De Europese Centrale Bank heeft de rente donderdag niet veranderd. De belangrijke depositorente blijft op 2,25 procent. Ook de rente voor basisherfinanciering blijft met 2,40 procent gelijk, terwijl de marginale beleningsrente op 2,65 procent blijft staan. Het besluit was op de financiële markten grotendeels verwacht, maar is belangrijk voor huishoudens. De
ECB-rente werkt namelijk indirect door in spaarrentes, hypotheekrentes, persoonlijke leningen en de financieringskosten van bedrijven.
Voor spaarders betekent het besluit dat er geen onmiddellijke aanleiding is voor
banken om hun vergoeding sterk te veranderen. Voor huizenkopers is er evenmin een plotselinge rentedaling waarop zij direct kunnen rekenen.
Waarom verandert de ECB de rente niet?
De ECB gebruikt de rente om de inflatie in de eurozone te beïnvloeden. Een hogere rente remt lenen en uitgeven af. Daardoor kan de vraag in de economie afnemen en kan de prijsdruk uiteindelijk dalen. Een lagere rente maakt lenen juist goedkoper en kan investeringen en consumptie stimuleren.
Momenteel zit de centrale bank met tegengestelde risico’s. Aan de ene kant wil de ECB voorkomen dat de economie onnodig wordt afgeremd. Aan de andere kant blijven energieprijzen en geopolitieke ontwikkelingen onzeker.
In de
toelichting op het rentebesluit benadrukt de ECB dat de vooruitzichten voor energieprijzen zeer beweeglijk zijn. De volledige invloed daarvan op de inflatie hoeft bovendien nog niet zichtbaar te zijn.
De centrale bank legt zich daarom niet vooraf vast op een volgende rentestap. Nieuwe besluiten worden genomen aan de hand van economische cijfers, de inflatievooruitzichten en de kracht waarmee eerder genomen rentebesluiten doorwerken.
Wat betekent dit voor spaarders?
Banken bepalen hun spaarrente zelf. De ECB-rente speelt daarbij een belangrijke rol, maar wordt niet automatisch één-op-één doorgegeven.
Wanneer banken relatief gemakkelijk geld van klanten kunnen aantrekken, hebben zij weinig reden om spaarders een veel hogere vergoeding te bieden. Banken die juist nieuwe klanten of extra spaargeld nodig hebben, kunnen een hogere rente gebruiken om tegoeden aan te trekken.
Het gelijkblijvende rentebesluit betekent daarom vooral stabiliteit. Spaarders hoeven niet direct een forse stijging of daling te verwachten uitsluitend vanwege dit ECB-besluit.
Dat neemt niet weg dat vergelijken zinvol blijft. Het verschil tussen een lage en hogere spaarrente kan bij grotere bedragen aanzienlijk zijn. Bij €25.000 spaargeld levert een renteverschil van één procentpunt op jaarbasis €250 bruto extra rente op. Bij €50.000 gaat het om €500.
Let bij buitenlandse spaarbanken wel op het toepasselijke depositogarantiestelsel, de voorwaarden en de vraag of het geld direct opneembaar is.
Hypotheekrente in de eurozone liep op
Voor huizenkopers is een andere passage uit de ECB-toelichting belangrijk. De gemiddelde rente op nieuwe hypotheken in de eurozone steeg in mei van 3,4 naar 3,5 procent.
Dat is een gemiddelde voor de eurozone en dus niet automatisch het tarief dat een Nederlandse koper krijgt. De uiteindelijke Nederlandse hypotheekrente hangt onder meer af van de rentevaste periode, de verhouding tussen lening en woningwaarde, Nationale Hypotheek Garantie en de aanbieder.
Ook meldt de ECB dat banken hun kredietvoorwaarden voor hypotheken in het tweede kwartaal hebben aangescherpt. Tegelijk nam de vraag naar woningleningen af.
Dat laat zien dat een ongewijzigde officiële rente niet betekent dat iedere consument onder dezelfde voorwaarden kan lenen. Banken kijken ook naar economische risico’s, woningprijzen, inkomen en hun eigen financieringskosten.
Een klein renteverschil heeft grote gevolgen
Bij hypotheken kunnen enkele tienden van een procentpunt al veel uitmaken. Wie €350.000 leent tegen 3,5 procent betaalt aan het begin bruto meer rente dan iemand die hetzelfde bedrag tegen 3,2 procent kan financieren.
Het exacte maandverschil hangt af van de hypotheekvorm en looptijd, maar over een rentevaste periode van tien jaar kan het totale verschil duizenden euro’s bedragen.
Huizenkopers doen er daarom verstandig aan niet alleen naar de vraagprijs van een woning te kijken. Ook financieringsvoorwaarden, advieskosten, verzekeringen, onderhoud en gemeentelijke lasten bepalen wat wonen werkelijk kost.
Geen onmiddellijke meevaller
Het ECB-besluit is geen slecht nieuws, maar evenmin de snelle verlichting waarop sommige spaarders of huizenkopers hopen. De rente blijft op 2,25 procent en de centrale bank houdt alle opties open.
Voor spaarders betekent dat vooral: blijf tarieven vergelijken. Voor mensen met een aflopende rentevaste periode is het verstandig om enkele maanden vooraf verschillende aanbiedingen te bekijken. Nieuwe kopers kunnen beter rekenen met de rente die vandaag werkelijk beschikbaar is dan wachten op een rentedaling die nog niet vaststaat.
De rentepauze geeft rust, maar geen garantie. Energieprijzen, inflatie en economische cijfers bepalen welke kant de ECB bij een volgende vergadering opgaat.