Op donderdag 1 oktober maakt de Sociale Verzekeringsbank de kinderbijslag over. Ouders ontvangen dan voor het eerst de hogere bedragen die sinds het derde kwartaal van 2026 gelden. Voor een kind van twaalf tot en met zeventien jaar gaat het om €426,29. Bij jongere kinderen ligt het bedrag lager. Voor gezinnen met meerdere kinderen kan de betaling behoorlijk oplopen. Een huishouden met een kind van acht en een kind van veertien ontvangt bijvoorbeeld €788,64, wanneer voor beide kinderen recht bestaat op de gewone kinderbijslag.
Daar zit wel een veelgemaakte vergissing in verstopt: de SVB betaalt per kwartaal. Het bedrag dat begin oktober binnenkomt, is dus geen maandelijkse bijdrage. Ook de leeftijd waarop de betaling wordt gebaseerd, kan anders zijn dan ouders verwachten.
Dit zijn de nieuwe bedragen
De verhoging werd eerder dit jaar aangekondigd en geldt vanaf juli. Omdat de SVB achteraf betaalt, verschijnt het nieuwe tarief pas bij de oktoberbetaling op de rekening. Dat staat in de
officiële bekendmaking van de SVB.
| Leeftijd kind | Vorig kwartaal | Betaling op 1 oktober | Verschil |
| 0 tot en met 5 jaar | €295,07 | €298,40 | €3,33 |
| 6 tot en met 11 jaar | €358,30 | €362,35 | €4,05 |
| 12 tot en met 17 jaar | €421,53 | €426,29 | €4,76 |
De verhoging zelf is dus bescheiden. Het is niet zo dat ouders €426,29 extra krijgen boven op hun gebruikelijke kinderbijslag. Dat is het volledige kwartaalbedrag voor de oudste leeftijdsgroep.
Bij het voorbeeldgezin met een achtjarige en een veertienjarige stijgt de gezamenlijke betaling van €779,83 naar €788,64. Dat scheelt €8,81 ten opzichte van het vorige kwartaal. Zo wordt meteen duidelijk welk deel van de storting nieuw is.
Een verjaardag telt niet altijd meteen mee
Heeft een kind deze zomer zijn zesde of twaalfde verjaardag gevierd? Dan is het begrijpelijk dat ouders in oktober het tarief van de volgende leeftijdsgroep verwachten. Toch hoeft dat niet te gebeuren.
De SVB kijkt naar de leeftijd op de eerste dag van het kwartaal waarover wordt betaald. Voor de storting van 1 oktober is dat 1 juli 2026. Een kind dat op 15 augustus twaalf werd, was op de peildatum nog elf. Voor die oktoberbetaling geldt daarom nog het bedrag van €362,35.
Een kind dat op 1 juli al twaalf was, valt wel in de hogere categorie. De
SVB legt deze peildatumregel uit bij de bedragen en betaaldagen.
Een lager bedrag dan verwacht hoeft dus geen fout te betekenen. Leg eerst de geboortedatum naast de juiste kwartaalgrens voordat je de betaling vergelijkt met die van een ander gezin.
Wat betekent het bedrag voor je maandbudget?
Wie de kinderbijslag gebruikt voor kleding, schoolspullen of sportkosten, kan de kwartaalbetaling voor zijn eigen overzicht door drie delen. Bij €298,40 komt dat neer op ongeveer €99,47 per maand. Bij €362,35 is dat ongeveer €120,78 en bij €426,29 ongeveer €142,10.
Dat zijn uitsluitend omgerekende budgetbedragen. De SVB gaat daardoor niet maandelijks betalen.
Het onderscheid helpt vooral wanneer een grotere storting direct beschikbaar lijkt voor één aankoop. Een winterjas kan nodig zijn, maar dezelfde betaling moet mogelijk ook bijdragen aan schoenen, schoolkosten en andere uitgaven in de komende maanden.
Bij het voorbeeldgezin komt €788,64 neer op €262,88 per maand voor beide kinderen samen. Dat geeft een realistischer beeld dan het volledige kwartaalbedrag als extra bestedingsruimte voor oktober te beschouwen.
Kindgebonden budget staat hier los van
Naast kinderbijslag kunnen ouders recht hebben op kindgebonden budget. Dat is een afzonderlijke regeling van Dienst Toeslagen. Daarvoor tellen onder meer het inkomen, het vermogen en de samenstelling van het gezin mee.
Een gezin dat kinderbijslag krijgt, ontvangt daarom niet automatisch ook kindgebonden budget. Wie al zorgtoeslag, huurtoeslag of kinderopvangtoeslag ontvangt, krijgt volgens Dienst Toeslagen doorgaans vanzelf bericht als ook recht bestaat op kindgebonden budget. In andere situaties kan een aanvraag nodig zijn. De
voorwaarden staan bij Dienst Toeslagen.
Ook de leeftijdsverhogingen werken daar anders. Bij het kindgebonden budget kan een verhoging volgen na de maand waarin een kind twaalf of zestien wordt. Daardoor kunnen twee regelingen voor hetzelfde kind op verschillende momenten veranderen.
Houd de beschikkingen dus naast elkaar, maar tel ze niet als één betaling.
Niet iedereen ziet de storting op hetzelfde tijdstip
De betaaldatum is 1 oktober. Een vast uur waarop iedereen het geld ziet, geeft de SVB niet: dat hangt mede af van de bank. Een bericht van een andere ouder dat de kinderbijslag al binnen is, betekent daarom niet dat jouw betaling ontbreekt.
Voor de controle zijn drie gegevens voldoende om mee te beginnen: het aantal kinderen waarvoor je kinderbijslag ontvangt, hun leeftijd op 1 juli en het bedrag op de betaalmelding. Daarmee is meestal snel te verklaren waarom jouw gezin een ander bedrag krijgt dan de buren.