Vader haalt zijn dochter op bij het schoolplein, het meisje rent met haar rugzak op hem af
Gemaakt met ChatGPT

Hof verlaagt kinderalimentatie van €750 naar €167, hoewel vader zijn inkomen niet goed liet zien

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Laat de andere ouder zijn inkomen niet zien, dan kan de rechter dat voor zijn rekening en risico laten komen. Maar dat betekent niet automatisch dat hij een hoge kinderalimentatie moet betalen. Het Gerechtshof Amsterdam verlaagde op 29 september de bijdrage van een vader van €750 naar €167 per maand, terwijl hij te weinig inzicht had gegeven in zijn inkomen. Vanaf 1 januari 2026 is dat €175 per maand.
Het hof loste dat op door de draagkracht van de vader gelijk te stellen aan die van de moeder: €520 per maand. Dat hij meer kon missen, had de moeder niet met concrete en controleerbare gegevens onderbouwd. Voor ouders die over alimentatie bij de rechter staan, laat de zaak zien welke stukken het verschil maken, aan beide kanten.

Hoe de zaak bij het hof kwam

De ouders woonden samen van februari 2011 tot november 2015. Hun kind is geboren in 2013. In juni 2023 bepaalde de rechtbank dat de vader €71,35 per maand moest bijdragen. De ouders hadden afgesproken dat het kind elke week van dinsdag tot woensdag na het avondeten bij de vader verbleef.
Sinds april 2025 woont het kind volledig bij de moeder en wordt die regeling niet meer uitgevoerd. De moeder vroeg in oktober 2025 om wijziging van de bijdrage. De rechtbank Noord-Holland stelde die in december 2025 vast op €750 per maand, met ingang van 1 april 2025.
De vader ging in hoger beroep. Volgens hem was de nieuwe situatie tijdelijk. Het hof vond wel dat de omstandigheden waren gewijzigd, dus moest de bijdrage opnieuw worden berekend.

Hoe het hof op €167 uitkwam

Eerst de behoefte van het kind. Het hof keek naar 2015, het jaar waarin de ouders uit elkaar gingen. Het netto besteedbare gezinsinkomen was toen €1.227 per maand, goed voor een behoefte van €151 en geïndexeerd €203 in 2025. Maar de moeder ging daarna werken en verdiende meer: in 2023 gaf ze zelf een netto besteedbaar inkomen op van €2.479 per maand. Op dat hogere inkomen baseerde het hof de behoefte: €372 per maand in 2025.
Dan de draagkracht. Ook de moeder had over de periode vanaf april 2025 onvoldoende inzicht in haar financiën gegeven. Het hof hield haar daarom aan haar eigen opgave uit 2023, geïndexeerd naar €2.933 per maand in 2025. Het hof rekent met de formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + €1.310)], waarbij NBI staat voor het netto besteedbaar inkomen:
  • 0,3 x €2.933 is afgerond €880;
  • plus €1.310 is €2.190;
  • €2.933 min €2.190 is €743;
  • 70 procent daarvan is €520 draagkracht.
Voor de vader lukte zo'n berekening niet. Hij had tot augustus 2023 een tijdelijke baan van 24 uur per week bij een bibliotheek, had daarna tot december 2024 een WW-uitkering en verkocht sindsdien spullen via onder meer Marktplaats. Ook teerde hij in op zijn spaargeld. Het hof vond zijn verhaal over die inkomsten te vaag om er een inkomen op te baseren, en de verkopen hobbymatig. Daarmee voerde hij de belangrijke feiten niet volledig aan, en dat komt voor zijn rekening en risico.
Het hof vond het daarom redelijk om zijn draagkracht gelijk te stellen aan die van de moeder: ook €520. Samen hebben de ouders dan €1.040 draagkracht, meer dan de behoefte van €372. Ze betalen die behoefte naar verhouding van hun draagkracht, dus ieder de helft: €186. Daar ging 5 procent zorgkorting af, €19, omdat het hof ervan uitgaat dat er op termijn weer een minimale zorgregeling komt, ook al is er nu geen contact. Zo kwam het hof op €167 per maand vanaf 1 april 2025. Omdat de wettelijke indexering voor dit bedrag pas op 1 januari 2027 zou ingaan, verhoogde het hof het zelf met 4,6 procent naar €175 vanaf 1 januari 2026.

Welke stukken de rechter van jullie allebei wil zien

Bij kinderalimentatie kijkt de rechter naar wat het kind nodig heeft en wat de andere ouder kan missen. Daarvoor heeft hij inkomensgegevens van beide ouders nodig.
Werknemers en mensen met een uitkering tonen hun inkomen aan met loonstroken, uitkeringsspecificaties of jaaropgaven. Van ondernemers wil de rechter recente jaarstukken zien. Let erop dat je stukken over de juiste periode gaan: de moeder kreeg kritiek omdat ze te weinig liet zien over de tijd vanaf 1 april 2025, de datum waarop de nieuwe bijdrage ingaat.
De basis staat in artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: partijen moeten de feiten die voor de beslissing belangrijk zijn volledig en naar waarheid aanvoeren. Doen ze dat niet, dan mag de rechter daaruit de conclusie trekken die hij passend vindt. Hier was dat: dezelfde draagkracht als de moeder.

Meer inkomen vermoeden is niet genoeg

Wil je dat de rechter rekent met een hoger inkomen van de andere ouder, dan moet je dat met controleerbare gegevens onderbouwen. Dat lukte de moeder in deze zaak niet. Officiële stukken kunnen daarbij helpen: voor het inkomen van de vader in 2015 gebruikte het hof een verklaring geregistreerd inkomen van de Belastingdienst.
Bij een scheiding zet je afspraken over de kinderalimentatie in het ouderschapsplan en laat je die door de rechter toetsen. Worden jullie het niet eens, dan bepaalt de rechter het bedrag. De alimentatiebedragen stijgen elk jaar op 1 januari.
Loopt er een alimentatiezaak, zet dan nu je eigen loonstroken en jaaropgave klaar over de periode vanaf de datum waarop de nieuwe bijdrage moet ingaan. Schrijf daarnaast op welke controleerbare gegevens je hebt over het inkomen van de andere ouder.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading