Had je al vóór 2001 een
hypotheek op je huis, dan mag je de rente daarvan nog maar vier jaar aftrekken. Op 31 december 2030 loopt de termijn van dertig jaar af. Vanaf 2031 betaal je de rente zonder belastingvoordeel. Bij een aflossingsvrije hypotheek van €150.000 kan dat je ruim €1.000 tot ruim €2.250 per jaar kosten, afhankelijk van je inkomen en leeftijd.
De groep die dit raakt, bestaat vooral uit huiseigenaren die nu rond de zestig of ouder zijn en in de jaren tachtig of negentig een huis kochten met een aflossingsvrije hypotheek. Hypotheekadviseur
Van Bruggen wees er eind september op dat de Miljoenennota geen besluit bevat over hoe het kabinet met deze groep omgaat, terwijl de einddatum steeds dichterbij komt.
Waarom de aftrek in 2030 stopt
Sinds 2001 mag je de rente van je hypotheek
maximaal 30 jaar aftrekken. Voor hypotheken die al bestonden vóór 1 januari 2001, is die termijn op die datum gaan lopen. Dertig jaar later, op 31 december 2030, eindigt hij. Het maakt dus niet uit of je je huis in 1985 of in 1999 kocht: voor al die oude hypotheken is 2030 het laatste jaar met renteaftrek.
Heb je je hypotheek sinds 2001 overgesloten, dan verandert dat niets. Bij
oversluiten loopt de oude termijn gewoon door. Je kunt de klok dus niet opnieuw laten beginnen door naar een andere bank te gaan.
Zoveel kost het je per jaar
De rente mag je aftrekken tegen het tarief van de belastingschijf waarin je inkomen valt, in 2026
maximaal 37,56 procent. Een rekenvoorbeeld met de tarieven van dit jaar: je hebt een aflossingsvrije hypotheek van €150.000 tegen 4 procent rente. Je betaalt dan €6.000 rente per jaar.
- Je bent jonger dan de AOW-leeftijd en je inkomen valt in de eerste schijf (35,75 procent): je belastingvoordeel is nu ongeveer €2.145 per jaar, bijna €180 per maand. Dat valt vanaf 2031 weg.
- Je hebt de AOW-leeftijd bereikt en je inkomen valt in de eerste schijf (17,85 procent): je voordeel is nu ongeveer €1.070 per jaar, bijna €90 per maand.
- Je inkomen valt in de tweede schijf (37,56 procent): je voordeel is nu ruim €2.250 per jaar, bijna €190 per maand.
Dit is een vereenvoudigde berekening. Het eigenwoningforfait, dat je bij je inkomen optelt, en de regeling voor huizen zonder of met een kleine hypotheek, de
Wet Hillen, hebben ook invloed op wat je uiteindelijk betaalt. De tarieven en percentages voor 2031 zijn nog niet bekend.
Wat er daarna met je hypotheek gebeurt
Na de dertig jaar telt je hypotheek niet meer mee in box 1. De schuld verhuist dan naar box 3, waar je
belasting betaalt over je spaargeld en beleggingen. Daar telt een schuld als min-post: hij verlaagt je vermogen. Heb je veel spaargeld, dan kan dat je box 3-belasting wat drukken. Heb je weinig spaargeld, dan levert het je niets op.
Je maandlasten zelf veranderen niet: de bank rekent dezelfde rente. Alleen het deel dat je via de belasting terugkreeg, valt weg. Ontvang je de teruggaaf nu maandelijks via een voorlopige aanslag, dan zie je dat bedrag vanaf 2031 niet meer op je rekening.
Waarom er nog onduidelijkheid is
De regel zelf staat al ruim 25 jaar in de wet. Maar volgens adviseurs is nog niet duidelijk hoe het kabinet omgaat met de mensen die in 2031 een grote aflossingsvrije schuld hebben zonder renteaftrek. Van Bruggen roept het kabinet op om nu te kiezen, zodat huiseigenaren zich kunnen voorbereiden. Zolang er geen ander besluit is, geldt de huidige wet: de aftrek stopt na 31 december 2030.
Wat je nu kunt doen
Zoek in je hypotheekpapieren op wanneer je je eerste hypotheek afsloot en welk deel aflossingsvrij is. Kijk op je laatste aangifte hoeveel hypotheekrente je aftrok, en reken met je eigen belastingtarief uit wat je per jaar terugkrijgt. Dat bedrag valt vanaf 2031 weg. Overweeg of je vóór die tijd een deel wilt aflossen, bijvoorbeeld met spaargeld dat nu weinig rente oplevert. Vraag je bank of een onafhankelijke hypotheekadviseur om mee te rekenen voordat je iets besluit, want boetevrij aflossen is vaak aan een maximum per jaar gebonden.