Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Extreme hitte kost Nederland mogelijk 0,8 procentpunt groei: Europese schade loopt op tot €180 miljard

Economie12 aug , 12:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Het warme weer is allang niet meer uitsluitend een onderwerp voor het weerbericht. De aanhoudende hitte en droogte raken bedrijven, werknemers, boeren en transporteurs inmiddels rechtstreeks in hun portemonnee. Nieuw onderzoek van Triodos Bank laat zien hoe groot de economische rekening kan worden. Voor heel Europa gaat het naar schatting om €180 miljard. Nederland zou door de gevolgen van het extreme weer 0,8 procentpunt aan economische groei kunnen verliezen.
Dat laatste cijfer is opvallend. De Nederlandsche Bank verwachtte in juni namelijk dat de Nederlandse economie over heel 2026 met ongeveer 0,8 procent zou groeien. De berekeningen zijn niet één op één met elkaar te vergelijken, maar ze maken wel duidelijk dat een groot deel van de verwachte vooruitgang door hitte en droogte kan worden opgeslokt.
Volgens het door Reuters beschreven onderzoek van Triodos Bank kan de economische schade in de Europese Unie uitkomen op ongeveer 1 procent van het gezamenlijke bruto binnenlands product. Frankrijk zou met een verlies van 1,4 procentpunt harder worden getroffen dan Nederland.

Minder werk verzet tijdens hete uren

Een belangrijk deel van de rekening ontstaat op de werkvloer. Bij temperaturen boven de 25 tot 30 graden neemt de productiviteit af. Dat geldt vanzelfsprekend voor stratenmakers, bouwvakkers en personeel in magazijnen zonder goede koeling, maar ook voor mensen die op kantoor werken.
Wie een hele dag in een warme ruimte zit, werkt doorgaans trager, maakt vaker fouten en heeft meer pauzes nodig. Een enkele warme middag zal de Nederlandse economie niet ontregelen. Anders wordt het wanneer grote groepen werknemers wekenlang met uitzonderlijke temperaturen te maken krijgen.
Werkgevers kunnen de schade gedeeltelijk beperken door werktijden te verschuiven, extra pauzes in te lassen of koeling te regelen. Daar hangt echter eveneens een prijskaartje aan. Airconditioners gebruiken veel stroom, werkzaamheden in de avonduren kunnen duurder zijn en niet ieder productieproces kan eenvoudig worden stilgelegd zodra het kwik oploopt.

Lage rivieren raken transporteurs

Ook de lage waterstanden beginnen pijn te doen. Nederland leunt zwaar op de binnenvaart voor het vervoer van brandstoffen, grondstoffen en bouwmaterialen. Wanneer een rivier ondieper wordt, kunnen schepen minder zwaar worden beladen. Dezelfde hoeveelheid vracht moet dan over meer schepen worden verdeeld.
Dat leidt tot hogere vervoerskosten. In het uiterste geval moeten bedrijven uitwijken naar vrachtwagens of treinen, voor zover daar voldoende capaciteit beschikbaar is. Vooral op de Rijn kan een laag waterpeil grote gevolgen hebben. Het meetpunt bij het Duitse Kaub is daarbij berucht: als het water daar te laag staat, kunnen veel schepen nog maar een deel van hun normale lading meenemen.
Die extra transportkosten blijven niet altijd bij de vervoerder liggen. Producenten verwerken hogere kosten uiteindelijk vaak in hun prijzen. Dat kan zich later vertalen in duurdere brandstoffen, bouwmaterialen en producten in winkels.

Boeren en energiebedrijven merken droogte direct

In de landbouw is de schade zichtbaarder. Akkerbouwers moeten meer beregenen, terwijl daar tijdens langdurige droogte juist beperkingen voor kunnen gelden. Gewassen groeien minder goed of leveren een kleinere oogst op. Een tegenvallende Europese oogst kan vervolgens de prijzen van aardappelen, groente, fruit en graan opstuwen.
Ook de energiesector is gevoelig voor hitte. Elektriciteitscentrales gebruiken op sommige plaatsen rivierwater voor koeling. Wanneer het water te warm wordt of het peil te laag staat, kan de productie worden beperkt. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar elektriciteit doordat huishoudens en bedrijven ventilatoren en airconditioners inschakelen.
Het probleem stapelt zich daarmee op: er is meer stroom nodig op een moment dat bepaalde centrales juist minder eenvoudig kunnen produceren.

Geen directe rekening van €180 miljard

Het bedrag van €180 miljard betekent niet dat Europese huishoudens binnenkort gezamenlijk een factuur op de deurmat krijgen. Het gaat om een raming van gemiste productie, lagere opbrengsten en extra kosten in verschillende sectoren.
Een deel daarvan komt terecht bij bedrijven, een deel bij overheden en verzekeraars. Uiteindelijk voelen consumenten de gevolgen mogelijk via hogere prijzen, belastinguitgaven of een minder sterke arbeidsmarkt. Hoe groot dat effect werkelijk wordt, hangt af van de duur van de hitte, het verdere verloop van de droogte en de snelheid waarmee omstandigheden normaliseren.
De Nederlandsche Bank waarschuwde eerder al dat de directe wereldwijde kosten van weersgerelateerde rampen sinds het begin van deze eeuw meer dan zijn verdubbeld. In 2025 ging het volgens de centrale bank om circa 224 miljard dollar.
Voor huishoudens is het belangrijkste gevolg voorlopig niet één plotselinge prijsstijging, maar een reeks kleinere effecten: voedsel dat duurder kan worden, bedrijven die hogere transportkosten maken en werkgevers die geld kwijt zijn aan koeling en aangepaste werktijden.
De hete zomer is daarmee niet gratis. Zelfs wanneer de zon voor vakantiegangers welkom is, loopt achter de schermen een economische rekening op die uiteindelijk op veel meer plaatsen voelbaar kan worden.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading