Een gescheiden vrouw is in een nieuw gepubliceerd kortgedingvonnis niet veroordeeld om de voormalige echtelijke
woning te verlaten of mee te werken aan verkoop. Haar ex-man wilde ontruiming en medewerking aan verkoop afdwingen, maar de
rechtbank Rotterdam wees zijn vorderingen af wegens het ontbreken van voldoende spoedeisend belang. Het huis was in juli 2025 getaxeerd op €425.000. Dat bedrag is geen vastgestelde huidige verkoopprijs en ook geen overwaarde.
De
uitspraak van 6 oktober 2026 heeft ECLI:NL:RBROT:2026:14048. Het vonnis is op 15 oktober 2026 gepubliceerd. De vrouw heeft met deze voorlopige beslissing niet definitief het huis gekregen. Het vonnis stelt evenmin definitief vast dat zij de overname kan financieren.
Het huis overnemen mocht alleen onder voorwaarden
Bij de echtscheiding was afgesproken dat de woning aan de vrouw zou worden toegedeeld als zij dat kon financieren. Ook moest de man worden ontslagen uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. Als dat niet lukte, moest het huis worden verkocht.
De waarde moest worden vastgesteld door een taxateur die partijen samen zouden aanwijzen. Die taxatie kwam pas tijdens mediation, in juli 2025, tot stand. Daarna vroeg de vrouw haar bank na te gaan of ze genoeg kon lenen om haar ex-man zijn deel van de overwaarde uit te betalen.
Volgens de vrouw was dat mogelijk zodra het gezamenlijke vermogen volledig was afgewikkeld. Daar hoorde ook de opbrengst van gezamenlijk bezit in Turkije bij. Juist daarover bestond onduidelijkheid.
Volgens de man zat hij klem: zolang hij mede-eigenaar van het oude huis was, kon hij geen nieuwe woning kopen. Hij zei al bijna vier jaar rond te zwerven. De vrouw betwistte dat: volgens haar bezocht hun dochter hem steeds op een vast adres.
Verkocht bezit, maar geen overeenstemming over het bedrag
In de eerdere afspraken ging het om twee winkels in Turkije. Die zouden onder voorwaarden aan de man worden toegedeeld, na een gezamenlijke taxatie. Lukte die overname niet, dan moesten de winkels worden verkocht.
De man verklaarde in het kort geding dat het feitelijk één pand betrof. Hij zei dat hij dat op 18 januari 2023 had verkocht voor 158.000 Turkse lira. Volgens zijn eigen omrekening kwam dat neer op €7.800. De rechter begreep uit zijn verklaring dat geen officiële taxatie aan de verkoop vooraf was gegaan.
De vrouw betwistte de verkoop zelf niet, maar zette vraagtekens bij de genoemde prijs. Volgens haar was het bezit bij een taxatie die zij op 25 augustus 2022 had laten doen, op €105.000 gewaardeerd. Met een door haar aangevoerde indexering van 15% kwam zij op ongeveer €120.000.
Dat zijn haar stellingen, geen door de rechter vastgestelde waarde. Zuiver rekenkundig levert €105.000 maal 1,15 een bedrag van €120.750 op. Die berekening bewijst nog niet dat de indexering terecht is of dat het bezit werkelijk zoveel waard was.
Waarom de gevraagde spoedverkoop strandde
De voorzieningenrechter oordeelde dat de man de overname van de Nederlandse woning door de vrouw zelf had gefrustreerd. Hij had het Turkse bezit zonder taxatie, zonder overleg en buiten haar medeweten verkocht. Volgens de rechter handelde hij daarmee in strijd met de afspraken.
Ook zijn gebrek aan openheid belemmerde volgens het vonnis dat de vrouw zijn aandeel in de woning kon overnemen. De rechter betrok daarbij het belang van hun dochter bij rust, stabiliteit en een vertrouwde woonomgeving.
Daarom werden de gevraagde ontruiming en medewerking aan verkoop wegens onvoldoende spoedeisend belang afgewezen. Dit was geen definitieve verdeling van de woning en ook geen algemene uitspraak dat een ex-partner verkoop altijd kan tegenhouden.
Wel inzicht in eventuele huur en €1.825 voor de auto's
De man moet binnen dertig dagen na het vonnis meewerken aan inzage in de maandelijkse huuropbrengsten van het Turkse bezit over 6 juli 2022 tot 18 januari 2023. Partijen hadden afgesproken eventuele huurinkomsten over de relevante periode bij helfte te delen.
Aan deze verplichting is geen dwangsom verbonden. Het was namelijk onduidelijk of er huurinkomsten waren geweest. De rechtbank heeft dus geen bepaald bedrag aan huurinkomsten vastgesteld of aan de vrouw toegekend.
Daarnaast moet de man €1.825 betalen voor de verrekening van twee auto's, binnen twee dagen na betekening van het vonnis. Over dat minimumbedrag waren partijen het eens. Voor het onbetwiste deel werd gerekend met €4.450 voor de BMW en €800 voor de Citroën: (€4.450 + €800) ÷ 2 - €800 = €1.825. De hogere waarde die de vrouw voor de BMW aanvoerde, bleef ter discussie staan.
Alleen naar de woningwaarde kijken is onvoldoende
Voor gescheiden woningeigenaren laat deze zaak zien hoe de afwikkeling van ander gezamenlijk vermogen kan doorwerken in de mogelijkheid om een huis over te nemen. Een woningtaxatie geeft op zichzelf geen antwoord op de vraag hoeveel geld iemand uit de volledige verdeling ontvangt en of daarmee de uitkoop haalbaar is.
Ook mag €425.000 niet simpelweg als te verdelen overwaarde worden behandeld. Daarvoor zijn onder meer de hypotheekschuld en verdere afwikkeling van belang. Uit dit vonnis volgt geen definitief uitkoopbedrag.
De doorslag gaf hier de combinatie van gemaakte afspraken, onduidelijkheid over verkocht bezit en het oordeel dat de man de overname zelf had belemmerd. De woning is daarmee nog niet definitief verdeeld; de door hem verlangde spoedverkoop is wel afgewezen.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op
Facebook.