Voor spaarders en beleggers stapelen twee ingrepen in box 3 zich op in Kamerstukken van de afgelopen weken. In antwoorden aan de Tweede Kamer van 20 oktober 2026 raamt het kabinet dat er in 2027 in één klap ongeveer 1,2 miljoen mensen meer box 3-belasting gaan betalen dan zonder de verlaging van het heffingsvrije vermogen: samen ongeveer 3,6 miljoen. Dat is het kabinetsplan, en het kan nog veranderen: uiterlijk 2 november komt het kabinet met een aangepaste dekking. Bij de overstap naar het nieuwe box 3-stelsel in 2028 kunnen banken bovendien ten minste in het eerste jaar geen gegevens aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte, schreef het kabinet al op 29 september.
De stijging van het aantal belastingbetalers in box 3 staat op pagina 49 en pagina 269 van de op 21 oktober 2026 gepubliceerde
Nota naar aanleiding van het verslag bij het Belastingplan 2027 (Kamerstuk 37 022, nr. 21). De waarschuwing over de vooraf ingevulde aangifte door banken staat in de
Kamerbrief over de voorstellen op box 3 van 29 september 2026, gepubliceerd op 20 oktober (Kamerstuk 37 020, nr. 62).
Volgens het plan 3,6 miljoen box 3-betalers in 2027
De forse uitbreiding van het aantal box 3-betalers in het overbruggingsjaar 2027 komt vooral doordat het kabinet het heffingsvrije vermogen uit artikel 5.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bijna wil halveren. Waar in 2026 nog €59.357 per persoon vrijgesteld is (€118.714 voor fiscale partners), daalt die vrijstelling volgens het plan op de peildatum van 1 januari 2027 naar €30.846 per persoon (€61.692 voor partners). Tegelijk wil het kabinet het forfaitaire rendementspercentage voor overige bezittingen in
artikel 5.2 lid 1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 met 1,5 procentpunt verhogen, naar 7,87 procent.
In een rekenvoorbeeld met een alleenstaande spaarder zonder schulden die €55.000 op zijn bankrekening heeft staan, is het verschil direct zichtbaar: in 2026 blijft zijn volledige
spaargeld onder de grens van €59.357 en betaalt hij €0 box 3-belasting, maar op 1 januari 2027 valt €24.154 van datzelfde spaargeld boven de nieuwe vrijstelling van €30.846. Volgens de Kamerantwoorden betalen daardoor in 2027 ongeveer 3,6 miljoen mensen box 3-heffing, ongeveer 1,2 miljoen meer dan zonder de verlaging. Die nieuwe betalers krijgen in 2027 gemiddeld een aanslag van €90.
Wil je dit voorbeeld narekenen met je eigen spaargeld? Vul je bedragen in bij de gratis box 3-calculator van Box3Wacht, de rekensite van DDS. Waarom banken je aangifte over 2028 niet vooraf kunnen invullen
Wie nu aangifte inkomstenbelasting doet, is gewend dat saldi en beleggingswaarden van grote Nederlandse banken als ING, Rabobank, ABN AMRO en SNS/ASN al automatisch klaarstaan in de vooraf ingevulde aangifte (VIA). In de
Kamerbrief van 29 september 2026 leggen de premier, de minister en de staatssecretaris van Financiën uit waarom dat bij het voorgestelde aangepaste box 3-stelsel vanaf 1 januari 2028 (met een vermogenswinstbelasting op financiële instrumenten zoals aandelen en obligaties) niet direct lukt.
Volgens de ketenpartijen, waaronder de banken, is het technisch wel haalbaar om op 1 januari 2028 te starten met het verzamelen van de nieuwe gegevens, maar kunnen zij die cijfers in het eerste aangiftejaar nog niet op tijd en op de juiste manier aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte. Het kabinet schrijft dat er in het eerste jaar "een groot beroep op het doenvermogen van belastingplichtigen en de uitvoeringscapaciteit van de Belastingdienst" wordt gedaan, "omdat banken tenminste in het eerste jaar geen gegevens kunnen aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte".
Zelf jaaroverzichten overnemen én langere tegenbewijsregeling
Het ontbreken van de vooraf ingevulde aangifte betekent dat spaarders en beleggers voor hun aangifte over 2028 zelf de gegevens van hun financiële jaaroverzichten moeten overnemen in het aangifteprogramma.
Daarnaast schreef de staatssecretaris op 2 oktober 2026 een brief over de
uitvoerbaarheid van samenlopende stelselwijzigingen bij de Belastingdienst (Kamerstuk 32 140, nr. 340), gepubliceerd op 21 oktober. Tot de invoering van een nieuw stelsel blijft de tegenbewijsregeling gelden: wie in 2026 of 2027 minder werkelijk rendement behaalt dan het forfait, moet dat zelf aantonen met het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement.
Uiterlijk op maandag 2 november volgt het nieuwe box 3-pakket
Of het kabinetsplan voor 2028 in deze vorm doorgaat, wordt binnen twee weken duidelijk. Eerst komt eind oktober het advies van de Raad van State over de novelle voor de aangepaste vermogenswinstbelasting per 2028.
Vervolgens stuurt het kabinet uiterlijk op maandag 2 november 2026 het uitgewerkte wetsvoorstel én de voorstellen om het resterende begrotingsgat in box 3 te dekken naar de Tweede Kamer, zodat de Kamer er tegelijk met het Belastingplan 2027 over kan stemmen.
Wil je de aangepaste box 3-plannen op een rij zodra ze er zijn? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van Box3Wacht, de rekensite van DDS.