Wie eerder dit jaar liet uitrekenen hoeveel hij kon lenen voor een huis, doet er verstandig aan dat bedrag opnieuw te controleren. Een gelijk gebleven salaris betekent namelijk niet dat de maximale hypotheek ook gelijk blijft. In een actuele voorbeeldberekening kan een stel met inkomens van €50.000 en €30.000 samen ongeveer €6.000 minder lenen dan in februari. De belangrijkste verklaring is de gestegen hypotheekrente.
Dat verschil kan bij een bod op een woning nét de ruimte wegnemen die een koper dacht te hebben. Vooral wanneer er weinig eigen geld beschikbaar is, kan een oude berekening daardoor een duur misverstand opleveren.
Van ongeveer €376.000 naar €370.000
Het voorbeeld betreft een woning met energielabel A. Bij de gebruikte uitgangspunten daalde de maximale hypotheek van ongeveer €376.000 in februari naar circa €370.000.
In dezelfde vergelijking liep de gemiddelde
rente voor tien jaar vast met Nationale Hypotheek Garantie op van ongeveer 3,7 naar 4,15 procent. De cijfers werden door hypotheekdeskundige Martin Hagedoorn toegelicht in
berichtgeving van RTL Nieuws.
Die €6.000 is geen nieuwe algemene grens. Het is de uitkomst voor een specifieke combinatie van inkomen, woning en hypotheekvoorwaarden.
Waarom een hogere rente minder leenruimte geeft
Een hypotheek moet niet alleen passen bij de waarde van de woning. Ook de maandelijkse lasten moeten binnen de toepasselijke inkomensnormen blijven.
Als de rente stijgt, wordt dezelfde lening duurder. Bij een gelijk inkomen kan daardoor een lager leenbedrag overblijven. Het maximum wordt dus niet uitsluitend bepaald door hoeveel keer het jaarsalaris iemand mag lenen.
Het Nibud adviseert over de financieringslastpercentages die bij deze berekeningen een rol spelen. In het
advies over de hypotheeknormen voor 2026 wordt rekening gehouden met de ruimte die huishoudens naast woonlasten nodig hebben voor andere uitgaven.
Het verschil wordt zichtbaar bij het eigen geld
Een rekenvoorbeeld maakt duidelijk waarom een daling van €6.000 belangrijk kan zijn. Stel dat een koper een woning van €380.000 op het oog heeft.
Bij een maximale hypotheek van €376.000 resteert in die eenvoudige vergelijking een verschil van €4.000. Bij €370.000 wordt dat €10.000. De bijkomende aankoopkosten zijn in beide bedragen nog niet meegenomen.
De woning is in dit voorbeeld niet duurder geworden. Toch moet de koper meer eigen geld inzetten. Een bod dat enkele maanden eerder haalbaar leek, kan daardoor bij dezelfde vraagprijs financieel anders uitpakken.
Een indicatie is geen definitieve financiering
Online rekentools zijn nuttig om een eerste indruk te krijgen, maar werken met de gegevens en aannames die worden ingevoerd. Een vergeten schuld of andere rentevaste periode kan al een verschil geven.
Ook veranderingen in werk, inkomen of vaste verplichtingen kunnen relevant zijn. Een oude uitdraai uit een rekentool is daarom geen garantie dat een bank hetzelfde bedrag later daadwerkelijk verstrekt.
Laat een berekening opnieuw maken wanneer je serieus gaat bieden. Vraag daarbij welke rente, verplichtingen en woningkenmerken zijn gebruikt. Zo wordt duidelijk of twee uitkomsten werkelijk met elkaar vergelijkbaar zijn.
Het energielabel hoort bij de vergelijking
Het voorbeeld gebruikt een woning met label A. Dat detail is niet toevallig: het energielabel kan binnen de hypotheekregels invloed hebben op de beschikbare financieringsruimte.
Een berekening voor de ene woning kan daardoor niet zonder meer worden meegenomen naar een andere woning met een ander label. Hetzelfde geldt voor eventuele plannen om te verduurzamen.
De
informatie van het Nibud over het afsluiten van een hypotheek onderstreept dat verschillende financiële omstandigheden samenkomen. Alleen het gezamenlijke salaris opschrijven geeft geen volledig antwoord.
Bestaande huiseigenaren merken niet allemaal direct iets
Een stijging van de actuele hypotheekrente betekent niet dat iedere bestaande hypotheek onmiddellijk duurder wordt. Wie een vaste rente heeft afgesproken, houdt die in beginsel gedurende de overeengekomen rentevaste periode.
De verandering wordt vooral relevant bij nieuwe financiering, een aanvullende lening of het aflopen van een renteafspraak. Ook bij een verhuizing moet opnieuw naar de toepasselijke voorwaarden worden gekeken.
Daarom kunnen twee huishoudens met een vergelijkbare woning op hetzelfde moment heel andere woonlasten hebben. De ene eigenaar zit nog jaren vast aan een eerder percentage, terwijl de andere nu moet afsluiten.
Maximaal lenen is niet hetzelfde als prettig wonen
Los van de banknorm blijft de eigen begroting belangrijk. Een huishouden dat veel uitgeeft aan kinderopvang, vervoer of zorg kan minder ruimte ervaren dan een ander huishouden met hetzelfde inkomen.
Maak daarom naast de maximale hypotheek ook een maandbegroting. Neem niet alleen rente en aflossing op, maar ook onderhoud, verzekeringen, lokale lasten en een reserve voor tegenvallers.
De daling van €6.000 laat vooral zien dat hypotheekruimte geen vast bezit is zolang de financiering nog niet is geregeld. Een recente berekening hoort daarom bij het zoeken naar een huis, net zoals een actuele vraagprijs en een bezichtiging.