Na het overlijden van je partner kan je eigen AOW al vanaf de overlijdensmaand omhooggaan. Ontving je AOW voor iemand die getrouwd is of samenwoont en blijf je alleen achter, dan past de SVB het bedrag normaal gesproken vanzelf aan. Dat staat los van de eindafrekening van de AOW van je overleden partner. Juist dat onderscheid maakt de eerste betalingen soms lastig te volgen. Je eigen maandbedrag verandert, terwijl er ook nog vakantiegeld, een overlijdensuitkering of een verrekening binnen kan komen. Eén bankoverschrijving vertelt daardoor weinig over het inkomen waarmee je de komende maanden moet rondkomen.
Vanaf de maand van overlijden
De SVB vermeldt dat een achterblijvende partner die zelf AOW ontvangt, vanaf de maand van overlijden het bedrag voor een alleenwonende krijgt. Het gaat om de ingangsmaand van het hogere recht. De verwerking en zichtbare bijschrijving kunnen later volgen.
Bekijk de uitleg van de SVB over AOW na overlijden.Overlijdt je partner bijvoorbeeld op 18 september, dan begint de aanpassing volgens deze regel in september. Je hoeft dus niet te wachten totdat een volledige maand is verstreken. Kijk in de brief van de SVB welke periode precies is verwerkt.
Deze aanpassing veronderstelt wel dat je zelf al AOW hebt. Wie de
AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, krijgt door het overlijden niet ineens vervroegd AOW.
Wat scheelt het per maand?
Bij een volledige AOW voor iemand die in Nederland woont, bedraagt de alleenstaandenuitkering vanaf 1 juli 2026 €1.662,16 bruto per maand. Voor gehuwden en samenwonenden is dat €1.139,39 bruto per persoon. De bedragen zijn exclusief het apart opgebouwde vakantiegeld.
Met loonheffingskorting noemt de SVB respectievelijk €1.581,55 en €1.084,13 netto. Onder die voorwaarden stijgt de eigen maandelijkse AOW dus met €497,42. Zonder loonheffingskorting gelden andere nettobedragen. Ook bij een onvolledige AOW passen deze standaardbedragen niet zomaar bij je situatie.
Dit zijn de actuele AOW-bedragen van de SVB.Voor het huishoudbudget is nog een tweede berekening nodig. Twee volledige AOW-uitkeringen van ieder €1.084,13 leverden samen €2.168,26 netto op. Eén alleenstaandenuitkering van €1.581,55 ligt daar €586,71 onder. Dat rekenvoorbeeld laat zien waarom een hogere eigen AOW toch kan samengaan met minder geld om de vaste lasten te betalen.
Daarbij zijn eventuele aanvullende
pensioenen, een nabestaandenpensioen en veranderingen in toeslagen nog buiten beschouwing gelaten. Gebruik de stijging van je eigen AOW daarom niet als de volledige uitkomst van je nieuwe financiële situatie.
De laatste betaling van je partner
De AOW van de overledene stopt op de dag na het overlijden. Is al voor een hele maand betaald, dan kan een deel daarvan te veel zijn uitgekeerd. De SVB kan dit verrekenen met het nog uit te betalen vakantiegeld en de overlijdensuitkering.
Volgens de SVB bestaat die overlijdensuitkering uit één maand AOW en vakantiegeld. Een partner ontvangt die normaal automatisch. Voor partners die duurzaam gescheiden leefden, geldt deze aanspraak niet.
De SVB beantwoordt hier vragen over de laatste betalingen.Zet een onverwachte bijschrijving daarom eerst naast de afrekening. Een eenmalig bedrag helpt bij de overgang, maar hoort niet bij het vaste maandinkomen. Anders lijkt de financiële ruimte in de eerste maand groter dan zij daarna zal zijn.
Wie geeft het overlijden door?
Bij een overlijden in Nederland krijgt de SVB het bericht via de gemeente. Woonde je partner in Nederland maar overleed die in het buitenland, dan moet je dit zelf binnen vier weken doorgeven. Woonde de overledene buiten Nederland, dan noemt de SVB een termijn van zes weken.
Bewaar ook de papieren jaaropgave die de SVB meestuurt. Na het overlijden kun je niet meer inloggen in Mijn SVB van de overledene. Vraag degene die de administratie helpt regelen om juist deze stukken bij elkaar te houden.
Was je partner vóór het overlijden opgenomen in een verpleeghuis, dan kan er al eerder iets zijn veranderd aan de AOW. De keuzes rond
een hogere AOW bij een verpleeghuisopname hebben eigen gevolgen. Controleer daarom welk bedrag je werkelijk ontving.
Maak tenslotte twee korte overzichten: de betalingen die eenmalig horen bij het overlijden, en de inkomsten die iedere maand blijven komen. Leg daarnaast de huur of hypotheek, energie en verzekeringen. Voor de overige administratieve stappen biedt de Rijksoverheid een
persoonlijke checklist na overlijden. Daarmee hoef je in een moeilijke periode niet alles uit je hoofd te onthouden.