Naar inhoud springen
Afbeelding gemaakt met Muse AI van Meta

Zoon blijft na dood vader in diens appartement wonen: rechter gelast verkoop en hij betaalt zijn zussen €2.858 per jaar

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Een zoon die na de dood van zijn vader in diens appartement bleef wonen, moet zijn twee zussen samen €2.858 per jaar betalen, gerekend vanaf de overlijdensdatum in november 2021. Het appartement gaat naar een derde, en twee weken vóór de levering moet hij het schoon en leeg hebben verlaten. Dat besliste de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 26 augustus 2026.
Het vonnis laat zien wat er kan gebeuren als één erfgenaam in het huis van een overleden ouder blijft wonen: hoe het tot verkoop komt, hoe een gebruiksvergoeding wordt berekend en wie welke lasten draagt. Een rechter kijkt per zaak naar wat redelijk is, dus jouw situatie kan anders uitpakken.
De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De beslissingen gelden dus direct, ook als er hoger beroep komt. Of dat is ingesteld, staat niet in het vonnis.

Verkoop eisen terwijl er iemand woont

De moeder overleed in 2011, de vader in 2021. Drie kinderen zijn erfgenaam, ieder voor een derde. Het appartement, zonder hypotheek, was van de vader. De zoon trok vóór het overlijden tijdelijk bij hem in en bleef er daarna wonen. Zijn zussen wilden de erfenis verdelen en eisten verkoop aan een derde.
Volgens de wet kan iedere mede-eigenaar te allen tijde verdeling eisen. Er is wel een rem: raakt een onmiddellijke verdeling belangen die aanmerkelijk groter zijn dan de belangen die ermee zijn gediend, dan kan de rechter op verzoek verdeling uitsluiten, telkens voor hooguit drie jaar.
Komen de erfgenamen er niet uit, dan bepaalt de rechter hoe er wordt verdeeld, naar billijkheid en met oog voor de belangen van partijen. Verkoop en daarna de netto-opbrengst verdelen is één mogelijkheid. Een andere is dat één erfgenaam het huis krijgt en de anderen uitkoopt.
In deze zaak was verkoop uiteindelijk geen strijdpunt meer. De zoon kon zich erin vinden en vroeg om een redelijke overgangsperiode. Op de zitting spraken de partijen een schema af, een zogeheten spoorboekje. De rechtbank nam dat over, met aangepaste data:
  • uiterlijk 15 september 2026 gaat de opdracht naar de makelaar, die de vraag- en laatprijs bindend vaststelt;
  • in de eerste helft van november 2026 gaat het appartement in de verkoop;
  • tekent een erfgenaam niet binnen drie werkdagen, dan tekenen de anderen de verkoopopdracht namens hem en vervangt het vonnis zijn handtekening onder koopcontract en leveringsakte;
  • de levering is niet eerder dan op 31 januari 2027, tenzij de partijen met de koper en de notaris iets anders afspreken;
  • is de zoon twee weken vóór de levering niet weg, dan betaalt hij de ontruiming, ook de nieuwe sloten en het afvoeren van spullen.

Zo werd de gebruiksvergoeding berekend

Iedere mede-eigenaar mag een gezamenlijk goed gebruiken, zolang dat te verenigen is met het recht van de anderen. Gebruikt één erfgenaam het huis met uitsluiting van de anderen, dan moet hij hen volgens de rechtbank schadeloos stellen, bijvoorbeeld met een gebruiksvergoeding. Die komt er als de rechter dat redelijk en billijk vindt.
De zoon voerde aan dat hij door zijn gezondheid niet eenvoudig kon verhuizen en jarenlang voor zijn vader had gezorgd. Dat woog voor de rechtbank niet zwaarder dan het belang van de zussen bij compensatie.
Wie tot het overlijden een duurzame gemeenschappelijke huishouding met de overledene had, mag volgens de wet zes maanden onder gelijke voorwaarden blijven wonen. Dit vonnis gaat daar niet op in.
Een vaste rekenregel staat niet in de wet. De zussen gingen uit van 2,5 procent per jaar over de vrije verkoopwaarde, en namen daarvoor de WOZ-waarde van €339.000 per 1 januari 2024. De rechtbank vond die manier redelijk. De zoon betwistte de hoogte niet.
Volgens een berekening van DDS is 2,5 procent van €339.000 precies €8.475 per jaar, en een derde daarvan €2.825. Dat bedrag vroegen de zussen elk in hun eis. In de overwegingen van het vonnis staat voor dezelfde som echter €2.858, en daarmee rekent de rechtbank verder. Elke zus krijgt de helft: €1.429 per jaar, tot het appartement feitelijk is verdeeld. Elk het volledige bedrag wees de rechtbank af: de vergoeding gaat over het alleengebruik van het appartement als geheel.
Stel: de verdeling is op 31 januari 2027 rond, de vroegste leverdatum uit het schema. Dan loopt de vergoeding ruim vijf jaar en betaalt de zoon volgens een berekening van DDS ruim €14.800 aan zijn zussen samen.
Stel: je erft met twee anderen een huis van €300.000 en één van jullie woont erin. Bij dezelfde rekenwijze betaalt de bewoner de anderen samen €2.500 per jaar. Dat is geen wettelijk tarief: hier was de hoogte niet betwist, en een andere rechter kan anders uitkomen.

