Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Belastingdienst verhoogt grens voor betaalpauze van vier maanden in 2027 van €20.000 naar €30.000

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Krijg je een forse belastingaanslag op de mat die je niet direct in één keer van je spaarrekening kunt betalen, dan veranderen de spelregels bij de ontvanger na de jaarwisseling flink in je voordeel. Vanaf 1 januari 2027 verhoogt de staatssecretaris van Financiën de maximale schuldgrens voor een eenmalige betaalpauze van vier maanden van €20.000 naar €30.000 voor zowel particulieren als ondernemers. Dat staat in het op maandag 2 november 2026 gepubliceerde wijzigingsbesluit van de Leidraad Invordering 2008 in Staatscourant 2026, 37344. Tegelijk verdwijnt het oude interne beroep bij de directeur van de Belastingdienst: wordt een verzoek om uitstel van betaling of kwijtschelding afgewezen, dan kun je vanaf 2027 bezwaar maken en doorprocederen bij de onafhankelijke belastingrechter.

Vier maanden ademruimte bij een schuld tot €30.000

Wie tijdelijk krap bij kas zit en tijd nodig heeft om geld vrij te maken, financiering te regelen of een afbetalingsregeling aan te vragen, kan vanaf 1 januari 2027 schriftelijk verzoeken om een betaalpauze op grond van het nieuwe artikel 1.1.6a van de Leidraad Invordering 2008. Tijdens die betaalpauze houdt de ontvanger de invordering van je openstaande belastingschuld maximaal vier maanden aan, gerekend vanaf de laatste vervaldag van de openstaande aanslag. Gedurende die vier maanden hoef je geen betalingen te doen op de schulden die bij de start van de pauze openstaan.
Om voor die betaalpauze in aanmerking te komen, moet je totale openstaande belastingschuld onder de nieuwe grens van €30.000 blijven. Aanslagen waarvoor je al uitstel van betaling hebt gekregen vanwege een lopend bezwaar of beroep, tellen niet mee voor dat plafond van €30.000. Wel gelden er vaste voorwaarden: er mag nog geen dwangbevel zijn betekend, er mag geen vergrijpboete openstaan, er mag geen sprake zijn van aangifteverzuim en je mag voor deze of een andere aanslag geen betalingsregeling of uitstel wegens betalingsproblemen hebben gekregen, en voor dezelfde schuld niet al eerder een betaalpauze. Voor ondernemers die belasting op aangifte moeten betalen (met uitzondering van de motorrijtuigenbelasting) levert de betaalpauze nog een direct financieel voordeel op: zodra je aan de voorwaarden voor de betaalpauze voldoet, vervalt een eventueel opgelegde betalingsverzuimboete.

Werkelijke huur of hypotheek telt mee bij aflossen

Lukt het ook na vier maanden niet om de aanslag in één keer af te tikken, dan kun je als particulier op grond van artikel 25 en artikel 26 van de Invorderingswet 1990 vragen om een persoonlijke betalingsregeling van maximaal twaalf maanden of om kwijtschelding. Bij het berekenen van het maandbedrag dat je kunt missen (je betalingscapaciteit) sluit de Belastingdienst normaal gesproken aan bij de strenge landelijke kwijtscheldingsnormen voor kosten van bestaan.
In het vernieuwde artikel 25.5.4 van de Leidraad Invordering 2008 is nu vastgelegd dat de ontvanger bij het berekenen van een persoonlijke betalingsregeling mag afwijken van dat krappe kwijtscheldingsbeleid door rekening te houden met je werkelijke maandelijkse uitgaven voor huur of hypotheek van de woning waarin je feitelijk woont. Ook verplichte betalingen aan derden waarvan het niet nakomen tot ongewenste gevolgen leidt, mogen worden meegenomen, terwijl aan de inkomstenkant extraatjes zoals vakantiegeld meetellen als die tijdens de looptijd worden uitbetaald. Blijkt uit je volledig ingevulde aanvraagformulier voor uitstel van betaling dat je zelfs zonder die extra woonlastenruimte niet genoeg afloscapaciteit hebt om de schuld binnen twaalf maanden te betalen, dan neemt de Belastingdienst je uitstelverzoek voortaan automatisch (ambtshalve) in behandeling als een verzoek om kwijtschelding.

Naar de belastingrechter en recht op een dwangsom

De derde grote verandering per 1 januari 2027 raakt je rechtsbescherming als de Belastingdienst een betalingsregeling of kwijtschelding weigert. Tot en met 31 december 2026 kon je tegen zo'n afwijzing alleen in administratief beroep gaan bij de directeur van de Belastingdienst zelf. Voor alle beschikkingen met een dagtekening vanaf 1 januari 2027 vervalt die interne procedure en moet de ontvanger beslissen met een officieel voor bezwaar vatbaar besluit.
Wijst de fiscus je aanvraag voor uitstel of kwijtschelding af, dan dien je voortaan eerst een bezwaarschrift in bij de ontvanger, waarna de weg openligt naar de belastingkamer van de rechtbank, het gerechtshof en uiteindelijk de Hoge Raad. Zolang je bezwaarschrift tegen een afgewezen uitstelverzoek in behandeling is, schorst de Belastingdienst de dwanginvordering ambtshalve; na een definitieve afwijzing geldt een wachttijd van veertien dagen voordat de invordering wordt opgestart. Bovendien zijn bezwaarschriften tegen uitstel van betaling en kwijtschelding vanaf 1 januari 2027 toegevoegd aan artikel 1.1.5 van de leidraad, waardoor je recht hebt op een wettelijke dwangsom als de Belastingdienst na een ingebrekestelling te laat op je bezwaar beslist.
Let wel op een nieuw algemeen vangnet in artikel 1.1.6 van de leidraad: heeft de ontvanger concrete aanwijzingen dat een belastingschuld door uitstel of wachttijden helemaal niet meer kan worden geïnd (bijvoorbeeld doordat vermogen wordt weggesluisd of de schuld snel verder oploopt), dan mag hij gemotiveerd van de wachttermijnen afwijken om direct beslag te leggen. Voor huishoudens die te goeder trouw een aanslag niet direct kunnen ophoesten, geven de verhoogde betaalpauzegrens van €30.000 en de openstelling van de belastingrechter vanaf 1 januari 2027 echter aanzienlijk meer lucht.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld en vaste lasten ontvangen? Volg het WhatsApp-kanaal van DDS.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading