DCStockPhotography / Shutterstock.com

Rabobank waarschuwt: boodschappen worden de volgende klap voor je portemonnee

Economie26 jun , 11:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Wie dacht dat de grote boodschappeninflatie eindelijk voorbij was, moet zich mogelijk opnieuw schrap zetten. Rabobank waarschuwt dat hogere energieprijzen de komende tijd kunnen doorwerken in voedselprijzen. En dat betekent: een duurdere supermarktbon.
Dat komt op een pijnlijk moment. Veel huishoudens zijn al jarenlang bezig met bezuinigen. Minder A-merken. Meer huismerken. Beter letten op aanbiedingen. Minder vlees. Minder impulsboodschappen. De supermarkt is voor veel Nederlanders geen ontspannen rondje meer, maar een maandelijkse rekensom.
En nu dreigt die rekensom opnieuw moeilijker te worden.

Op dit moment lijkt voedselinflatie nog mee te vallen

De cijfers lijken op het eerste gezicht nog geruststellend. Het CBS meldde dat de inflatie in mei 2026 uitkwam op 3,5 procent. Binnen de HICP-cijfers stegen voedsel, dranken en tabak in mei met 0,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. Energie inclusief motorbrandstoffen was juist 9,8 procent duurder.
Met andere woorden: op dit moment zit de grootste pijn nog niet in de supermarkt, maar in energie, vervoer en andere kostenposten.
Maar dat kan juist verraderlijk zijn. Want voedselprijzen reageren vaak later. De hogere kosten moeten eerst door de keten heen: transporteurs, verpakkingsproducenten, boeren, tuinders, fabrieken, koelhuizen en groothandels. Pas daarna komt de rekening in het schap terecht.

Rabobank verwacht 5 tot 10 procent voedselinflatie

Rabobank is daar duidelijk over. RaboResearch schrijft dat hogere energieprijzen direct en indirect leiden tot hogere kosten voor voedingsmiddelenproducenten. De bank verwacht dat de voedingsprijsinflatie in Nederland volgend jaar kan oplopen tot ongeveer 5 à 10 procent.
Dat is een forse waarschuwing. Niet omdat elk product exact 5 of 10 procent duurder wordt, maar omdat de totale boodschappenrekening opnieuw onder druk kan komen.
De bank wijst op verschillende kostenposten. Diesel maakt transport duurder. Gas en elektriciteit zijn belangrijk voor productie, koeling en verwerking. Verpakkingen worden duurder. Kunstmest en grondstoffen kunnen duurder worden. En producenten kunnen zulke kosten niet eindeloos uit hun eigen marges betalen.

Wat betekent dat voor een gezin?

Laten we het concreet maken. Een gezin dat nu €150 per week uitgeeft aan boodschappen, betaalt bij 5 procent prijsstijging €7,50 per week extra. Dat is €390 per jaar.
Bij 10 procent prijsstijging gaat het om €15 per week extra. Dat is €780 per jaar.
Voor een gezin dat nu €200 per week kwijt is, wordt het nog scherper. Bij 5 procent stijging is dat €10 per week extra, of €520 per jaar. Bij 10 procent stijging gaat het om €20 per week, of €1.040 per jaar.
Dat zijn bedragen die niet zomaar verdwijnen in “een beetje inflatie”. Dat is geld dat niet naar sport, kleding, vakantie, sparen of de energierekening kan.

De consument is inflatie-moe

Rabobank merkt terecht op dat consumenten inflatie-moe zijn. Dat is geen academische term, maar dagelijkse realiteit. Mensen hebben de afgelopen jaren al veel aangepast. Ze kopen anders, vergelijken meer en laten vaker dingen liggen.
Maar op een gegeven moment is de rek eruit. Je kunt niet eindeloos bezuinigen op brood, melk, groente, fruit, kaas, rijst, pasta, vlees, koffie en lunch voor schoolgaande kinderen. Zeker gezinnen met opgroeiende kinderen kunnen niet simpelweg zeggen: dan eten we maar minder.
En ook ouderen met een kleine beurs kunnen niet altijd goedkoper uitwijken. Wie minder mobiel is, kan niet drie supermarkten afgaan voor de beste aanbiedingen. Wie alleen woont, profiteert minder van bulkverpakkingen. Wie een zorgdieet heeft, heeft minder keuze.

Waarom energieprijzen in je winkelwagen belanden

Veel mensen denken bij energie vooral aan de gasrekening thuis of de prijs aan de pomp. Maar energie zit in bijna alles wat in de supermarkt ligt.
Brood moet worden gebakken. Zuivel moet worden gekoeld. Groenten worden vervoerd. Vlees wordt verwerkt en gekoeld. Verpakkingen moeten worden geproduceerd. Distributiecentra draaien op energie. Vrachtwagens rijden op diesel. Kunstmest is energie-intensief. En tuinbouwbedrijven zijn gevoelig voor gasprijzen.
Daarom kan een energiecrisis later alsnog in de supermarkt verschijnen. Zelfs als de voedselprijzen vandaag nog meevallen.
Rabobank schrijft dat voedingsfabrikanten hun prijzen richting 2027 naar verwachting met 5 tot 10 procent moeten verhogen om gestegen kosten te dekken. Tegelijk waarschuwt de bank dat consumenten prijsverhogingen niet zomaar zullen accepteren.
Dat betekent harde onderhandelingen tussen producenten en supermarkten. Maar uiteindelijk betaalt meestal de consument.

Wat kun je nu doen?

Huishoudens kunnen zich voorbereiden zonder in paniek te raken. Kijk welke producten je uit gewoonte koopt. Check of huismerken echt goedkoper zijn. Let op aanbiedingen, maar koop geen dingen die je anders niet zou kopen. Voorkom voedselverspilling. Maak een weekplanning. En kijk kritisch naar dure gemaksproducten.
Maar laten we eerlijk zijn: dit lost het structurele probleem niet op. Consumenten kunnen slimmer winkelen, maar ze kunnen prijsstijgingen niet wegtoveren.

De conclusie: de volgende koopkrachtklap kan uit de supermarkt komen

De boodschappen lijken nu even relatief rustig, maar Rabobank waarschuwt dat dit kan veranderen. Hogere energieprijzen werken met vertraging door, en richting 2027 kan de supermarktbon opnieuw stijgen.
Voor gewone Nederlanders is dat slecht nieuws. Want na huur, energie, zorgpremie, benzine en belastingen is de supermarkt de plek waar je elke week opnieuw voelt hoe duur Nederland is geworden.
En juist daarom moeten we dit nieuws serieus nemen. Niet pas als de prijzen al in het schap staan, maar nu.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading