Wanneer een partner naar een verpleeghuis of andere zorginstelling verhuist, verandert er thuis veel. Naast alle persoonlijke en medische zorgen moeten ook de financiële gevolgen worden uitgezocht.
Veel stellen kijken daarbij naar de
AOW en de eigen bijdrage voor langdurige
zorg. De zorgtoeslag wordt gemakkelijker over het hoofd gezien. Toch bestaat juist daar een keuze die belangrijk kan zijn: partners kunnen onder voorwaarden besluiten dat zij voor de
toeslagen niet langer als partners worden behandeld.
Dat kan betekenen dat beide personen afzonderlijk zorgtoeslag kunnen krijgen. Het is alleen niet automatisch in iedere situatie voordeliger.
Inschrijving bij de instelling is belangrijk
De keuze ontstaat niet alleen doordat iemand in een instelling wordt opgenomen. De partner moet ook op het adres van de zorginstelling worden ingeschreven.
Blijft de opgenomen partner administratief op het gezamenlijke thuisadres staan, dan verandert er voor de zorgtoeslag in beginsel niets. Het stel blijft toeslagpartners en het gezamenlijke inkomen blijft meetellen.
Staat de opgenomen partner wel op het adres van het verpleeghuis, verzorgingstehuis of bijvoorbeeld een ggz-instelling ingeschreven, dan kan de behandeling als toeslagpartners veranderen.
Voor gehuwden is een brief nodig
Getrouwde stellen en geregistreerde partners blijven na de adreswijziging standaard toeslagpartners. Wie dat zo wil houden, hoeft daarom niets te doen.
Willen zij na de opname juist niet langer als toeslagpartners gelden, dan moeten zij dit schriftelijk aan Dienst Toeslagen laten weten. Daarvoor bestaat een voorbeeldbrief. Eén van beide partners kan de brief ondertekenen.
Dienst Toeslagen noemt een reactietermijn van maximaal acht weken. Na verwerking telt het inkomen van de andere partner niet meer mee voor de eigen zorgtoeslag. De partner in de instelling kan vervolgens zelf zorgtoeslag aanvragen wanneer aan de individuele voorwaarden wordt voldaan.
Dat kan financieel gunstiger zijn wanneer de gezamenlijke inkomenssituatie eerder tot een lage zorgtoeslag of helemaal geen zorgtoeslag leidde. Het is echter geen garantie dat het stel gezamenlijk meer geld krijgt. Het inkomen en vermogen van beide personen blijven afzonderlijk van belang.
Voor ongehuwd samenwonenden werkt het andersom
Bij ongehuwd samenwonende partners is de standaard juist anders. Wordt één van hen op het adres van de instelling ingeschreven, dan zijn zij daarna normaal gesproken geen toeslagpartners meer.
Willen zij wél toeslagpartners blijven, dan moeten zij daarover een brief sturen. Het maakt voor deze mogelijkheid niet uit of zij een notarieel samenlevingscontract hebben.
Dat verschil kan gemakkelijk voor verwarring zorgen. Een getrouwd stel moet een brief sturen om de toeslagpartnerschap te beëindigen. Een ongehuwd samenwonend stel moet juist schrijven wanneer het de toeslagpartnerschap wil voortzetten.
Controleer daarom eerst welke uitgangssituatie op jullie van toepassing is. Een standaardbrief van een andere familie kan precies het tegenovergestelde verzoek bevatten.
De keuze werkt door naar andere toeslagen
De beslissing gaat niet uitsluitend over zorgtoeslag. Dienst Toeslagen waarschuwt dat dezelfde keuze ook geldt voor het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag.
Wanneer partners niet langer als toeslagpartners worden behandeld, kan het partnerinkomen buiten de berekening vallen. Bij kindgebonden budget kan daarnaast de alleenstaande-ouderkop relevant worden. Of het totaal werkelijk hoger wordt, hangt af van het gezin, de inkomens en het recht op kinderbijslag.
Voor huurtoeslag werkt de opname anders. De keuze bij zorgtoeslag mag daarom niet zonder controle op de huurtoeslag worden toegepast.
DDS behandelde eerder
de keuze tussen gehuwden-AOW en ongehuwden-AOW wanneer een partner in een verpleeghuis woont. Dat is een afzonderlijke keuze bij de SVB en kan bovendien gevolgen hebben voor de eigen bijdrage. Een beslissing over de AOW verandert niet vanzelf de registratie bij Dienst Toeslagen.
Reken beide situaties door
Zet voor het versturen van de brief de twee mogelijkheden naast elkaar:
-
jullie blijven toeslagpartners en het gezamenlijke inkomen telt mee;
-
jullie worden ieder afzonderlijk beoordeeld en vragen zo nodig apart zorgtoeslag aan.
Neem ook kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag en eventuele veranderde inkomens mee. Is het inkomen na de opname gewijzigd, geef dan eveneens een nieuwe schatting door. Anders kan een aanvankelijk hogere toeslag later alsnog worden teruggevorderd.
Bewaar een kopie van de brief en noteer de verzenddatum. Controleer na de beslissing in Mijn Toeslagen welk inkomen, welke partnerstatus en welke ingangsdatum zijn gebruikt.
De verhuizing naar een zorginstelling maakt partners persoonlijk niet minder met elkaar verbonden. Voor de toeslagen kunnen zij onder voorwaarden wel afzonderlijk worden behandeld. Juist omdat die keuze meerdere regelingen raakt, verdient zij een berekening vóórdat de brief naar Heerlen gaat.