De uitvaart was verzorgd, de rekening grotendeels betaald. Alleen de laatste €1.053,65 stond nog open. Toch krijgt de uitvaartonderneming dat bedrag niet toegewezen. De Amsterdamse kantonrechter oordeelt dat de klant vooraf onvoldoende informatie heeft gekregen.
Het gaat om een rekening van in totaal €9.553,65. Daarvan was al €8.500 voldaan. Voor het restant stapte PC Uitvaart Begeleiding naar de
rechter, maar juist die procedure bracht tekortkomingen in de verstrekte informatie aan het licht.
De uitkomst laat zien waarom een ondertekende opdrachtbevestiging voor een ondernemer niet altijd genoeg is. Ook de manier waarop een klant wordt geïnformeerd, kan bepalen hoeveel uiteindelijk moet worden betaald.
Overeenkomst aan huis gesloten
De opdracht voor de uitvaart werd op 20 juli 2022 bij de klant of de overledene thuis gesloten. De klant ondertekende de opdrachtbevestiging. Na de uitvaart volgde een gespecificeerde factuur.
Omdat het contract buiten de bedrijfsruimte van de onderneming tot stand kwam, golden daarvoor bijzondere informatieverplichtingen. De rechter moest controleren of daaraan was voldaan.
In de
uitspraak van 8 september 2026 staat dat de klant niet in de procedure verscheen. Dat betekende echter niet dat de onderneming automatisch gelijk kreeg. Bij een overeenkomst tussen een bedrijf en een consument onderzoekt de rechter bepaalde consumentenregels uit zichzelf.
Dat is hier beslissend geworden. De zaak draaide uiteindelijk om wat de uitvaartverzorger bij het sluiten van de overeenkomst had moeten vertellen.
Twee onderdelen ontbraken
In de opdrachtbevestiging en algemene voorwaarden stond volgens de kantonrechter het grootste deel van de noodzakelijke informatie. Op twee punten schoot de onderneming tekort: de adres- en contactgegevens van het bedrijf en de informatie over het recht om de overeenkomst te ontbinden.
De uitvaartverzorger had bewust geen uitleg over dat laatste recht verstrekt. Het bedrijf meende dat zijn dienstverlening onder een uitzondering viel. Daarbij verwees het naar een eerdere uitspraak waarin uitvaartverzorging van het ontbindingsrecht was uitgezonderd.
Daar ging de kantonrechter deze keer niet in mee. Een recent arrest van het gerechtshof Den Haag gaf aanleiding om anders te oordelen.
Het verzorgen van een uitvaart omvat verschillende soorten prestaties. Die combinatie betekent volgens de aangehaalde rechtspraak niet dat het ontbindingsrecht voor de hele overeenkomst zomaar verdwijnt.
Een uitvaart kan niet weken wachten
Bij een uitvaart ligt een praktisch probleem voor de hand: de dienstverlening moet meestal snel beginnen. Nabestaanden kunnen de organisatie niet eerst rustig enkele weken laten liggen.
De rechter onderkent dat probleem, maar wijst op een manier om de toestemming vooraf goed vast te leggen. De uitvaartonderneming kan de consument schriftelijk laten bevestigen dat de uitvoering binnen de ontbindingstermijn mag beginnen.
Daarnaast moet de consument verklaren dat het ontbindingsrecht vervalt nadat de diensten volledig zijn uitgevoerd. Volgens de rechter is dat voor een uitvaartbedrijf geen bezwaarlijke administratieve handeling.
De urgentie van het werk neemt de informatieplicht daarmee niet weg. Juist bij een opdracht die onmiddellijk moet worden uitgevoerd, moet duidelijk zijn waarmee de klant instemt.
Twintig procent van de hele rekening
De tekortkomingen leiden tot een vermindering van de betalingsverplichting met 20 procent. De rechter past daarvoor het landelijke sanctiemodel voor essentiële informatieplichten toe.
Het percentage wordt berekend over de volledige oorspronkelijke rekening van €9.553,65. Dat levert een vermindering van €1.910,73 op.
Dat is meer dan het nog openstaande bedrag van €1.053,65. De vordering wordt daarom afgewezen.
Een berekening over alleen het restant zou veel lager uitvallen. Twintig procent van de openstaande €1.053,65 is afgerond €210,73. De klant zou dan juist minder bescherming krijgen doordat er eerder al een groot deel was betaald. De kantonrechter ziet daarom geen reden om alleen het onbetaalde deel als uitgangspunt te nemen.
Geen uitspraak dat de hele uitvaart gratis is
De bedragen vragen om zorgvuldigheid. De rechter heeft de resterende vordering afgewezen. In het vonnis staat geen opdracht aan de uitvaartonderneming om de volledige eerder ontvangen €8.500 terug te betalen.
Ook is de berekende vermindering van €1.910,73 niet hetzelfde als een bedrag dat de klant nu op zijn rekening gestort krijgt. De beslissing in deze procedure gaat over de betaling die de onderneming nog wilde afdwingen.
Evenmin volgt uit het vonnis dat iedere onvolledige uitvaartovereenkomst automatisch dezelfde korting oplevert. De vastgestelde tekortkomingen en de daarop toegepaste sanctie bepalen hier de uitkomst.
Voor nabestaanden maakt de zaak het belang van de papieren zichtbaar. Bewaar de opdrachtbevestiging, voorwaarden en gespecificeerde rekening bij elkaar. Na een overlijden is de administratie zelden het eerste waaraan iemand wil denken, terwijl de financiële afwikkeling nog lang kan doorlopen.
In deze zaak lag er ruim vier jaar tussen het sluiten van de overeenkomst en het vonnis. Uiteindelijk waren de ontbrekende gegevens bij die eerste afspraak doorslaggevend voor de laatste €1.053,65.