Nederlanders kopen steeds oudere auto’s. Van de ruim 1,7 miljoen personenauto’s die in 2025 van eigenaar wisselden, waren er 395.000 al minstens zestien jaar oud. Dat betekent dat bijna een op de vier verkochte auto’s uit 2009 of eerder kwam. Het aandeel van deze oude auto’s bereikte met 23,2 procent een nieuw hoogtepunt. In 2019 was nog 19,4 procent van de verkochte personenwagens zestien jaar of ouder.
Een oudere auto hoeft geen slechte aankoop te zijn. Een goed onderhouden voertuig kan nog jarenlang betrouwbaar dienstdoen. De nieuwste cijfers verschijnen echter op een moment waarop ook het aantal juridische conflicten tussen autobezitters, garages, verkopers en fabrikanten sterk is gestegen.
Stichting Achmea Rechtsbijstand registreerde in 2025 in totaal 5.451 geschillen over auto’s, motoren en andere voertuigen. Dat waren er bijna 78 procent meer dan in 2021. Het gaat daarmee om twee afzonderlijke ontwikkelingen die voor occasionkopers bijzonder relevant zijn.
Er is niet aangetoond dat de grotere verkoop van oude auto’s de stijging van het aantal conflicten veroorzaakt. De combinatie maakt wel duidelijk waarom goede afspraken, een onafhankelijke aankoopkeuring en het bewaren van documenten steeds belangrijker worden.
Bijna 43 procent is ouder dan tien jaar
De Nederlandse automarkt draait voor een groot deel op occasions. Volgens de
nieuwste verkoopcijfers die RTL Z op basis van gegevens van het CBS publiceerde, was bijna 43 procent van alle in 2025 verkochte personenauto’s minstens elf jaar oud.
Slechts ongeveer 9 procent van de verkochte auto’s was werkelijk nieuw. De rest had al een eigenaar gehad.
Daar zijn begrijpelijke redenen voor. Nieuwe auto’s zijn in Nederland duur, terwijl moderne voertuigen bij goed onderhoud lang meegaan. De verplichte APK helpt om ernstige veiligheidsgebreken te signaleren, al zegt een geldige APK niet dat een auto technisch volledig probleemloos is.
Een APK is een momentopname en controleert vooral of een auto op het moment van keuren aan de wettelijke veiligheids- en milieueisen voldoet. De keuring biedt geen garantie dat de motor, versnellingsbak, accu of elektronica de komende jaren zonder problemen blijft functioneren.
In 2024 was de gemiddelde personenauto op de Nederlandse weg 12,1 jaar oud. Daarmee is het wagenpark ouder dan in België, Duitsland en Frankrijk.
Ook onzekerheid over elektrisch rijden speelt mee. Sommige consumenten stellen de overstap naar een elektrische auto uit omdat zij twijfelen over de aanschafprijs, actieradius, laadmogelijkheden of toekomstige belastingregels. Zij rijden langer door of kiezen opnieuw voor een gebruikte benzineauto.
Juridische conflicten stijgen naar 5.451
Tegenover die groeiende occasionmarkt staat een duidelijke toename van klachten en geschillen. Volgens
cijfers van Stichting Achmea Rechtsbijstand kwamen in 2025 in totaal 5.451 meldingen binnen over gemotoriseerde voertuigen.
Dat is bijna 78 procent meer dan in 2021.
Veel conflicten gaan nog altijd over herkenbare technische problemen. Denk aan een kapotte motor, een distributieriem die onverwacht breekt of een ander mechanisch defect dat kort na de aankoop aan het licht komt.
Bij moderne auto’s komen daar ingewikkelde elektronische systemen en software bij. Een waarschuwingslampje, storing in een rijhulpsysteem of terugkerend softwareprobleem kan lastig te onderzoeken zijn. Koper en verkoper kunnen vervolgens van mening verschillen over de oorzaak, het moment waarop het probleem is ontstaan en wie voor de reparatie moet betalen.
Personeelstekorten, moeilijk verkrijgbare onderdelen en openstaande terugroepacties kunnen reparaties vertragen. Ook dat kan de verhouding tussen klant en autobedrijf onder druk zetten.
Koper staat het eerste jaar sterker
Wie als consument een auto van een professioneel autobedrijf koopt, heeft recht op een product dat voldoet aan wat redelijkerwijs mocht worden verwacht. De leeftijd, prijs, kilometerstand, informatie van de verkoper en staat van de auto spelen daarbij allemaal een rol.
Van een zestien jaar oude auto met 250.000 kilometer op de teller mag minder worden verwacht dan van een occasion van drie jaar oud met een lage kilometerstand. Een verkoper mag bekende ernstige gebreken echter niet verzwijgen.
Ontstaat binnen twaalf maanden na aankoop een probleem, dan ligt de bewijslast in beginsel bij de verkoper. De verkoper moet aantonen dat het gebrek door de koper is veroorzaakt of bij aflevering niet aanwezig was.
De Rijksoverheid legt uit dat deze wettelijke bescherming ook geldt naast een fabrieks- of verkopersgarantie.
Na die eerste twaalf maanden wordt het doorgaans lastiger. Dan moet de consument aannemelijk maken dat het product niet voldeed aan wat bij de aankoop mocht worden verwacht.
Deze bescherming geldt bij een consumentenkoop bij een professionele verkoper. Wie rechtstreeks van een particulier koopt, heeft niet automatisch dezelfde consumentenrechten.
Leg toezeggingen schriftelijk vast
Bij de aankoop van een occasion ontstaat een groot deel van de ellende door onduidelijke verwachtingen. Een verkoper zegt mondeling dat de distributieriem “waarschijnlijk pas over jaren” vervangen hoeft te worden, maar daar staat vervolgens niets over in het contract. Of een waarschuwingslampje wordt vlak voor de proefrit gewist en verschijnt enkele dagen later opnieuw.
Een koper doet er daarom verstandig aan om de onderhoudshistorie, kilometerstand, APK-gegevens en bekende gebreken te bekijken. Belangrijke toezeggingen horen op papier of in een bevestigingsmail te staan.
Ook een onafhankelijke aankoopkeuring kan zinvol zijn, vooral bij een duurdere of oudere occasion. Zo’n keuring sluit toekomstige problemen niet uit, maar kan wel slijtage, lekkages en achterstallig onderhoud aan het licht brengen.
Bij een defect is het belangrijk de verkoper eerst de kans te geven het probleem te onderzoeken en op te lossen. Zelf onmiddellijk een andere garage een dure reparatie laten uitvoeren kan een latere discussie over vergoeding ingewikkelder maken.
Nederland blijft een occasionland. Voor veel huishoudens is een gebruikte auto bovendien de enige betaalbare keuze. De nieuwe cijfers betekenen niet dat iedere oude auto een rijdende kostenpost is. Ze laten wel zien dat de leeftijd van verkochte auto’s oploopt terwijl ook conflicten over gebreken en reparaties vaker voorkomen.
Bij een auto van zestien jaar oud telt daarom niet alleen de aanschafprijs. De technische staat, onderhoudshistorie en schriftelijke afspraken kunnen uiteindelijk bepalen of de aankoop jarenlang plezier oplevert of eindigt met een forse rekening en een juridisch gevecht.