Afbeelding gemaakt met Shutterstock AI

Kindgebonden budget: kabinet wil snellere afbouw boven €61.917

Economie18 sep , 17:30

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Gezinnen met een hoger inkomen moeten vanaf 2027 rekening houden met een snellere afbouw van het kindgebonden budget. Het kabinet rekent in de begrotingsplannen met een extra inkomensgrens van €61.917. Boven dat bedrag zou elke honderd euro extra toetsingsinkomen leiden tot €9,95 minder kindgebonden budget per jaar.
Daarmee wordt het bedrag dat ouders ontvangen gevoeliger voor een stijgend inkomen. Een salarisverhoging, meer uren werken of een hoger inkomen van de toeslagpartner kan daardoor sterker doorwerken in deze toeslag.
De genoemde grens is geen grens voor spaargeld. En het is ook niet het bedrag waarbij ieder gezin onmiddellijk zijn volledige kindgebonden budget verliest.

Wat het kabinet precies wil veranderen

Het kindgebonden budget wordt al afgebouwd naarmate het inkomen stijgt. In de begroting voor 2027 staat daarnaast een tweede inkomenspunt, waarboven de afbouw sneller moet verlopen.
Voor dat hogere inkomensdeel wordt gerekend met een afbouwpercentage van 9,95 procent. Dat percentage komt niet nog eens bovenop een ander afbouwpercentage over dezelfde euro. Het is het totale afbouwpercentage voor het betreffende inkomensdeel. De bedragen en berekening staan in de SZW-begroting voor 2027.
Het gaat om de plannen voor volgend jaar. De parlementaire behandeling kan nog gevolgen hebben voor de uiteindelijke regels. Je huidige voorschot over 2026 verandert niet uitsluitend doordat deze begroting is verschenen.

Duizend euro extra inkomen: een rekenvoorbeeld

Neem een fictief gezin waarvan het jaarlijkse toetsingsinkomen stijgt van €63.000 naar €64.000. Veronderstel dat de gezinssamenstelling gelijk blijft, het gezin aan de overige voorwaarden voldoet en er nog voldoende recht op kindgebonden budget over is.
Die extra duizend euro valt volledig boven de voorgestelde grens. Bij een afbouw van 9,95 procent zou het kindgebonden budget daardoor op jaarbasis €99,50 lager worden. Omgerekend is dat ongeveer €8,29 per maand.
Dat is de daling door die extra duizend euro inkomen binnen dit voorbeeld. Het is niet automatisch het bedrag dat dit gezin door de wetswijziging verliest ten opzichte van 2026.
Voor een vergelijking tussen twee kalenderjaren moet je ook de andere bedragen en voorwaarden meenemen. Denk aan de leeftijd van de kinderen, de maximale ondersteuning en veranderingen in het huishouden.
Bovendien vertelt alleen de daling van het kindgebonden budget nog niet hoeveel een extra werkdag netto oplevert. Daarvoor zijn ook loonbelasting, heffingskortingen, eventuele kinderopvangkosten en andere toeslagen relevant.

Het gaat niet om het nettoloon op je bankrekening

Voor toeslagen gebruikt Dienst Toeslagen het toetsingsinkomen. Dat is niet hetzelfde als twaalf keer het bedrag dat je werkgever maandelijks op je rekening stort.
Het toetsingsinkomen kan ongeveer in de buurt liggen van het brutojaarinkomen, maar hoeft daarmee niet samen te vallen. Ook andere inkomsten en aftrekposten kunnen meetellen. Dienst Toeslagen heeft hiervoor een afzonderlijk hulpmiddel. Zo bepaal je welk inkomen je voor toeslagen moet opgeven.
Heb je een toeslagpartner, dan is bij de berekening ook diens inkomen van belang. De grens is dus niet simpelweg een bedrag dat iedere werkende ouder afzonderlijk mag verdienen.
Dat maakt vooral bij twee inkomens verschil. Twee betrekkelijk gewone salarissen kunnen samen boven een huishoudgrens uitkomen, terwijl geen van beide ouders zijn eigen loon als bijzonder hoog beschouwt.

Niet ieder gezin houdt hetzelfde bedrag over

Er bestaat geen universele inkomensgrens waarbij alle ouders precies hetzelfde recht hebben. Het aantal kinderen, hun leeftijden en het hebben van een toeslagpartner beïnvloeden de berekening.
Dienst Toeslagen wijst er bijvoorbeeld op dat het kindgebonden budget hoger kan zijn wanneer een kind twaalf of zestien wordt. Ook voor een alleenstaande ouder zonder toeslagpartner kan een extra bedrag gelden. Dit bepaalt hoeveel kindgebonden budget je kunt krijgen.
Twee gezinnen met hetzelfde gezamenlijke inkomen kunnen daardoor verschillende uitkomsten krijgen. Een voorbeeldbedrag van vrienden of collega’s is dus geen betrouwbare voorspelling van je eigen toeslag.
Ook betekent het passeren van de voorgestelde grens niet dat de hele ondersteuning ineens stopt. Het betreft een verandering in de snelheid waarmee het bedrag wordt afgebouwd.

Spaargeld wordt afzonderlijk beoordeeld

Naast de inkomenstoets bestaat een vermogenstoets. Dat is een andere beoordeling, met eigen regels en een eigen peildatum.
DDS schreef eerder over de voorgenomen lagere vermogensgrenzen voor zorgtoeslag en kindgebonden budget. De inkomensmaatregel in dit artikel staat daar los van.
Wie vooral de spaarrekening controleert, heeft daarmee dus nog niet vastgesteld hoeveel kindgebonden budget volgend jaar overblijft. En wie onder een inkomensgrens blijft, moet nog steeds aan de overige voorwaarden voldoen.

Houd de schatting van je jaarinkomen bij

De praktische vraag voor ouders is welke inkomensschatting bij hun werkelijke situatie past. Een voorschot dat nog is gebaseerd op minder uren of een lager salaris kan later tot een correctie leiden.
Dienst Toeslagen vraagt veranderingen die invloed hebben op de toeslag tijdig door te geven. Dat kan via Mijn toeslagen. Bekijk welke wijzigingen je moet melden.
Bewaar bij een loonwijziging daarom niet alleen het nieuwe maandbedrag. Noteer ook de ingangsdatum en eventuele andere veranderingen in het jaarinkomen. Een salarisverhoging vanaf oktober werkt immers anders door in een jaarbedrag dan dezelfde verhoging vanaf januari.
Zodra de definitieve regels en de berekening voor 2027 beschikbaar zijn, kun je daarmee een vergelijking maken die bij je eigen gezin past.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading