Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google
Kantonrechter wijst kind af dat na het overlijden van vader een notaris op de boedelbeschrijving van zijn stiefmoeder wilde zetten
Wilt u DDS vaker zien?
Stel DDS in als voorkeursbron op Google.
Voeg DDS toe op GoogleWanneer een hertrouwde vader of moeder overlijdt zonder een testament achter te laten, zorgt de afwikkeling van de erfenis tussen de tweede echtgenoot en de kinderen uit het eerste huwelijk geregeld voor spanningen. Volgens de wet krijgt de langstlevende echtgenoot of stiefouder automatisch alle bezittingen op naam, terwijl de kinderen moeten wachten op een geldvordering die pas bij het overlijden van die stiefouder opeisbaar wordt. Ontstaat er ruzie over de vraag hoe groot die vordering precies is, dan kunnen kinderen naar de kantonrechter stappen met het verzoek dat een notaris een officiële boedelbeschrijving opstelt. Uit een op 26 oktober 2026 gepubliceerde beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland blijkt echter dat een kind met dat verzoek bot vangt zodra de stiefmoeder zelf al een uitgebreide boedelbeschrijving met bewijsstukken op tafel heeft gelegd.
In de zaak ging het om een vader, geboren in 1956, die in 2024 in Egypte overleed. De moeder van zijn twee kinderen was al eerder overleden en vader was daarna opnieuw getrouwd. Omdat vader geen testament had opgesteld, vererfde zijn nalatenschap volgens de wettelijke verdeling van artikel 4:13 van het Burgerlijk Wetboek. Zijn tweede echtgenote en zijn twee kinderen werden ieder voor een derde deel erfgenaam, waarbij de weduwe van rechtswege alle goederen van de nalatenschap verkreeg en de twee kinderen een niet-opeisbare geldvordering op hun stiefmoeder kregen ter waarde van hun erfdeel.
Tussen een van de kinderen en zijn stiefmoeder werd na het overlijden veel gecorrespondeerd over de omvang van de erfenis. Volgens het kind beschikte hij nog steeds niet over alle gegevens die nodig waren om zijn erfdeel uit te rekenen en berekende zijn stiefmoeder de omvang van de nalatenschap bovendien op een onjuiste manier. Op 21 november 2025 kwam daarom zijn verzoekschrift binnen bij de kantonrechter in Lelystad, met het verzoek om een boedelbeschrijving van vaders nalatenschap te bevelen en daarvoor een notaris te benoemen.
Lees ook
Waarom de boedelbeschrijving van de stiefmoeder hier al voldoet
De stiefmoeder verzette zich tegen het aanstellen van een notaris. Zij wees erop dat zij al een boedelbeschrijving had opgesteld die aan de wettelijke eisen voldeed én dat zij bij de rechtbank diverse achterliggende stukken had ingeleverd waarmee het kind zijn vordering kon berekenen. Volgens haar was het onredelijk dat zij op hoge kosten zou worden gejaagd voor een notariële boedelbeschrijving, alleen omdat het stiefkind het niet eens was met de uitkomst van haar overzicht.
De kantonrechter wijst het verzoek van het kind af wegens een gebrek aan belang. Op grond van artikel 4:16 van het Burgerlijk Wetboek mogen zowel de langstlevende echtgenoot als ieder kind verlangen dat er een boedelbeschrijving met een waardering van alle goederen en schulden wordt opgemaakt, en hebben zij onderling recht op inzage in en afschrift van alle bescheiden die zij voor het vaststellen van hun aanspraken nodig hebben. Maar omdat de stiefmoeder al een uitgebreide boedelbeschrijving had opgesteld en er diverse achterliggende stukken bij had overgelegd, had het kind volgens de kantonrechter geen belang meer bij een boedelbeschrijving door een notaris.
De juiste procedure bij strijd over het erfdeel
Wie als kind van mening is dat de opgestelde boedelbeschrijving van de langstlevende ouder of stiefouder inhoudelijk niet klopt, kiest met een verzoek om een notariële boedelbeschrijving dus de verkeerde rechtsingang. De kantonrechter benadrukt in de uitspraak dat een bevel tot boedelbeschrijving ten overstaan van een notaris niet bedoeld is om onenigheid over de juistheid van een al bestaand overzicht te beslechten; daarvoor had het kind een andere procedure moeten beginnen. Omdat stiefmoeder en stiefkind aanverwanten zijn op grond van artikel 1:3 van het Burgerlijk Wetboek, compenseert de rechter de proceskosten zodat beiden hun eigen kosten dragen.
Lees ook
Een andere wettelijke route staat in artikel 4:15 van het Burgerlijk Wetboek: komen de langstlevende echtgenoot en de kinderen er niet samen uit hoe hoog de geldvordering van het kind uitvalt, dan kan de meest gerede partij de kantonrechter vragen om de omvang van die geldvordering vast te stellen. Zelfs als de geldvordering al eerder is vastgesteld, kan de kantonrechter het bedrag op grond van artikel 4:15 lid 2 BW nog wijzigen wanneer er over de waarde van de goederen en schulden is gedwaald en een erfgenaam daardoor voor meer dan een vierde deel is benadeeld, of wanneer het saldo van de nalatenschap anderszins onjuist is berekend. Die juiste vaststelling telt ook door bij de fiscus: een kind is erfbelasting verschuldigd over de waarde van zijn vordering voor zover die boven de kindvrijstelling uitkomt. Bij een overlijden in 2026 is die vrijstelling €26.230 en heeft de langstlevende echtgenoot een vrijstelling van €828.035. Vader overleed in 2024; toen waren dat €25.187 en €795.156. Omdat het kind nog op zijn geld moet wachten, schiet de langstlevende de erfbelasting van het kind voor en wordt dat bedrag verrekend met de vordering.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld op je telefoon? Volg DDS op ons WhatsApp-kanaal.
Ga verder met lezen
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten
Lees ook
Loading





