Op de loonstrook van augustus staat voor veel rijksambtenaren een bedrag dat er normaal niet op voorkomt. Zij krijgen een eenmalige cao-uitkering van €1.000, €1.200 of €1.400 bruto. Hoeveel iemand ontvangt, hangt af van de salarisschaal en het aantal gewerkte uren.
De hoogste betaling gaat deze keer naar werknemers in de lagere salarisschalen. Medewerkers tot en met schaal 5 krijgen bij een volledige arbeidsduur €1.400 bruto. Voor schaal 6 tot en met 10 bedraagt de uitkering €1.200. Vanaf schaal 11 gaat het om €1.000.
De betaling is onderdeel van de nieuwe cao voor rijksambtenaren. Daarin is ook een structurele salarisverhoging van 2,7 procent vanaf 1 juli afgesproken.
Situatie op 1 augustus is beslissend
Voor de extra betaling geldt 1 augustus 2026 als peildatum. De salarisschaal en arbeidsduur die op die datum gelden, bepalen op welk bedrag een werknemer aanspraak heeft.
De verdeling ziet er als volgt uit:
-
schaal 1 tot en met 5: €1.400 bruto;
-
schaal 6 tot en met 10: €1.200 bruto;
-
schaal 11 en hoger: €1.000 bruto.
Ook werknemers in de speciale salarisschaal voor arbeidsbeperkten vallen in de categorie van €1.400.
De volledige toelichting staat op de
website van CAO Rijk. Voor medewerkers van het ministerie van
Financiën die met groepsfuncties werken, geldt een afzonderlijke indeling.
Niet iedereen die voor de overheid werkt, krijgt deze uitkering. De afspraak is gemaakt voor werknemers die onder de cao Rijk vallen. Gemeenteambtenaren, medewerkers van provincies en werknemers bij andere overheidsorganisaties hebben hun eigen cao’s en loonafspraken.
Parttimers krijgen een evenredig bedrag
De genoemde bedragen gelden bij de volledige arbeidsduur van 36 uur per week. Wie minder uren werkt, krijgt een deel van het bedrag. Werknemers die structureel meer dan 36 uur werken, kunnen juist boven het standaardbedrag uitkomen.
Een medewerker in schaal 6 die 24 uur per week werkt, ontvangt bijvoorbeeld:
24 gedeeld door 36, vermenigvuldigd met €1.200. Dat komt uit op €800 bruto.
Voor iemand in schaal 13 met een arbeidsduur van 38 uur is de berekening:
38 gedeeld door 36, vermenigvuldigd met €1.000. De uitkering bedraagt dan €1.055,56 bruto.
Bij oproepkrachten wordt gekeken naar het gemiddelde aantal betaalde uren. In beginsel gaat het daarbij om de twaalf maanden voorafgaand aan de peildatum. Is iemand nog geen jaar in dienst, dan wordt gerekend met de periode vanaf de indiensttreding.
Het nettobedrag verschilt per werknemer
De bedragen van €1.000 tot €1.400 zijn bruto. Wat daarvan daadwerkelijk op de bankrekening verschijnt, verschilt per persoon.
Een eenmalige uitkering wordt op de loonstrook vaak belast volgens het bijzondere tarief. Dat tarief is gebaseerd op het verwachte jaarloon. Iemand in een hogere inkomensgroep kan daardoor procentueel meer loonheffing op de betaling zien dan een collega met een lager jaarsalaris.
Dat wil niet automatisch zeggen dat de uitkering “zwaarder wordt belast” dan gewoon
loon. Via de jaarlijkse belastingaangifte wordt uiteindelijk gekeken hoeveel inkomstenbelasting over het volledige jaar verschuldigd is. Wie gedurende het jaar te veel of te weinig heeft betaald, kan bij de aangifte een correctie krijgen.
Het heeft daarom weinig zin om één algemeen nettobedrag te noemen. De persoonlijke loonstrook geeft het beste beeld.
Geen betaling bij iedere vorm van verlof
Om de uitkering te krijgen, moet een werknemer op 1 augustus in dienst zijn en in beginsel maandelijks inkomen ontvangen. Er bestaan enkele uitzonderingen voor werknemers die tijdelijk geen gewoon maandinkomen krijgen.
Dat kan bijvoorbeeld spelen bij een korte periode van ander verlof, verlof op grond van de Wet arbeid en zorg of Van-Werk-Naar-Werk-verlof. Wie langdurig volledig onbetaald verlof heeft, kan buiten de regeling vallen.
Bij twijfel is het verstandig de personeelsadministratie te raadplegen. Vooral rond een indiensttreding, uitdiensttreding, functiewijziging of verandering van de arbeidsduur kan de peildatum een merkbaar verschil maken.
Ook salaris en kilometervergoeding veranderen
De eenmalige betaling staat niet op zichzelf. In het definitieve
cao-akkoord voor rijksambtenaren is afgesproken dat de salarissen per 1 juli met 2,7 procent stijgen.
Daarnaast gaat de kilometervergoeding omhoog van 21 naar 23 cent. De precieze financiële uitwerking verschilt daardoor sterk per medewerker. Iemand die veel dienstkilometers maakt, merkt meer van de hogere vergoeding dan een collega die vrijwel altijd thuis of op één vaste locatie werkt.
De eenmalige uitkering heeft volgens vakbond
FNV geen invloed op de pensioenopbouw. Het bedrag is bedoeld als afzonderlijke cao-betaling en wordt niet structureel aan het maandloon toegevoegd.
Wie onder de cao Rijk valt, kan de loonstrook van augustus dus het beste even bewaren. Controleer de toegepaste salarisschaal, de arbeidsduur waarmee is gerekend en het brutobedrag. Bij een afwijking is de salarisadministratie het eerste aanspreekpunt.