Een dochter die vond dat haar broers onvoldoende op het geld van hun vader hadden gelet, krijgt geen grotere erfenis. Zij vroeg de rechtbank haar aandeel vast te stellen op €13.121,20. Het wordt €1.725,44. Volgens de rechter zijn de uitgaven voldoende verklaard en hebben de broers hun vader niet verkeerd vertegenwoordigd door hem ruimte te laten zijn eigen geld uit te geven.
Het oordeel staat in een
vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2026. De zaak draait om een herkenbare vraag binnen families: wat mag je verwachten van de kinderen die de
financiën van een ouder helpen regelen?
Twee broers regelden mee, vader hield zijn bankpas
De vader had vier kinderen. In zijn testament benoemde hij twee zoons en een dochter tot erfgenamen, ieder voor een gelijk deel. Het vierde kind kreeg een legaat ter grootte van zijn legitieme portie. De twee zoons waren ook aangewezen als executeurs.
Daarnaast had de vader in een levenstestament een algemene volmacht aan de twee broers gegeven. Daarmee konden zij tijdens zijn leven namens hem handelen.
Volgens de dochter hadden zij eerder moeten ingrijpen. Het vermogen van haar vader was sterk afgenomen en zij meende dat zijn geestelijke toestand achteruitging. In de procedure bleef volgens haar uiteindelijk €19.589,31 aan onvoldoende verklaarde vermogensafname over.
De rechtbank volgde de broers niet in hun stelling dat zij pas vanaf november 2023 van de volmacht gebruikmaakten. Zij hielden de betaalrekening in de gaten en vulden die aan vanuit het spaargeld. Maar dat betekende volgens de rechtbank niet dat zij de volledige controle over alle uitgaven hadden.
Hun vader beschikte zelf over een betaalpas. Hij ging graag naar winkels en restaurants en betaalde ook voor mensen die hem vergezelden.
Minder inkomsten en meerdere grote uitgaven
Voor de daling van het vermogen gaven de broers verschillende verklaringen. In 2023 viel een inkomstenpost van €9.000 aan lijfrente weg. Tegelijkertijd waren er schenkingen en extra kosten.
De rechtbank noemt onder meer een belastingaanslag van €5.702, verhuiskosten van €2.712,51 en een hoortoestel van €1.010,22. Ook betaalde de vader voor een gezamenlijke reis naar Spanje en etentjes met zijn zoons.
De dochter had onvoldoende onderbouwd dat hij die reis en maaltijden niet zelf wilde betalen. Zij herkende bovendien het beeld van haar vader als iemand die vasthoudend en eigenzinnig was en gemakkelijk geld uitgaf.
Alles bij elkaar vond de rechter geen buitensporig uitgavenpatroon of onverklaarbare vermogensafname. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de vader heel 2023 zijn financiën niet meer kon overzien.
De schenkingen hoefden niet terug
De dochter bestreed daarnaast schenkingen van samen €10.418. Daarvan ging €8.000 naar vier kleinkinderen en €2.418 naar de moeder van haar broers, die veel voor de vader had gedaan.
Volgens de broers waren die giften op verzoek van hun vader gedaan. Dat had de dochter onvoldoende weersproken. De rechtbank vond daarom geen grond om de bedragen terug te laten betalen aan de nalatenschap.
De schenking aan de moeder van de broers viel weliswaar buiten de groep kinderen en kleinkinderen die in de volmacht werd genoemd. Maar de broers beriepen zich op een afzonderlijk verzoek van hun vader. De dochter had onvoldoende betwist dat hij haar voor haar hulp wilde bedanken.
De broers vertegenwoordigden hun vader
De rechtbank keek ook naar wat de broers wél hadden gedaan. Volgens hun toelichting hadden zij de pinlimiet verlaagd, beperkten zij het saldo op de betaalrekening en spraken zij hun vader op zijn uitgaven aan. Tegelijk probeerden zij hem zijn eigen leven te laten leiden.
Dat na de uitvaart weinig te verdelen overbleef, bewees volgens de rechter niet dat zij hun werk verkeerd hadden gedaan. Hun opdracht betrof de belangen van hun vader, niet het veiligstellen van het toekomstige erfdeel van zijn kinderen.
Dit oordeel hangt samen met de concrete betalingen, de uitleg daarover en de positie van de vader. Het betekent niet dat iedere uitgave met een volmacht zonder verantwoording kan blijven. Bij discussies over familiegeld tellen zowel de onderbouwing als de juridische route. DDS schreef eerder over
erfgenamen die hun zus met een bankvolmacht aanspraken, maar hun vordering verkeerd instaken.
Uiteindelijk wordt €5.176,33 verdeeld
Ook het verwijt dat de broers onderdelen van de erfenis opzettelijk hadden verzwegen, hield geen stand. De rechtbank stelde het te verdelen bedrag vast op €5.176,33.
Alle bezittingen en schulden worden aan de broers toegedeeld. Zij moeten de dochter voor haar aandeel €1.725,44 betalen. Iedere partij draagt de eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad: naleving kan worden afgedwongen, ook als hoger beroep wordt ingesteld. Daarmee staat niet vast dat het oordeel onherroepelijk is.
De dochter krijgt dus haar deel van het vastgestelde restant. Haar verwijten over vaders uitgaven leveren geen aanvulling van de erfenis op.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.