Nederlandse kinderen krijgen hun eerste smartphone inmiddels gemiddeld wanneer zij tien jaar oud zijn. Voor veel gezinnen valt dat moment ongeveer samen met de laatste jaren van de basisschool. Het toestel wordt gekocht om het kind bereikbaar te maken, zelfstandig naar school te laten fietsen of contact te houden met vriendjes. Maar zodra de telefoon wordt aangezet, krijgt het kind veel meer dan een apparaat om mee te bellen. Sociale media, groepsapps, filmpjes, chatrooms en onbekende gebruikers komen allemaal binnen handbereik.
Uit een nieuwe peiling onder kinderen van 10 tot en met 15 jaar blijkt dat de helft weleens berichten of beelden tegenkomt die hen bang of verdrietig maken. Snapchat en TikTok worden het vaakst genoemd als platforms waarop de kans op een vervelende ervaring volgens kinderen groot is.
Het opvallendste probleem is misschien niet eens wat zij zien. Het is dat zij er vervolgens thuis vaak niet over praten.
Angst dat de telefoon wordt afgepakt
Kinderen kunnen zwijgen omdat zij zich schamen of bang zijn voor een boze reactie. Ze vrezen bijvoorbeeld dat hun ouders de smartphone afpakken, sociale media verbieden of onmiddellijk contact opnemen met de ouders van een klasgenoot.
Dat maakt een harde eerste reactie begrijpelijk, maar niet altijd verstandig. Als een kind eenmaal denkt dat eerlijk vertellen automatisch betekent dat de telefoon verdwijnt, kan het de volgende keer besluiten helemaal niets te zeggen.
Mediapedagoog Marije Lagendijk legt in een
toelichting over de online opvoeding van kinderen uit dat ouders daardoor ongemerkt steeds minder zicht kunnen krijgen op het digitale leven van hun kind.
Een kind kan dan blijven rondlopen met online pesten, bedreigingen, schokkende beelden of contact met iemand die zich anders voordoet dan hij werkelijk is. De ouder merkt pas iets wanneer het probleem al veel groter is geworden.
De eerste afspraak zou daarom niet over schermtijd moeten gaan, maar over hulp: je mag altijd vertellen wat je hebt gezien en we lossen het eerst samen op.
Dat betekent niet dat gedrag nooit gevolgen mag hebben. Een kind dat zelf pest, geld uitgeeft of bewust gevaarlijke afspraken maakt, moet worden gecorrigeerd. Het gesprek begint alleen beter wanneer de ouder eerst probeert te begrijpen wat er is gebeurd.
Kinderen begrijpen het nut van afspraken
Grenzen stellen wordt soms voorgesteld als iets waar kinderen uitsluitend tegen zouden zijn. De nieuwe cijfers geven een ander beeld.
Volgens de
onderzoeksresultaten van de Rijksoverheid begrijpt 89,4 procent van de kinderen waarom afspraken over smartphonegebruik belangrijk zijn. De helft geeft zelfs aan zulke afspraken prettig te vinden.
Dat is niet zo vreemd. Regels kunnen ook rust geven. Een kind hoeft dan niet zelf iedere avond de strijd te voeren tegen meldingen, groepsapps en de angst om iets te missen. Als de telefoon om 20.30 uur beneden blijft, geldt die afspraak gewoon iedere dag.
Het helpt wel wanneer ouder en kind de afspraken samen maken. Een opgelegd verbod zonder uitleg voelt al snel willekeurig. Een regel die gekoppeld is aan slaap, concentratie of veiligheid is beter te begrijpen.
Ook het gedrag van ouders telt mee. Wie tijdens het avondeten voortdurend op zijn eigen telefoon kijkt, heeft een zwakker verhaal wanneer het kind dat niet mag. De regel “geen telefoons aan tafel” werkt geloofwaardiger wanneer hij voor iedereen geldt.
