Op papier is er goed nieuws: de inflatie is gedaald. Het CBS meldt dat de inflatie in juni 2026 uitkwam op 2,9 procent, tegen 3,5 procent in mei. Dat klinkt alsof de druk op de portemonnee afneemt. Maar voor automobilisten is het verhaal
minder rooskleurig. Motorbrandstoffen waren in juni nog altijd 17,3 procent duurder dan een jaar eerder. In mei lag die stijging zelfs op 27,5 procent, dus de druk is wel minder geworden, maar tanken blijft fors duurder dan vorig jaar.
Lagere inflatie is niet hetzelfde als lagere prijzen
Dit blijft de grootste misvatting. Als de inflatie daalt, worden producten niet automatisch goedkoper. Ze stijgen alleen minder hard dan eerder. En bij brandstof betekent dat: de extreme stijging vlakt af, maar de prijs ligt nog steeds veel hoger dan een jaar geleden.
Voor automobilisten die elke week of maand moeten tanken, voelt dat verschil weinig als verlichting.
De automobilist merkt de rekening direct
Brandstof is een van de meest zichtbare prijzen in het dagelijks leven. Je ziet de literprijs op het bord, je ziet het totaalbedrag aan de pomp en je merkt het meteen op je bankrekening.
Voor mensen in steden met goed openbaar vervoer is een hoge
benzineprijs vervelend. Voor mensen buiten de Randstad, forenzen, mantelzorgers, bouwvakkers, verpleegkundigen met onregelmatige diensten en ouders met kinderen is de auto vaak noodzakelijk.
Dan is 17,3 procent duurder dan vorig jaar geen abstract cijfer.
Den Haag moet niet te vroeg juichen
Een inflatiecijfer van 2,9 procent is beter dan 3,5 procent. Maar het is geen reden om te doen alsof de koopkrachtpijn voorbij is. Huur, energie, zorgpremie, boodschappen, verzekeringen en vervoer blijven hoog.
Veel huishoudens hebben de prijsstijgingen van de afgelopen jaren nog niet verwerkt. Hun buffer is kleiner en hun vaste lasten zijn hoger.
Brandstof werkt door in andere prijzen
Dure brandstof raakt niet alleen automobilisten. Transport wordt duurder, ondernemers betalen meer voor ritten, bezorgkosten lopen op en logistiek wordt prijziger. Uiteindelijk kan dat ook in producten terechtkomen.
Dus zelfs wie zelf weinig rijdt, kan indirect meebetalen.
Wat kun je doen?
Vergelijk tankstations. Vermijd snelwegpompen als dat kan. Combineer ritten. Controleer bandenspanning. Vraag je werkgever of de hogere onbelaste kilometervergoeding wordt toegepast. En kijk of thuiswerken of carpoolen realistisch is.
Het lost de structurele prijsdruk niet op, maar het kan de schade beperken.
De inflatie daalt, maar de portemonnee juicht niet
De daling naar 2,9 procent is op papier goed nieuws. Maar de automobilist ziet vooral dat brandstof nog altijd fors duurder is dan een jaar geleden.
Laat je niet sussen door één mooi inflatiecijfer. Kijk naar de rekeningen die je echt betaalt.
En aan de pomp blijft die rekening voorlopig pijnlijk.