Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google

Geen 8 procent vakantiegeld over de AOW: alleenstaande bouwt bij SVB ruim €338 bruto per jaar minder op

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wie jarenlang in loondienst werkte, is gewend aan één simpele vuistregel: boven op je bruto maandsalaris bouw je 8 procent vakantiegeld op. Maak je diezelfde rekensom voor je AOW, dan kom je te hoog uit. Het vakantiegeld van de AOW ligt honderden euro's per jaar onder 8 procent van het bruto AOW-bedrag.
Op de informatiepagina over het vakantiegeld van de AOW legt de Sociale Verzekeringsbank (SVB) uit waarom: het vakantiegeld is bij de AOW geen percentage van je bruto maandbedrag, maar een vast maandelijks bedrag dat wordt afgeleid van het wettelijk minimumloon. Omdat dat minimumloon in januari en juli verandert, stelt de SVB ook het vakantiegeld van de AOW twee keer per jaar opnieuw vast.
De volgende keer is op 1 januari 2027. Minister Vijlbrief van Sociale Zaken stelde op 29 oktober vast dat het minimumloon dan omhooggaat naar €15,29 bruto per uur. Het bedrag waarmee uitkeringen worden berekend, stijgt met 2,05 procent naar €2.385 bruto per maand. De nieuwe AOW-bedragen, en daarmee het nieuwe vakantiegeld, zijn nog niet bekend.

Het verschil tussen 8 procent en je werkelijke opbouw

Volgens het actuele overzicht van de AOW-bedragen bij de SVB ontvangt een alleenstaande sinds 1 juli 2026 €1.662,16 bruto AOW per maand en bouwt die daarnaast een vast bedrag van €104,78 bruto per maand aan vakantiegeld op. Een eigen rekensom laat zien dat €104,78 neerkomt op 6,30 procent van het bruto AOW-bedrag. Zou de SVB 8 procent over €1.662,16 rekenen, dan zou je €132,97 bruto per maand opbouwen. Dat scheelt €28,19 bruto per maand. Reken je twaalf maanden met het huidige tarief, dan komt de opbouw uit op €1.257,36 bruto per jaar in plaats van €1.595,67 bruto: een verschil van €338,31 bruto op jaarbasis.
Bij gehuwden en samenwonenden zie je hetzelfde patroon. Elke partner met een volledige AOW ontvangt sinds 1 juli 2026 €1.139,39 bruto per maand en bouwt daarnaast €74,85 bruto per maand aan vakantiegeld op, voor een AOW-stel samen €149,70 bruto per maand. In een eigen rekensom is dat 6,57 procent van het bruto AOW-bedrag. Bij 8 procent zou elke partner €91,15 bruto per maand opbouwen, oftewel €16,30 bruto per maand meer per persoon en €32,60 bruto per maand meer voor een echtpaar. Over twaalf maanden tegen het huidige tarief komt een AOW-stel samen uit op €1.796,40 bruto aan vakantiegeld in plaats van €2.187,63 bruto bij 8 procent. Dat is een verschil van €391,23 bruto per jaar.

Waarom de wet naar het netto minimumloon kijkt

De basis voor dit lagere brutobedrag staat in artikel 29 van de Algemene Ouderdomswet. De wet koppelt het vakantiegeld van de AOW niet bruto, maar netto aan het minimumloon. De netto vakantie-uitkering van een ongehuwde AOW'er moet gelijk zijn aan 70 procent van de netto minimumvakantiebijslag van een werknemer met het minimumloon. Voor een gehuwde of samenwonende AOW'er is dat 50 procent.
De wet rekent daarbij met een werknemer jonger dan de AOW-leeftijd, en die betaalt nog AOW-premie. Wie AOW krijgt, betaalt die premie niet meer. Dat kan verklaren waarom een lager brutobedrag genoeg is om op 70 of 50 procent van dat netto vakantiegeld uit te komen. De wet noemt die premie niet, dit is onze uitleg.

Wat er in januari en mei op je rekening gebeurt

Volgens artikel 31 van de AOW betaalt de SVB het opgebouwde vakantiegeld eenmaal per jaar in mei uit, over de twaalf maanden vóór mei. Voor de betaling van mei 2027 gaat het dus om mei 2026 tot en met april 2027. Mei en juni 2026 tellen mee tegen het tarief van het eerste halfjaar van 2026, daarna volgen zes maanden (juli tot en met december 2026) van €104,78 of €74,85 bruto per maand. Vanaf 1 januari 2027 stelt de SVB het bedrag opnieuw vast, omdat het wettelijk minimumloon dan verandert. Dat nieuwe bedrag geldt voor de laatste vier maanden, januari tot en met april 2027.
Let daarnaast op twee dingen die bepalen wat je in mei krijgt. Ten eerste bepaalt artikel 29, vierde lid, van de AOW dat wie een onvolledige AOW heeft, bijvoorbeeld door jaren in het buitenland, met 2 procent korting per niet-verzekerd jaar, dezelfde evenredige korting krijgt op het vakantiegeld. Ten tweede zijn alle bedragen hierboven bruto. Het netto vakantiegeld is volgens de SVB bij iedereen anders, bijvoorbeeld doordat de een samenwoont en de ander alleen woont.
Wil je weten waar je nu staat, dan kun je op de pagina van de SVB nagaan hoeveel bruto vakantiegeld je tot nu toe hebt opgebouwd. Krijg je al AOW, dan zie je je netto vakantiegeld elk jaar vanaf mei onder Betalingen in Mijn SVB.
Nieuws over je AOW en pensioen. Dat staat elke week in de gratis AOW-brief.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading