Het kabinet wil het heffingsvrij vermogen in box 3 volgend jaar bijna halveren, van €59.357 naar €30.846 per persoon. Veel ouders en grootouders vragen zich daarom af of ze hun
spaargeld niet beter nu al aan de
kinderen kunnen geven. Dat kan, en tot een bepaald bedrag zonder schenkbelasting. Maar het levert minder op dan veel mensen denken.
Hieronder lees je hoeveel je dit jaar belastingvrij mag schenken, wat dat scheelt in box 3 en waar je op moet letten.
Wat het kabinet wil
Het kabinet stuurde gisteren een
brief naar de Tweede Kamer met het voorstel. Het heffingsvrij vermogen gaat in 2027 terug naar €30.846 per persoon. Fiscale partners hebben samen het dubbele: €61.692. Het is nog geen wet. De Tweede en de Eerste Kamer moeten er voor het einde van het jaar mee instemmen.
Voor box 3 telt wat je bezit op 1 januari, de zogeheten peildatum. Geef je vóór 1 januari 2027 geld weg, dan telt dat bedrag in 2027 niet meer mee in jouw vermogen.
Zoveel mag je in 2026 belastingvrij schenken
- Ouders aan hun kind: €6.908 per jaar.
- Eenmalig verhoogd, aan een kind van 18 tot 40 jaar: €33.129, vrij te besteden.
- Eenmalig verhoogd voor een dure studie: €69.009, als de studie minstens €20.000 per jaar kost.
- Grootouders aan een kleinkind, en iedereen aan anderen: €2.769 per jaar.
De verhoogde vrijstelling mag je maar één keer per kind gebruiken, en in dat jaar geldt dan niet ook nog de gewone jaarlijkse vrijstelling. Sinds 2024 bestaat er geen aparte verhoogde vrijstelling meer voor een eigen woning. Je kind mag de €33.129 wel aan een huis besteden.
Zoveel scheelt het in box 3
Het percentage voor spaargeld in 2027 is nog niet bekend. Wij rekenden daarom met het voorlopige percentage van dit jaar, 1,28 procent, en het tarief van 36 procent dat volgens het Belastingplan 2027 blijft gelden. Over elke euro spaargeld boven het heffingsvrij vermogen betaal je dan ongeveer 0,46 procent
belasting per jaar.
- Een stel met samen €120.000 spaargeld betaalt volgens het voorstel in 2027 ongeveer €269 box 3-belasting.
- Geeft dat stel dit jaar twee kinderen elk €6.908, samen €13.816, dan daalt dat naar ongeveer €205. Dat scheelt zo'n €64 per jaar.
- Geven ze één kind eenmalig €33.129, dan scheelt dat ongeveer €150 per jaar.
Wie belegt, bespaart meer. Het kabinet wil het rendement dat de Belastingdienst over beleggingen rekent in 2027 met 1,5 procentpunt verhogen. Dan scheelt elke euro die je weggeeft ook meer belasting.
Het geld ben je echt kwijt
Een schenking is definitief. Het geld is van je kind, ook als je het later zelf nodig hebt, bijvoorbeeld voor zorg of een aanpassing in huis. Schenk daarom alleen geld dat je echt kunt missen. Een besparing van een paar honderd euro per jaar weegt niet op tegen een tekort op je eigen rekening.
Bij de eenmalig verhoogde vrijstelling moet je kind aangifte schenkbelasting doen, online via Mijn Belastingdienst. Dat staat op de
site van de Belastingdienst. Schenk je meer dan de vrijstelling, dan betaalt je kind schenkbelasting over het deel erboven. Leg de schenking vast met een bankoverschrijving en een korte schriftelijke verklaring.
Vanaf 2028 werkt het anders
Vanaf 2028 wil het kabinet box 3 grotendeels baseren op het werkelijke rendement. Dan verdwijnt het heffingsvrij vermogen en komt er een heffingsvrij rendement van €1.000 voor in de plaats. Wie 2 procent rente krijgt, betaalt dan volgens het kabinet over de eerste €50.000 spaargeld geen belasting. Een schenking om onder de grens van 2027 te blijven, levert dus mogelijk maar één jaar voordeel op.
Wat je kunt doen
Tel je spaargeld en beleggingen bij elkaar op en kijk of je in 2027 boven €30.846 per persoon uitkomt. Wilde je je kinderen of kleinkinderen toch al iets geven, dan kan het slim zijn dat vóór 1 januari te doen. Maak de keuze niet alleen om box 3: het voordeel is beperkt en het voorstel kan in de Kamer nog veranderen. Twijfel je over je eigen situatie, vraag dan advies aan een belastingadviseur of notaris.