Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Minister Hermans stelt de woonlandfactoren voor 2027 vast voor de CAK-verdragsbijdrage en zorgtoeslag van AOW'ers in het buitenland

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Voor Nederlanders die met hun AOW en eventueel aanvullend pensioen in landen als Spanje, België, Frankrijk, Portugal of Duitsland wonen, ligt de sleutel voor hun maandelijkse zorgkosten voor volgend jaar vast. Minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft in Staatscourant 2026, 37141 de nieuwe woonlandfactoren voor het jaar 2027 vastgesteld. Die verhoudingsgetallen treden op 1 januari 2027 in werking en bepalen zowel hoeveel verdragsbijdrage je aan het CAK betaalt als hoeveel Nederlandse zorgtoeslag je in je woonland kunt ontvangen.
Wie als gepensioneerde in een andere lidstaat van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of een verdragsland woont en een Nederlands wettelijk pensioen ontvangt, kan geen gewone Nederlandse basisverzekering meer aanhouden. Op grond van de Europese coördinatieverordening (EG) nr. 883/2004 en artikel 69 van de Zorgverzekeringswet val je als verdragsgerechtigde onder het wettelijke zorgpakket van je woonland, terwijl Nederland de rekening betaalt via het CAK. Woon je in de EU, de EER, Zwitserland of het Verenigd Koninkrijk, dan geeft die status je bovendien het recht om ook tijdens familiebezoek of verblijf in Nederland medische zorg volgens het Nederlandse basispakket vergoed te krijgen. Binnen de EU geldt dat sinds 1 mei 2010.
In ruil voor dat recht op zorg betaal je aan het CAK een verdragsbijdrage die is afgeleid van de Nederlandse nominale zorgpremie en de inkomensafhankelijke bijdragen voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Omdat de publieke gezondheidszorg in het ene land veel goedkoper of duurder is dan in Nederland, wordt die berekende grondslag vermenigvuldigd met de woonlandfactor van het land waar je woont. Voor de nieuwe lijst van 2027 vergelijkt het ministerie aan de hand van CBS-cijfers de publiek gefinancierde zorguitgaven per inwoner in Nederland (€5.227,73 per hoofd van de bevolking in 2024) met de uitgaven per inwoner in het woonland, berekend als een driejaarlijks gemiddelde over de factorjaren 2025, 2026 en 2027 om grote jaarlijkse schommelingen te dempen.

Wat je in Spanje, België, Frankrijk en Portugal betaalt

In een deel van de populaire emigratielanden voor Nederlandse gepensioneerden valt de woonlandfactor voor 2027 lager uit dan in 2026, in andere juist iets hoger. In Spanje lagen de publieke zorguitgaven in het meest recente meetjaar op €2.179,09 per inwoner tegenover €5.227,73 in Nederland (een jaarverhouding van 0,4168). Het driejaarlijks gemiddelde over 2025 (0,4411), 2026 (0,4307) en 2027 (0,4168) komt uit op 0,4295, waardoor de officiële woonlandfactor voor Spanje per 1 januari 2027 daalt van 0,4408 naar 0,4295. Een verdragsgerechtigde AOW'er aan de Spaanse kust betaalt in 2027 dus 42,95 procent van de Nederlandse bijdragegrondslag aan het CAK.
Ook in Frankrijk en Italië gaat het verhoudingsgetal op 1 januari 2027 omlaag: in Frankrijk (zorguitgaven €4.027,07 per inwoner) zakt de woonlandfactor van 0,8304 naar 0,8148 en in Italië (€2.325,55 per inwoner) van 0,4641 naar 0,4610. Bij onze zuiderburen stijgt de factor daarentegen: voor België (€4.251,68 per inwoner) gaat het getal van 0,8165 naar 0,8248, oftewel 82,48 procent van het Nederlandse tarief. Ook in Portugal (€1.710,85 per inwoner) gaat de factor omhoog, van 0,3205 naar 0,3265, net als in Griekenland (€1.161,07 per inwoner) van 0,2206 naar 0,2254, in Hongarije (€1.027,26 per inwoner) van 0,1887 naar 0,1943, in Oostenrijk (€4.771,54 per inwoner) van 0,9177 naar 0,9181 en in Polen (€1.405,11 per inwoner) van 0,1940 naar 0,2332. Voor het eerst zijn in bijlage 4 van de regeling ook woonlandfactoren opgenomen voor Andorra (0,4753) en San Marino (0,6586) met het oog op de nieuwe EU-associatieovereenkomst, al ligt de ingangsdatum voor die twee staten nog niet vast.

Plafond van 1,0000 in Duitsland en effect op je zorgtoeslag

Voor gepensioneerden die net over de grens in Duitsland wonen, of in landen als Zwitserland, Noorwegen, Denemarken en Zweden, werkt het tweede beschermingsmechanisme uit de regeling in hun voordeel: de maximering op 1,0000. In Duitsland lagen de publieke zorguitgaven met €5.434,65 per inwoner hoger dan de €5.227,73 in Nederland, wat zonder ingreep een driejaarlijks gemiddelde van 1,0605 zou opleveren; in Zwitserland (€7.741,03 per inwoner) kwam de onbegrensde factor zelfs op 1,5117 uit. Omdat de woonlandfactor in de regeling is afgetopt op maximaal 1,0000, betalen verdragsgerechtigden in Duitsland, Zwitserland, Denemarken, Ierland, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zweden in 2027 nooit meer dan 100 procent van de Nederlandse bijdrage.
Houd er wel rekening mee dat de woonlandfactor aan twee kanten snijdt. Op grond van artikel II van de regeling en artikel 4a van de Wet op de zorgtoeslag gebruikt Dienst Toeslagen exact dezelfde woonlandfactoren om de zorgtoeslag voor verdragsgerechtigden in het buitenland te berekenen. Wie in Spanje (0,4295), Portugal (0,3265) of Frankrijk (0,8148) woont en met zijn inkomen en vermogen binnen de Nederlandse toeslaggrenzen blijft, betaalt aan het CAK dus weliswaar een lagere verdragsbijdrage dan in Nederland, maar krijgt ook minder zorgtoeslag: Dienst Toeslagen vermenigvuldigt de standaardpremie met de woonlandfactor en trekt daar de normpremie van af, zodat je toeslag naar verhouding nog sterker daalt dan de factor.
Wil je weten wat er verandert aan je AOW, pensioen of box 3? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van Box3Wacht, de rekensite van DDS.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading