Word je tijdens je ziekte uit je functie gezet, zonder dat je werkgever je eerst duidelijk heeft gezegd wat er mis was? Dan kan dat je werkgever veel geld kosten. Het Gerechtshof Amsterdam heeft de billijke vergoeding voor een afdelingshoofd van de Vrije Universiteit (VU) ruim verdubbeld, van €20.000 naar €44.490,55 bruto. Daarnaast moet de VU haar nog €9.137,10 voor niet opgenomen vakantie-uren betalen.
Dat blijkt uit een
beschikking van het hof van 13 oktober, die dinsdag is gepubliceerd. De vrouw had zelf €400.000 gevraagd.
Uit functie tijdens ziekte
De vrouw begon in maart 2021 als hoofd van de afdeling die cursussen Nederlands als tweede taal geeft, voor €7.651 bruto per maand. Bij haar sollicitatie was haar een goed draaiende en financieel gezonde afdeling voorgespiegeld, erkende haar leidinggevende later. Ze trof een afdeling met een hoge werkdruk en een handmatige, tijdrovende administratie.
In juli 2022 meldde ze zich ziek. Twee maanden later kreeg ze te horen dat ze niet meer terug kon naar haar eigen functie. Haar leidinggevende had er geen vertrouwen meer in dat zij de problemen van de afdeling zou oplossen.
In juni 2024 legde het UWV de VU een loonsanctie op, omdat de VU onvoldoende had onderzocht of de vrouw blijvend op een andere plek binnen de VU kon worden geplaatst. De VU vroeg de kantonrechter later om het contract te ontbinden, vooral omdat ze niet goed zou functioneren. De kantonrechter ontbond het per 1 december 2025 wegens een verstoorde arbeidsverhouding.
Wat het hof de VU verwijt
Het hof vindt dat de ontbinding terecht was: de verhouding was ernstig en duurzaam verstoord. Maar de VU had de vrouw volgens het hof wel ten onrechte uit haar functie gezet.
Vooraf was ze er onvoldoende op gewezen dat ze niet goed functioneerde, en er was geen duidelijk verbetertraject. De VU had met haar in gesprek moeten gaan, afspraken moeten maken en haar de kans moeten geven om beter te functioneren. Het hof noemt dat ernstig verwijtbaar handelen. Dan heeft een werknemer recht op een billijke vergoeding.
Waarom geen €400.000
De vrouw rekende met inkomensschade tot haar pensioen. Ze is opnieuw ziek, heeft inmiddels een chronische ziekte en ging uit van een kans van 25 procent dat ze tot haar pensioen (deels) arbeidsongeschikt blijft. Daar telde ze pensioenschade en €30.000 als afschrikking bij op. Het hof ging daar niet in mee. Dat ze tot haar pensioen bij de VU was gebleven, vond het hof niet aannemelijk: haar ziekte is chronisch, bij langdurige ziekte had de VU rond maart 2027
ontslag kunnen aanvragen, en bij arbeidsongeschiktheid houdt ze lang 70 procent van haar loon.
Het hof keek naar wat er zou zijn gebeurd als de VU het wel goed had aangepakt. Dan was het contract volgens het hof, ook met een verbetertraject, binnen vijf maanden toch geëindigd, omdat het wantrouwen over en weer te groot was. De billijke vergoeding is daarom vijf keer haar maandloon inclusief toeslagen: 5 x €8.898,11 = €44.490,55 bruto.
Daarnaast krijgt ze:
- €9.137,10 bruto voor 169,74 wettelijke vakantie-uren die nog openstonden;
- €5.080 aan buitengerechtelijke kosten.
Haar compensatie-uren uit de cao krijgt ze niet uitbetaald: die vervallen als je ze niet opneemt in het jaar waarin je ze opbouwt.
Wat je hieruit kunt halen
- Een werkgever moet je eerst waarschuwen. Wil hij je uit je functie zetten om je functioneren, dan hoort daar een duidelijk gesprek en een verbetertraject bij.
- Wettelijke vakantie-uren vervallen niet zomaar. Je werkgever moet je erop wijzen dat ze dreigen te vervallen en je de kans geven ze op te nemen. Deed hij dat niet, of kon je ze door je ziekte echt niet opnemen, dan moet hij ze bij het einde van je contract uitbetalen.
- Een billijke vergoeding is geen jackpot. De rechter kijkt naar wat je had gekregen als de werkgever het wel goed had gedaan.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.