Deze afspraken kun je vooraf maken
De nieuwe overheidscampagne Blijf in Beeld bevat een afsprakenkaart voor gezinnen. Daarop kunnen ouders en kinderen vastleggen wat zij belangrijk vinden.
Een bruikbare set afspraken kan bijvoorbeeld gaan over:
-
waar de telefoon ’s nachts wordt opgeladen;
-
op welke momenten het toestel niet wordt gebruikt;
-
welke apps eerst met een ouder worden besproken;
-
wat een kind nooit online deelt;
-
wanneer een kind onmiddellijk hulp moet vragen;
-
of aankopen alleen met toestemming worden gedaan;
-
hoe wordt gereageerd op contact met onbekenden;
-
wat er gebeurt wanneer iemand in een groepsapp wordt gepest.
Het is verstandig om daarbij concreet te zijn. “Niet te veel op je telefoon” betekent voor iedereen iets anders. “Na 20.30 uur ligt de telefoon beneden” is duidelijk.
Hetzelfde geldt voor privacy. Vertel niet alleen dat een kind geen persoonlijke gegevens mag delen, maar bespreek welke gegevens dat zijn. Een achternaam, school, sportclub, live locatie, telefoonnummer en foto van de voordeur kunnen een onbekende samen verrassend veel informatie geven.
Ook foto’s van anderen horen bij het gesprek. Een grappige opname van een klasgenoot kan voor die klasgenoot vernederend zijn. Spreek daarom af dat foto’s en filmpjes niet zonder toestemming in groepen of op sociale media worden geplaatst.
Niet iedere tienjarige is hetzelfde
De gemiddelde leeftijd van tien jaar betekent niet dat ieder kind op zijn tiende klaar is voor een smartphone. Het ene kind gaat voorzichtig met regels om, terwijl het andere makkelijk wordt meegesleept door groepsdruk of nauwelijks kan stoppen met kijken.
Ook de situatie op school speelt mee. In sommige klassen hebben bijna alle kinderen al een smartphone. Elders spreken ouders gezamenlijk af om de aanschaf uit te stellen.
Het platform Smartphonevrij Opgroeien pleit ervoor kinderen tot hun veertiende zonder smartphone en tot hun zestiende zonder sociale media te laten opgroeien. Volgens oprichter Daniëlle Batist wordt uitstel vooral makkelijker wanneer meerdere ouders binnen dezelfde klas meedoen. Eén kind zonder smartphone kan zich buitengesloten voelen. Een groep van zes of zeven kinderen heeft onderling voldoende gezelschap om andere dingen te ondernemen.
Uitstel hoeft bovendien niet te betekenen dat een kind onbereikbaar is. Een eenvoudige beltelefoon of horloge met beperkte communicatiefuncties kan tijdelijk voldoende zijn.
Blijf het gesprek herhalen
Een afsprakenkaart invullen op de dag dat de smartphone uit de doos komt, is een goed begin. Het is alleen geen eenmalige oplossing.
De online wereld van een kind verandert snel. Een app die vandaag nauwelijks wordt gebruikt, kan over drie maanden de belangrijkste ontmoetingsplaats van de klas zijn. Een elfjarige voert andere gesprekken dan een vijftienjarige en loopt ook andere risico’s.
Plan daarom af en toe een rustig gesprek zonder dat er eerst iets mis hoeft te gaan. Vraag wat het kind leuk vindt, wie het volgt en welke vreemde of vervelende dingen het onlangs heeft gezien. Toon ook belangstelling voor de positieve kant. Wie alleen over gevaren praat, krijgt uiteindelijk korte, defensieve antwoorden.
De eerste smartphone is voor een kind een grote stap richting zelfstandigheid. Voor ouders is het vooral het begin van een nieuwe vorm van opvoeden. Niet door ieder bericht mee te lezen, maar door aanwezig te blijven, grenzen te stellen en ervoor te zorgen dat het kind ook na een fout nog naar huis durft te komen met het echte verhaal.