Afbeelding gemaakt met Gemini AI van Google
Vrouw krijgt €3.890 nabetaald van UWV en moet €1.111 aan Belastingdienst betalen: rechter schrapt €768
Wilt u DDS vaker zien?
Stel DDS in als voorkeursbron op Google.
Voeg DDS toe op GoogleKrijg je met terugwerkende kracht een nabetaling van een uitkering over een eerder jaar, dan voelt het bedrag dat op je rekening verschijnt vaak als een opluchting. Maar wie bij de aangifte inkomstenbelasting ontdekt dat het UWV te weinig loonheffing heeft ingehouden, kan een pijnlijke aanslag van de Belastingdienst op de mat krijgen. In een op 6 november 2026 gepubliceerde uitspraak heeft de Rechtbank Noord-Nederland daar een streep door gezet: de inspecteur had de te weinig ingehouden loonheffing niet bij de vrouw moeten ophalen, maar bij het UWV moeten aankloppen. Haar aanslag gaat daardoor €768 omlaag. Daarnaast krijgt zij €500 schadevergoeding omdat de procedure te lang duurde.
De zaak ging om een vrouw die op 4 januari 2023 van het UWV een nabetaling van €3.890 bruto ontving (drie maanden van €1.296,95) op grond van de Toeslagenwet in verband met haar Ziektewetuitkering over het laatste kwartaal van 2020. Op die nabetaling hield het UWV slechts €703 aan loonheffing in (driemaal €234,33). Dat kwam neer op ongeveer 18 procent. De vrouw had in 2023 daarnaast €6.204 aan loon bij een werkgever, €11.868 aan bijstand en nog €874 aan reguliere Ziektewetuitkering, waardoor haar belastbare inkomen op €22.836 uitkwam. In de aanslag over 2023, met dagtekening 16 augustus 2024, moest zij €1.111 bijbetalen. Door de nabetaling moest ze bovendien huurtoeslag terugbetalen.
Waarom het UWV voorzienbaar te weinig belasting inhield
De rechtbank gaf de inspecteur op één punt gelijk: een nabetaling telt als inkomen in het jaar waarin het geld wordt uitbetaald, dus in 2023, ook al ging het om het laatste kwartaal van 2020. Daar nam de rechtbank alleen geen genoegen mee. Zij schorste de zitting en liet de inspecteur bij het UWV opvragen hoe de loonheffing was berekend.
Uit die gegevens bleek waar het misging. Bij een nabetaling mag de inhoudingsplichtige kiezen tussen de tabel voor bijzondere beloningen en de zogeheten herberekeningsmethode. Met die tabel was volgens de berekening van de rechtbank 36,93 procent oftewel €1.436 ingehouden. Het UWV koos voor de herberekeningsmethode en paste daarbij op alle drie de nabetaalde maanden de loonheffingskorting toe, wat €255,84 per maand scheelde.
Volgens de Wet op de loonbelasting 1964 past een inhoudingsplichtige die korting in principe alleen toe als de werknemer dat wil, en uit het dossier bleek niet dat de vrouw daarom had gevraagd. Zo kreeg zij in feite drie extra maandtranches van de algemene heffingskorting (maximaal €3.070 in 2023), terwijl bij ander inkomen zeer waarschijnlijk al rekening wordt gehouden met die korting. Zonder de loonheffingskorting had het UWV €1.470 ingehouden in plaats van €703. Dat is een verschil van €767; in de beslissing rekent de rechtbank met €768.
Lees ook
Rechter roept wetgever en instanties op om in te grijpen
De rechtbank is kritisch over de wisselwerking tussen beide overheidsloketten. Volgens de rechter kan het UWV op zijn vingers natellen dat iemand in het jaar van uitbetaling zeer waarschijnlijk ander inkomen heeft, bijvoorbeeld een bijstandsuitkering, waarbij al rekening wordt gehouden met de algemene heffingskorting. De rechtbank vindt het geen goede zaak dat burgers eerst van het UWV voorzienbaar te veel op hun rekening krijgen en dat later bij de Belastingdienst weer moeten inleveren. Zij roept de uitvoeringsinstanties en de wetgever op dit probleem op te lossen.
Volgens de rechtbank heeft de inspecteur bij te weinig ingehouden loonheffing een keuze: naheffen bij de inhoudingsplichtige (het UWV) of het bedrag ophalen bij de burger via de aanslag inkomstenbelasting. Omdat elke terug te betalen euro voor iemand met een uitkering extra zwaar weegt en de inspecteur geen belangenafweging had gemaakt, was dat in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De aanslag van €1.111 gaat daarom met €768 omlaag. De overige €343 blijft staan; dat deel komt waarschijnlijk doordat zij in 2023 meerdere inkomens naast elkaar had.
Daarnaast moet de inspecteur €51 griffierecht vergoeden en moet de minister €500 immateriële schadevergoeding betalen, omdat de procedure te lang duurde. Dat lag volgens de rechtbank niet aan de inspecteur, maar aan de rechtbank zelf. Tegen de uitspraak staat nog hoger beroep open. De werking is opgeschort tot die termijn voorbij is of, als er hoger beroep komt, daarop is beslist.
Lees ook
Moet je door een nabetaling huurtoeslag terugbetalen, kijk dan naar het formulier Verzoek Bijzondere situatie huurtoeslag. Daar wees de rechtbank deze vrouw op, omdat het in zulke gevallen uitkomst kan bieden. Over de huurtoeslag zelf kon de rechtbank in deze zaak niets beslissen.
DDS op WhatsApp. Je kunt DDS ook volgen via ons WhatsApp-kanaal.
Ga verder met lezen
Dit vind je misschien ook leuk
Laat mensen jouw mening weten
Lees ook
Loading






