Ongeveer 11.000 Nederlanders met een arbeidsongeschiktheidsuitkering kunnen vanaf januari een lager nettobedrag op hun rekening ontvangen. De verandering hangt niet alleen af van het soort uitkering, maar vooral van de organisatie die het geld uitbetaalt. Wie een WIA-, WAO- of Wajong-uitkering rechtstreeks van UWV ontvangt, merkt door deze specifieke wijziging niets. Loopt dezelfde uitkering via de werkgever en wordt zij samen met loon of een aanvulling uitbetaald, dan verandert de berekening wel.
Vanaf 1 januari 2027 mag de werkgever over het uitkeringsdeel geen arbeidskorting meer toepassen.
Zelfde uitkering, andere nettobetaling
De arbeidskorting verlaagt de belasting voor mensen met inkomen uit werk. Een gewone arbeidsongeschiktheidsuitkering geldt fiscaal niet als arbeidsinkomen.
Toch ontstond er in de praktijk een verschil. Wanneer UWV de uitkering rechtstreeks betaalde, werd over dat bedrag geen arbeidskorting berekend. Wanneer UWV de betaling via een werkgever liet lopen, werd de uitkering bij het salaris opgeteld en kon de korting wel over het geheel worden toegepast.
Twee mensen met vergelijkbaar loon en dezelfde soort uitkering konden daardoor netto een ander bedrag overhouden. Niet hun arbeidsvermogen of inkomen, maar de route van de betaling gaf de doorslag.
De Hoge Raad oordeelde in november 2024 dat dit verschil in behandeling in strijd was met het discriminatieverbod. De overheid lost dat niet op door iedereen arbeidskorting te geven, maar door het voordeel bij betalingen via werkgevers te beëindigen.
Deze uitkeringen worden geraakt
De wijziging kan onder meer gelden voor
uitkeringen op grond van de WIA, WAO en Wajong. Binnen de WIA gaat het om zowel WGA- als IVA-uitkeringen.
Ook sommige Ziektewetuitkeringen, WAZ-uitkeringen, toeslagen vanuit de Toeslagenwet en enkele bijzondere regelingen vallen onder de aanpassing.
Een Ziektewetuitkering die rechtstreeks verband houdt met het huidige dienstverband kan onder een uitzondering vallen. Daardoor is het niet voldoende om alleen naar de naam van de uitkering te kijken.
De doorslaggevende vraag luidt: wordt een uitkering die fiscaal niet als arbeidsloon geldt via de werkgever samen met ander loon uitbetaald?
De
Rijksoverheid schat dat ongeveer 11.000 mensen op die manier een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen.
Nettoloon kan lager worden
Hoe groot het financiële verschil wordt, is niet voor iedereen hetzelfde. De arbeidskorting is inkomensafhankelijk. De hoogte verandert naarmate het totale arbeidsinkomen stijgt.
Daarom kan geen algemeen bedrag worden genoemd dat alle 11.000 betrokkenen per maand verliezen. De werkgever kan aan de hand van het salaris, de uitkering en de persoonlijke loonheffingsgegevens een individuele berekening maken.
De Belastingdienst adviseert betrokkenen daar tijdig om te vragen. Wie pas in januari naar de eerste lagere salarisbetaling kijkt, heeft weinig tijd om het huishoudbudget aan te passen.
De wijziging betekent overigens niet dat de uitkering zelf wordt verlaagd. Het brutorecht blijft in beginsel gelijk. Door een andere belastingberekening kan het nettobedrag dat op de rekening verschijnt wel dalen.
Dat onderscheid is belangrijk. Een werknemer kan op de salarisstrook hetzelfde bruto-uitkeringsbedrag zien en toch onderaan minder geld overhouden.
Ook combinatiekorting kan veranderen
Voor ouders kan er nog een tweede gevolg optreden. Het uitkeringsdeel telt vanaf 2027 niet langer mee als arbeidsinkomen voor de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
Daardoor kan iemand minder of zelfs geen recht meer hebben op deze korting. Dit is afhankelijk van het resterende arbeidsinkomen, de gezinssituatie en de overige voorwaarden.
Het mogelijke nadeel beperkt zich dus niet noodzakelijk tot de maandelijkse arbeidskorting op de loonstrook. Ook de uiteindelijke inkomstenbelasting kan anders uitvallen.
Wie een voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf ontvangt, moet controleren of de Belastingdienst de nieuwe situatie daarin correct heeft verwerkt.
Controleer de afzender op de loonstrook
Voor uitkeringsontvangers is de eerste stap verrassend eenvoudig: kijk op de bankafschriften en loonstroken wie de uitkering betaalt.
Staat UWV als afzonderlijke betaler vermeld, dan verandert er door deze maatregel niets. Is de uitkering onderdeel van de loonstrook van de werkgever, dan behoort iemand mogelijk tot de groep van ongeveer 11.000 betrokkenen.
Vraag de salarisadministratie vervolgens om een proefberekening voor januari 2027. Controleer daarbij niet alleen het geschatte nettoloon, maar ook de mogelijke invloed op de combinatiekorting en andere inkomensafhankelijke regelingen.
De maatregel herstelt een fiscaal verschil tussen twee groepen uitkeringsontvangers. Voor de mensen die het bestaande voordeel verliezen, voelt die juridische gelijkheid echter vooral als een lager bedrag op de bankrekening.