Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI

Toeslag op naam van je overleden partner: door de 10%-regeling telt je nabestaandenpensioen op verzoek mogelijk niet mee voor het overlijden

Economie•

Wilt u DDS vaker zien?

Stel DDS in als voorkeursbron op Google.

Voeg DDS toe op Google
Volg ons op Google Nieuws
Wanneer je partner overlijdt, verandert meestal je maandelijkse inkomen, bijvoorbeeld doordat je een nabestaandenpensioen of uitkering voor nabestaanden krijgt of doordat je AOW wijzigt naar het bedrag voor een alleenstaande. Wie samen zorgtoeslag, huurtoeslag of een andere toeslag ontving, kan daardoor bij de definitieve berekening met een terugbetaling te maken krijgen. Dienst Toeslagen rekent namelijk met jaarinkomens, zodat een hoger inkomen na het overlijden ook meetelt voor de maanden waarin je partner nog leefde. Stond de toeslag op naam van je overleden partner, dan kun je vragen om dat hogere inkomen niet mee te tellen vóór het overlijden.
Voor de 10%-regeling voor toeslagen bij overlijden gelden vier voorwaarden: jij en je partner waren toeslagpartners, de toeslag stond op naam van je partner, je partner is overleden, en jouw inkomen was vóór het overlijden van je partner minstens 10 procent lager. Voldoe je daaraan, dan telt je extra inkomen op verzoek niet mee voor de maanden waarin jullie nog samen de toeslag kregen, maar alleen voor de periode daarna waarin je de toeslag alleen krijgt.

Het rekenvoorbeeld van Dienst Toeslagen: €0 in plaats van €9.600 tot 1 mei

Dienst Toeslagen licht dit toe met een voorbeeld waarin een partner op 15 april overlijdt. Van 1 januari tot en met 30 april kregen jullie samen zorgtoeslag op naam van je partner en had jij geen inkomen, zodat Dienst Toeslagen voor jou rekende met een jaarinkomen van €0. Vanaf 1 mei ontvang je een uitkering voor nabestaanden van €1.200 per maand, waardoor je jaarinkomen op €9.600 uitkomt (vier maanden €0 plus acht maanden €1.200).
Zonder aanpassing gebruikt Dienst Toeslagen dat jaarinkomen van €9.600 ook voor de periode van 1 januari tot en met 30 april. Daardoor valt de zorgtoeslag over die eerste vier maanden lager uit en moet je een deel terugbetalen, terwijl je die uitkering toen nog niet had. Met de 10%-regeling berekent Dienst Toeslagen de toeslag tot 1 mei opnieuw met een jaarinkomen van €0 in plaats van €9.600.
Dienst Toeslagen past deze uitzondering niet automatisch toe. Je vraagt haar zelf aan met het formulier Verzoek 10%-regeling voor toeslagen, tot 5 jaar na het jaar waarover je aanvraag gaat.

Wat er binnen 5, 6 en 8 weken na het overlijden met de lopende toeslag gebeurt

Op wiens naam de toeslag stond, bepaalt ook hoe snel het lopende voorschot verandert nadat de gemeente het overlijden heeft doorgegeven. Als de gezamenlijke toeslag al op je eigen naam stond, krijg je binnen 5 weken na het overlijden een nieuwe voorschotbeschikking voor jou alleen en betaalt Dienst Toeslagen het aangepaste bedrag binnen 8 weken uit.
Stond de toeslag op naam van je overleden partner, dan zet Dienst Toeslagen de toeslag binnen 6 weken op jouw naam (bij kindgebonden budget pas nadat de kinderbijslag bij de SVB op jouw naam staat). Je ontvangt een condoleancebrief met een formulier voor een contactpersoon, een informatiebrief, een voorschotbeschikking op jouw naam en een beschikking op naam van je partner waarin de toeslag wordt stopgezet. Omdat vaak één maand te veel toeslag op naam van je partner is uitbetaald, volgt binnen 8 weken een brief om dat bedrag terug te betalen.
Omdat je nieuwe inkomen kort na het overlijden nog niet bekend is bij Dienst Toeslagen, is het verstandig om je inkomen voor de toeslagen na het overlijden van je partner te controleren in Mijn toeslagen of de app Toeslagen. Wijzigingen hoef je niet direct na het overlijden door te geven; enkele maanden later mag ook. Hadden jullie nog geen toeslag samen, dan kun je zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget voor 2026 nog aanvragen tot en met 31 december 2027 (voor kinderopvangtoeslag binnen 3 maanden).

Hoe ook het inkomen van de overledene zelf wordt omgerekend naar een jaarinkomen

Bij de eindafrekening telt ook het inkomen van de overledene mee tot en met de maand van overlijden en wordt dat omgerekend naar een jaarinkomen. Die definitieve berekening van de toeslagen na een overlijden volgt binnen 6 maanden na de belastingaanslag als er aangifte inkomstenbelasting wordt gedaan, en anders tussen eind juni en 31 december na het jaar van overlijden.
Dienst Toeslagen laat die omrekening zien bij iemand die op 19 maart overlijdt en in januari, februari en maart in totaal €3.000 inkomen had: gedeeld door 3 maanden is dat gemiddeld €1.000 per maand, wat keer 12 maanden een berekend jaarinkomen van €12.000 oplevert.
Had de overledene geen toeslagpartner en geen medebewoner, en moeten erfgenamen door dat omgerekende jaarinkomen toeslag terugbetalen, of geeft het lagere inkomen van het jaar vóór het overlijden recht op meer toeslag, dan kunnen zij tot 5 jaar na de definitieve berekening vragen om te rekenen met het lagere inkomen van het jaar vóór het overlijden. Dat kan met het formulier Bezwaar definitieve berekening toeslag of per brief aan Dienst Toeslagen (Postbus 4510, 6401 JA Heerlen). Voor jou als toeslagpartner geldt dit niet; dan is de 10%-regeling de route.
Wil je vaker zulke uitleg over je geld in je tijdlijn? Like en volg DDS op Facebook.
Ga verder met lezen
loading
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten

Loading