Wie welke lasten betaalt

De rechtbank maakte onderscheid tussen twee soorten kosten:
  • Eigenaarslasten, zoals de VvE-bijdragen, de WOZ-aanslagen en de bankkosten van de rekening van de overledene. Die vloeien voort uit de eigendom en lopen door, wie er ook woont. Ze komen ten laste van de nalatenschap en de erfgenamen dragen ze naar evenredigheid.
  • Gebruikslasten, in dit dossier onder meer nota's voor water en energie. Die zijn voor de bewoner, maar kosten van vóór het overlijden tellen niet mee.
Tot september 2022 gingen de gebruikslasten via de ervenrekening, daarna betaalde de zoon ze op één post na zelf. Het ging om €2.214,29. Hij moet elke zus een derde daarvan betalen: €738,10.
De zussen vroegen in totaal €15.299,36 terug voor woonlasten, eigenaarslasten, een WOZ-aanslag, bankkosten en de auto. De eigenaarslasten moesten volgens hen bij de zoon liggen, omdat ze zo lang op de verkoop hadden moeten wachten. Dat slaagde niet. Onrechtmatig is dat pas als er meer speelt, bijvoorbeeld dat de bewoner de verkoop bewust tegenwerkt, en dat was niet gebleken.

Auto, moederlijk erfdeel en de volgorde

De auto van de vader, op €6.500 gewaardeerd, gaat naar de zoon. Hij koopt zijn zussen uit met €2.166,67 per persoon.
De moeder had de wettelijke verdeling in stand gelaten: de langstlevende krijgt de bezittingen, de kinderen een geldvordering die onder meer opeisbaar wordt als de langstlevende overlijdt. Die moederlijke erfdelen zijn nu schulden in de erfenis van de vader. Een bedrag staat niet in het vonnis: de drie moeten de hoogte onderling vaststellen, na aftrek van de erfbelasting erover en met eventuele rente uit het testament van de moeder.
De verkoopsom gaat op de ervenrekening. Eerst worden de schulden betaald, waaronder de moederlijke erfdelen. Daarna moeten de drie, als er genoeg over is, een bedrag ter grootte van het erfdeel van een vierde kind apart houden, zoals het testament van de vader voorschrijft. Schulden uit een legaat komen pas aan de beurt als alle andere schulden volledig kunnen worden voldaan. Wat dan overblijft, verdelen de drie gelijk.

Wat je zelf kunt regelen

Woon je in een huis uit een onverdeelde erfenis, of woont een mede-erfgenaam erin, leg dan op papier vast wie er woont, tot wanneer en tegen welke vergoeding. Houd eigenaarslasten en gebruikslasten apart bij, met bewijs van wie wat betaalde, en wacht niet jaren met terugvragen: in een andere erfeniszaak liep een zus een groot deel van haar vordering mis door verjaring. Kom je er samen niet uit, dan blijft de rechter over. In deze zaak droeg iedere partij de eigen proceskosten.
Schenken in 2026. De gratis schenk-checklist 2026 van Schenk Slim, de schenksite van DDS, zet tien punten op een rij voor wie dit jaar nog wil schenken.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading