weer terugkeren naar het oude prijsniveau. Het betekent alleen dat de prijzen minder snel verder stijgen.
Juist dat verschil kan verklaren waarom veel ouderen weinig merken van een hoger AOW-bedrag. Zij vergelijken hun huidige kassabon niet uitsluitend met die van vorige maand, maar ook met wat zij enkele jaren geleden betaalden.
In 2025 stegen volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek onder meer de prijzen van rund- en kalfsvlees, koffie, cacao, chocolade en boter sterk. Voor mensen met een vast of slechts halfjaarlijks aangepast inkomen tellen zulke opeenvolgende prijsstijgingen snel op.
Uit een eerder gepubliceerd deel van dezelfde koopkrachtmonitor bleek dat 85 procent van de deelnemers het gevoel heeft dat de eigen koopkracht het afgelopen jaar is verslechterd. Boodschappen werden daarbij het vaakst als sterk gestegen kostenpost genoemd, gevolgd door zorg, vervoer, energie en gemeentelijke belastingen.
Dat zijn voor een belangrijk deel noodzakelijke uitgaven. Een huishouden kan een vakantie schrappen, maar de zorgverzekering, huur en lokale heffingen moeten gewoon worden betaald.

Uitstellen geeft een gevoel van controle

Het uitstellen van een aankoop hoeft niet altijd te betekenen dat iemand het geld helemaal niet heeft. Het kan ook een manier zijn om financiële onzekerheid op te vangen.
Wie precies weet wat er iedere maand binnenkomt, maar niet hoe hoog de volgende energierekening of tandartsrekening uitvalt, houdt liever een buffer achter de hand. Een kapotte koelkast, een eigen bijdrage voor medicijnen of een onverwachte reparatie aan de auto kan immers in één keer honderden euro’s kosten.
Voor AOW’ers is het bovendien lastiger om een financiële tegenvaller later met extra inkomen te herstellen. Een werknemer kan mogelijk meer uren maken of van baan veranderen. Voor iemand die volledig is gestopt met werken, staat het maandelijkse inkomen grotendeels vast.
Daarom wordt een aankoop soms niet afgezegd, maar doorgeschoven. Eerst de vaste lasten betalen, daarna bekijken wat er nog mogelijk is.

Niet alle AOW’ers zijn hetzelfde

Bij de uitkomsten hoort wel een belangrijke kanttekening. De monitor meet wat deelnemers zelf ervaren en welke keuzes zij zeggen te maken. Dat is iets anders dan een officiële koopkrachtberekening van bijvoorbeeld het Centraal Planbureau. De financiële positie kan binnen de groep AOW’ers sterk verschillen.
Ook heeft niet iedere deelnemer alle vragen beantwoord. Volgens AOW.nu wordt daarom bij ieder afzonderlijk onderdeel aangegeven hoeveel respondenten de betreffende vraag hebben ingevuld.
Toch is de omvang van het onderzoek groot genoeg om een duidelijk patroon zichtbaar te maken. Veel ouderen reageren op de hogere kosten niet uitsluitend door goedkoper te kopen. Zij schuiven beslissingen voor zich uit, houden geld achter de hand en wachten af hoe de maand financieel verloopt.
Het opvallendste cijfer is daarom niet eens dat 52 procent op vakantie bezuinigt. Het is dat 69 procent eerst op de rem trapt voordat er überhaupt iets wordt gekocht. De AOW mag dan ieder halfjaar worden aangepast, het vertrouwen om geld uit te geven groeit duidelijk niet automatisch mee.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading