Ongeveer één op de acht Nederlanders heeft het gevoel dat iemand in de eigen omgeving in een ongezonde of onveilige relatie zit. Omgerekend gaat het om circa 1,5 miljoen mensen.
Dat betekent niet dat al die vermoedens automatisch kloppen. Wel laat het zien hoeveel mensen gedrag opmerken dat hen zorgen baart: extreme controle, intimidatie, vernedering, jaloezie of het steeds verder afzonderen van familie en vrienden.
Veel omstanders doen vervolgens niets. Niet uit onverschilligheid, maar omdat zij bang zijn zich te bemoeien met iets privés of niet weten hoe zij het gesprek moeten beginnen.
Veertig procent wil zich niet bemoeien
Het onderzoek werd uitgevoerd door Motivaction in opdracht van het ministerie van Justitie en
Veiligheid.
Van de mensen die aarzelen om iets te zeggen, geeft 40 procent aan zich niet met de relatie te willen bemoeien. Een kwart weet niet goed wat het kan doen. Nog eens 22 procent vreest dat ingrijpen de situatie erger maakt.
Die zorgen zijn begrijpelijk. Iemand rechtstreeks vertellen dat zijn of haar partner gevaarlijk is, kan tot ontkenning, ruzie of meer isolatie leiden.
De persoon om wie het gaat kan bovendien nog niet klaar zijn om de relatie als onveilig te zien. Controle en vernedering ontstaan vaak geleidelijk. Gedrag dat aan het begin uitzonderlijk was, kan na verloop van tijd als normaal gaan voelen.
Controle is meer dan belangstelling
In een gezonde relatie tonen partners belangstelling voor elkaar. Zij vragen waar de ander is, maken afspraken en houden rekening met elkaars gevoelens.
Controle gaat verder. Een partner eist voortdurend bewijs, controleert berichten, bepaalt met wie iemand mag omgaan of maakt ruzie wanneer een telefoontje niet onmiddellijk wordt beantwoord.
Ook financiële controle kan een signaal zijn. Iemand krijgt geen toegang tot de gezamenlijke rekening, moet iedere aankoop verantwoorden of mag niet zelfstandig werken.
Een afzonderlijk incident bewijst niet meteen dat een relatie structureel onveilig is. Het gaat vooral om een patroon waarbij één persoon steeds minder vrijheid krijgt en bang wordt voor de reactie van de ander.
Isolatie ontstaat vaak langzaam
Een controlerende partner verbiedt contact met familie en vrienden niet altijd rechtstreeks. Het kan subtieler beginnen.
Ieder bezoek leidt bijvoorbeeld tot ruzie. Vrienden worden voortdurend bekritiseerd. Familieleden zouden volgens de partner slechte invloed hebben of de relatie willen vernietigen.
Na verloop van tijd kan iemand afspraken zelf gaan afzeggen om conflicten thuis te vermijden. Voor de buitenwereld lijkt het dan alsof hij of zij geen belangstelling meer heeft.
Juist op dat moment is rustig contact belangrijk. Boos worden omdat iemand opnieuw afzegt, kan de afstand verder vergroten.
Een eenvoudige boodschap als “ik ben er voor je, ook als je nu niet wilt praten” houdt een deur open zonder onmiddellijk eisen te stellen.
Begin niet met een veroordeling
Een bezorgde vriend of familielid hoeft niet meteen een diagnose te stellen. Zeg liever welke concrete verandering is opgevallen.
Bijvoorbeeld: “Ik merk dat je vaak gespannen bent wanneer je telefoon gaat” of “Je zegt de laatste tijd veel afspraken af en ik maak me zorgen.”
Open vragen werken beter dan een aanval op de partner. Vraag hoe iemand zich thuis voelt, of er momenten zijn waarop hij of zij bang is en welke hulp veilig zou voelen.
Druk uitoefenen om onmiddellijk te vertrekken kan averechts werken. Het beëindigen van een controlerende of gewelddadige relatie kan bovendien juist een gevaarlijke periode zijn. Een zorgvuldig veiligheidsplan is dan belangrijker dan een impulsieve confrontatie.
Advies kan ook anoniem
Wie twijfelt, kan zelf contact opnemen met Veilig Thuis. Dat kan ook wanneer nog niet vaststaat dat sprake is van
mishandeling.
Een medewerker kan meedenken over signalen, veiligheid en een geschikte manier om contact te houden. Advies vragen betekent niet automatisch dat onmiddellijk een formeel onderzoek wordt gestart.
Bij acuut gevaar moet 112 worden gebeld. In situaties zonder directe nood kan eerst anoniem overleg plaatsvinden.
Het is belangrijk om geen toezeggingen te doen die niet kunnen worden nagekomen. Beloof bijvoorbeeld niet dat alles geheim blijft wanneer
kinderen of volwassenen direct gevaar lopen.
Omstander hoeft geen hulpverlener te worden
Vrienden en familie kunnen luisteren, steun bieden en helpen professionele hulp te vinden. Zij hoeven de volledige situatie niet zelf op te lossen.
Dat onderscheid kan de drempel verlagen. Iemand hoeft niet precies te weten wat juridisch, psychologisch of praktisch de juiste oplossing is om te zeggen: “Ik zie dat het niet goed met je gaat.”
De cijfers tonen hoeveel mensen vermoedens hebben, maar vervolgens vastlopen in twijfel. Niet ieder vermoeden zal juist blijken. Niet ieder moeilijk huwelijk of iedere heftige ruzie is huiselijk geweld.
Maar structurele angst, controle, intimidatie en isolatie zijn geen gewone relatieproblemen. Juist een kalme buitenstaander die blijft kijken, luisteren en bereikbaar blijft, kan voorkomen dat iemand volledig alleen komt te staan.