De salarisontwikkeling van jonge werknemers blijkt gunstiger dan alleen uit de officiële cao-cijfers naar voren komt. Terwijl de cao-lonen in 2025 met ongeveer 5 procent stegen, ging het werkelijke loon van veel twintigers en jonge dertigers met ruim 6 procent omhoog. Promoties, extra gewerkte uren en de overstap naar een andere werkgever verklaren een belangrijk deel van het verschil. Dat betekent niet dat iedere werknemer onder de dertig automatisch een loonsverhoging van 6 procent heeft ontvangen. Het gaat om gemiddelden van grote groepen werknemers. Wie hetzelfde aantal uren bleef werken, niet van functie veranderde en uitsluitend de cao-verhoging kreeg, kan lager uitkomen.
De cijfers laten wel zien dat de gebruikelijke cao-statistiek maar een deel van het verhaal vertelt. Zeker in de eerste jaren van een loopbaan kan het inkomen veel sneller veranderen dan de salarisschaal doet vermoeden.
Baanwissel en promotie tellen niet mee in het cao-cijfer
Een cao-cijfer meet hoeveel de afgesproken lonen binnen collectieve arbeidsovereenkomsten stijgen. Zo’n cijfer houdt geen rekening met een werknemer die promotie maakt, van 32 naar 36 uur gaat of bij een andere werkgever een hoger salaris bedingt.
Juist bij jonge werknemers komen dat soort veranderingen relatief vaak voor. Zij beginnen onderaan een salarisschaal, zetten sneller een volgende stap en wisselen vaker van baan. Een periodieke verhoging, promotie en cao-stijging kunnen daardoor in één jaar samenkomen.
Economen van ABN AMRO hebben de werkelijke loonontwikkeling naast de cao-cijfers gelegd. Uit hun analyse blijkt dat de lonen van veel werknemers tussen de 20 en 30 jaar in 2025 met meer dan 6 procent stegen. De gemiddelde cao-verhoging bleef rond de 5 procent liggen.
De
NOS beschrijft dat het verschil bij oudere werknemers doorgaans kleiner is. Zij zitten vaker al hoog in hun salarisschaal, veranderen minder vaak van werkgever of kiezen richting hun pensioen juist voor minder uren.
Ook over een langere periode is het patroon zichtbaar. Volgens de onderzoekers stegen de werkelijke lonen van bijna alle leeftijdsgroepen tussen 20 en 67 jaar de afgelopen vijf jaar gemiddeld sneller dan de cao-index. Bij jonge werkenden is het verschil echter het duidelijkst.
Wat betekent ruim 6 procent in euro’s?
Een percentage spreekt pas echt wanneer het wordt omgerekend naar een salaris. Stel dat iemand aan het begin van 2025 een bruto maandloon van €3.000 had. Een stijging van 5 procent brengt dat bedrag naar €3.150. Bij 6 procent wordt het €3.180.
Het verschil is in dit eenvoudige voorbeeld €30 bruto per maand, oftewel €360 bruto per jaar, exclusief vakantiegeld. Bij een promotie of baanwissel kan het verschil veel groter zijn.
Het nettobedrag hangt af van belasting, toeslagen, pensioenpremies en andere inhoudingen. Een hoger brutoloon komt daarom niet één op één op de bankrekening terecht. Daarnaast kan een salarisstijging gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke toeslagen.
Toch is het voor werknemers nuttig om niet alleen naar de algemene cao-verhoging te kijken. Wie nieuwe taken heeft gekregen, structureel meer verantwoordelijkheid draagt of aantoonbaar beter presteert, heeft mogelijk ruimte om een individuele verhoging te bespreken.
RTL Nieuws wijst erop dat ook het aantal gewerkte uren meespeelt. Iemand die meer is gaan werken, ziet het totale inkomen stijgen zonder dat het uurloon in hetzelfde tempo omhooggaat. Dat onderscheid is belangrijk bij het beoordelen van de eigen positie.
De arbeidsmarkt is minder krap dan in 2022
Werknemers hebben nog altijd mogelijkheden om van baan te veranderen, maar de
arbeidsmarkt is minder uitzonderlijk krap dan enkele jaren geleden. In de zomer van 2022 waren er 142 vacatures per honderd werklozen. Inmiddels zijn dat er ongeveer 95 per honderd.
Dat betekent niet dat werkgevers ineens alle macht hebben. In sectoren met personeelstekorten blijft de onderhandelingspositie van werknemers sterk. Het maakt alleen minder vanzelfsprekend dat iedere overstap onmiddellijk een forse salarisverhoging oplevert.
Een nieuw aanbod moet bovendien breder worden beoordeeld dan alleen het brutoloon. Pensioenopbouw, reistijd, thuiswerkmogelijkheden, vakantiedagen, opleidingsbudget en contractzekerheid vertegenwoordigen eveneens waarde. Een hoger maandloon kan tegenvallen wanneer daar een slechter pensioen of veel langere reistijd tegenover staat.
Controleer je eigen salarispositie
Wie wil weten of het salaris nog marktconform is, kan beginnen met drie bedragen naast elkaar te leggen: het loon van een jaar geleden, het huidige loon en het salaris dat vergelijkbare vacatures bieden. Controleer daarbij of het om hetzelfde aantal uren gaat.
Bekijk vervolgens de loonstrook. Is de stijging afkomstig van de cao, een periodiek, extra uren of een persoonlijke verhoging? Alleen dan wordt duidelijk of het uurloon werkelijk harder is gegroeid.
Een gesprek over salaris wordt sterker met concrete voorbeelden. Noteer nieuwe verantwoordelijkheden, behaalde resultaten en werkzaamheden die inmiddels boven de oorspronkelijke functieomschrijving uitstijgen. Het argument dat “jonge mensen gemiddeld 6 procent kregen” is op zichzelf niet voldoende; een werkgever beoordeelt uiteindelijk de individuele functie en prestaties.
De nieuwe cijfers zijn vooral een aansporing om verder te kijken dan het cao-percentage. Voor jonge werknemers kan de grootste inkomenssprong zitten in doorgroeien, onderhandelen of overstappen. Dat vraagt wel om een nuchtere vergelijking. Een gemiddelde van ruim 6 procent is geen garantie, maar het is wél een goede reden om te controleren of je salaris nog past bij het werk dat je inmiddels doet.