T.Vyc / Shutterstock.com

Benzine lijkt te dalen, maar juich niet te vroeg: tanken blijft peperduur

Economie26 jun , 10:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Er is een beetje opluchting voor automobilisten: de olieprijs is teruggezakt. Maar wie denkt dat tanken nu ineens weer goedkoop wordt, komt waarschijnlijk bedrogen uit.
Volgens de NOS staat de olieprijs weer rond het niveau van vóór de recente escalatie in het Midden-Oosten. Dat zou normaal gesproken moeten helpen aan de pomp. Maar experts waarschuwen dat de situatie niet normaal is. De pompprijs volgt de ruwe olieprijs meestal met enige vertraging, maar door onzekerheid, raffinageproblemen en marktverstoringen kan dat nu anders lopen.
Met andere woorden: op de oliemarkt kan de paniek wat afnemen, terwijl jij aan de pomp nog steeds een fors bedrag aftikt.

Dit kost tanken nu

UnitedConsumers noteert op vrijdag 26 juni een gemiddelde landelijke adviesprijs van €2,445 per liter Euro95. Diesel staat op €2,245 per liter. Let wel: dat zijn landelijke adviesprijzen. Aan een goedkope pomp kan het lager zijn, langs de snelweg juist hoger. Maar het niveau blijft pijnlijk.
Een tankbeurt van 50 liter Euro95 tegen €2,445 kost €122,25. Dat is voor veel gezinnen geen klein bedrag meer, maar een serieuze hap uit het maandbudget. Wie twee keer per maand tankt, zit alleen al aan benzine op bijna €245.
En dan hebben we het nog niet over onderhoud, verzekering, wegenbelasting, parkeren en afschrijving. De auto is voor veel mensen een noodzakelijk vervoermiddel, maar financieel wordt hij steeds zwaarder.

Waarom de daling niet meteen voelt

Automobilisten herkennen het patroon: als olie duurder wordt, lijkt de pompprijs snel te stijgen. Als olie goedkoper wordt, duurt het vaak langer voordat je dat merkt. Dat gevoel is niet vreemd.
De NOS wijst erop dat de prijs aan de pomp normaal gesproken de olieprijs volgt, maar alleen als de omstandigheden normaal zijn. Volgens UnitedConsumers is dat nu juist niet het geval. De oorlog en onzekerheid in het Midden-Oosten, raffinagecapaciteit en alternatieve aanvoerroutes spelen allemaal mee.
Daarom is het verstandig om voorzichtig te zijn met juichen. Een lagere olieprijs vandaag betekent niet automatisch een lage pompprijs morgen.

De inflatie laat zien waarom dit zo hard raakt

De benzineprijs is niet zomaar een los probleem. Hij zit midden in de bredere inflatiedruk. Het CBS meldde dat de inflatie in mei 2026 uitkwam op 3,5 procent, tegen 2,8 procent in april. Volgens de HICP-indeling waren energie inclusief motorbrandstoffen in mei 9,8 procent duurder dan een jaar eerder.
Dat is precies waarom huishoudens de druk voelen. Niet alleen tanken is duur. Ook wonen, diensten, verzekeringen, boodschappen en energie drukken op het budget. De automobilist krijgt dus niet één tik, maar meerdere tegelijk.
Voor mensen met een hoger inkomen is dat vervelend. Voor mensen met een laag of modaal inkomen kan het een serieus probleem worden. Zeker als ze veel kilometers moeten maken en weinig alternatieven hebben.

Rabobank waarschuwde al voor een duurder scenario

Rabobank schetste eerder deze maand een somber scenario bij aanhoudende problemen in de energiemarkt. In dat scenario kan de benzineprijs in augustus en september oplopen tot ongeveer €2,82 per liter. Ook zouden de kosten van een nieuw energiecontract in december richting bijna €270 per maand kunnen gaan.
Door de recente daling van de olieprijs moet je die waarschuwing wel met nuance lezen. Het is geen voorspelling die gegarandeerd uitkomt. Het is een scenario voor het geval de energieproblemen langer aanhouden of opnieuw escaleren.
Maar het maakt wel duidelijk hoe kwetsbaar de Nederlandse portemonnee is. Een internationale crisis, een verstoring van olie- of gasstromen, of onzekerheid over raffinagecapaciteit kan direct doorwerken in de tankbon en energierekening.

Vooral forenzen en gezinnen voelen dit

Het CPB ziet dat de meeste huishoudens gemiddeld genomen beperkt geraakt worden door hogere energie- en brandstofprijzen. Maar achter dat gemiddelde zitten grote verschillen. Vooral huishoudens met een lager tot modaal inkomen, een hoog gasverbruik of veel autokilometers kunnen fors geraakt worden. RTL meldt op basis van de CPB-analyse dat de inkomenseffecten voor deze groep kunnen oplopen tot 6 procent van het besteedbaar inkomen.
Dat is precies de groep die vaak weinig keuze heeft. Denk aan de verpleegkundige met onregelmatige diensten. De bouwvakker die gereedschap moet meenemen. De ouder die kinderen naar school, sport en familie rijdt. De mantelzorger die niet met de trein voor de deur van moeder of vader uitstapt.
Voor hen is “pak dan het ov” geen serieus antwoord. Hun probleem is niet gemakzucht, maar afhankelijkheid.

Dit kun je nu doen

Automobilisten kunnen de geopolitiek niet oplossen. Maar ze kunnen wel schade beperken. Tank niet automatisch aan de snelweg. Vergelijk lokale pompprijzen. Combineer ritten. Controleer bandenspanning. En vooral: check of je werkgever de hogere onbelaste kilometervergoeding van €0,25 per kilometer toepast.
Die vergoeding lost de hoge benzineprijs niet op. Maar bij veel kilometers kan het honderden euro’s per jaar schelen.

De conclusie: de tankbon blijft een koopkrachtprobleem

De olieprijs mag dan wat rustiger ogen, de Nederlandse automobilist is nog lang niet uit de gevarenzone. De pompprijs blijft hoog, de onzekerheid blijft groot en de vaste lasten lopen door.
Voor DDS-lezers is de kern simpel: laat je niet sussen door het bericht dat de olieprijs daalt. Kijk naar wat je werkelijk betaalt bij de pomp. Dat is het bedrag dat telt voor je portemonnee.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading