Een vrouw uit Bovenkarspel moet €5.804,54 bijstand terugbetalen en een boete van €2.669,85 betalen, omdat zij haar hoofdverblijf bij haar vriend in Amsterdam had. Haar eigen ondertekende verklaring gaf voor de rechter de doorslag. Op één procedureel punt krijgt ze gelijk en ontvangt ze een proceskostenvergoeding. De terugvordering en boete blijven echter staan. Dat blijkt uit een
uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 30 juli 2026, waarvan de tekst op 27 oktober op Rechtspraak.nl is gepubliceerd. De zaak laat zien waarom je werkelijke woonplaats belangrijk is voor het recht op bijstand van een gemeente.
Vijf nachten bij haar vriend
De zaak begon met een controle in Amsterdam. De gemeente en de politie bezochten een woning en troffen daar de vrouw aan. Volgens de melding vertelde ze dat ze er al drie à vier maanden met haar vriend woonde. Ze stond naar eigen zeggen bij haar moeder ingeschreven, omdat ze daar een
bijstandsuitkering kreeg.
Tot kort daarvoor sliep ze volgens diezelfde melding twee nachten per week bij haar moeder en vijf nachten in Amsterdam. Ze vertelde ook dat ze samen met haar vriend op het huurcontract stond. Hij betaalde volgens haar de huur van ongeveer €1.900.
Amsterdam gaf de informatie door aan WerkSaam Westfriesland, de uitvoerder van haar bijstand. Op 16 december 2024 sprak zij met een toezichthouder, met haar (ex-)partner erbij.
Daar verklaarde ze: “Vanaf april/mei 2024 ben ik voornamelijk in Amsterdam en eigenlijk niet meer in Bovenkarspel.” Ze ondertekende de verklaring en vroeg ook om haar
uitkering stop te zetten.
Wat WerkSaam terugvroeg
WerkSaam beëindigde de bijstand per 9 januari 2025. Daarnaast trok de dienst het recht op bijstand in over de periode van 1 april 2024 tot en met 9 januari 2025.
De terugvordering ging over de bijstand die zij van 1 april tot en met 31 oktober 2024 had ontvangen. Dat is dus een kortere periode dan die waarover het recht werd ingetrokken. Aanvankelijk vorderde WerkSaam €6.802,02 bruto terug. Na bezwaar werd dat bedrag verlaagd tot €5.804,54.
Ook de boete werd in bezwaar verminderd: van €3.128,36 naar €2.669,85. De bedragen die bij de rechtbank overbleven zijn:
- Terugvordering: €5.804,54.
- Boete: €2.669,85.
- Samen: €8.474,39.
Dat totaal is de optelsom van de twee bedragen uit de uitspraak. Het bezwaar had eerder dus wel financieel resultaat gehad. De rechtbank laat de daarna overgebleven terugvordering en boete in stand.
Haar argument: te weinig bewijs
Via haar advocaat stelde de vrouw dat de stukken onvoldoende bewijs boden voor een hoofdverblijf in Amsterdam. Zij betwistte daarom de beëindiging, de schending van de inlichtingenplicht, de hoogte van de terugvordering en de boete.
De rechter ging daar niet in mee. De verklaring was volgens de rechtbank helder, ondubbelzinnig en ondertekend. Bovendien had de vrouw haar verklaring later niet ingetrokken. Onder deze omstandigheden vond de rechter aanvullend onderzoek naar haar hoofdverblijf niet nodig.
De rechter maakte wel een kanttekening bij het verslag. Het was volgens de tekst op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt, terwijl niet bleek dat de toezichthouder ook de vereiste bevoegdheid als opsporingsambtenaar had. Volgens de rechtbank verminderde dat in deze zaak de waarde van de verklaring van de vrouw niet.
Wel een vergoeding voor rechtsbijstand
De vrouw kreeg gelijk over de behandeling van haar bezwaar tegen de beëindiging. WerkSaam had dat bezwaar niet-ontvankelijk verklaard: de dienst zag de beëindiging op haar verzoek als een bevestiging waartegen geen bezwaar mogelijk was.
De rechtbank oordeelde anders. Het stopzetten van de uitkering was een besluit met rechtsgevolgen. Haar bezwaar had daarom inhoudelijk beoordeeld moeten worden.
Vervolgens deed de rechter die beoordeling zelf en verklaarde het bezwaar ongegrond. De beëindiging was inhoudelijk terecht. Vanwege de procedurele fout moet WerkSaam wel €1.868 aan proceskosten en €53 aan griffierecht vergoeden.
De proceskostenvergoeding is toegekend voor de rechtsbijstand bij het beroepschrift en de zitting. Het is geen vermindering van de terugvordering of de boete.
Wat betekent dit voor jou?
Bij een verandering van woonplaats is het belangrijk dat de uitkeringsinstantie weet waar je daadwerkelijk woont. De
Rijksoverheid legt uit dat je bij verhuizing naar een andere gemeente daar opnieuw bijstand moet aanvragen. De uitkering van de oude gemeente loopt niet vanzelf door.
WerkSaam noemt verhuizen en samenwonen uitdrukkelijk als wijzigingen die je moet doorgeven. Twijfel je of jouw verblijf bij een partner gevolgen heeft, bespreek dan de werkelijke situatie met je gemeente of uitkeringsinstantie. Uit deze uitspraak volgt geen vaste nachtenregel die voor iedere relatie geldt.
Lees ook een gespreksverslag zorgvuldig en laat onjuistheden corrigeren voordat je ondertekent. In deze zaak vormde de ondertekende verklaring over het hoofdverblijf het doorslaggevende bewijs.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.